Nieuwe fiets

Bij onze terugkeer in Nederland kocht ik een nieuwe fiets. Helaas verkeerde ik in totale onwetendheid omtrent de evolutie die dit vervoermiddel heeft ondergaan sinds ons vertrek, nu ongeveer 35 jaar geleden....

In de vijftiger jaren reed iedereen in Meppel op een Germaan, een loodzwaar rijwiel dat in deze stad geproduceerd werd en gemakkelijk twee of drie generaties mee kon. De Germaan-fabriek ging falliet aan de kwaliteit van het produkt. Toen iedereen in Meppel en in de wijde omgeving een fiets van dit merk had en er verder voor de komende honderd jaren geen rijwielen meer nodig waren, was het gedaan met deze producent. Dat was jammer, want als zij even gewacht hadden met het faillissement, hadden zij in 1996 nog een koper gehad.

Ik moest het dus zonder een Germaan doen en kocht daarom een Batavus, een naam die toch iets weg heeft van een Germaan. Het is een mooi rijwiel: vóór en achter geremd, drie versnellingen en een heel fraai gestroomlijnd achterlichtje. Deze fiets leek mij wel geschikt voor de duivelse snelheden die ik dacht weer te kunnen bereiken.

Het credo zegt dat je de kunst van het fietsen nooit verleert, evenmin als die van het zwemmen. Nou, vergeet het maar. Ik wil nu niet gaan praten over de meer geavanceerde technieken van het staan op de bagagedrager of het achterstevoren rijden. Met mijn vijfenzestig jaar was ik niet van plan om deze kundigheden nogmaals te beproeven.

Het gewone fietsen is al erg genoeg. Als ik over mijn linkerschouder wil kijken naar naderend verkeer, dan gaat het stuur automatisch naar rechts en lig ik voor de zoveelste keer in de berm langs de weg. Trouwens, het achteloos fietsen met maar één hand aan het stuur is ook al een technische onmogelijkheid, want het rijwiel begint dan meteen te trillen.

Het ergste euvel van de moderne fietsontwikkeling is de groei in de hoogte. Door een onverklaarbaar biologisch fenomeen is de Nederlandse mensheid tijdens mijn afwezigheid gemiddeld met vijftien centimeter in lengte toegenomen. Dat is een vreemde zaak, maar nog gekker is dat ook de fietsen dezelfde hoogtecorrectie hebben toegepast. De symbiose van fiets en mens is dusdanig intens in Nederland dat ook stalen buizen kunnen gaan groeien als een lijf het nodig heeft. Vertel mij niet dat de fabrieken gewoon hogere fietsen hebben gebouwd, want alle rijwielen in dit land zijn minstens veertig jaar oud.

Ik zit dus opgezadeld met een torenhoge tweewieler terwijl ik eigenlijk in de categorie kinderfietsjes thuis hoor. Bij het opstijgen moet ik eerst zoeken naar een mooi opstapje en het landen gaat alleen langs een hoge stoeprand. Kan ik zo'n veilige plaats niet vinden, dan moet ik door blijven fietsen als de Vliegende Hollander, op zoek naar een veilige haven.

Om het achteropkomende verkeer in de gaten te houden, heb ik een soort badkamerspiegel op het stuur gemonteerd, want achterom kijken durf ik niet meer. Richting aangeven kan niet want de witte knokkels moeten het stuur vast blijven houden. Wil ik linksaf slaan en de badkamerspiegel zegt dat een auto mij wil inhalen, dan ga ik rechtdoor. Wil ik rechtdoor en een verkeerslicht vertelt mij dat ik moet stoppen, dan sla ik een zijstraat in. Op deze manier kom je op vele onbekende en verrassende plaatsen. Daardoor zie je eigenlijk pas goed hoe mooi en afwisselend ons Drente is.

Herman I. de Wolde, Taino (Italië)

In NL schrijven lezers over hun huiselijk leven. Dit is aflevering 133. Bijdragen aan de reeks, tussen de 450 en 500 woorden lang, zijn welkom.

Meer over