Niet Kruidvat maar kunst redt economie

Nederlandse kunst leunt teveel op subsidie, zeiden Stef Blok en Jan Rijpstra op 4 oktober. Tientallen reacties volgden. Hieronder een selectie....

Daar gaan we weer. Geen subsidie, wel subsidie. De kunst gaat dood zonder overheidssteun, de kunst overleeft best met een beetje minder belastinggeld. De VVD'ers Stef Blok en Jan Rijpstra voegen zich in het rijtje mensen dat de stelling verdedigt dat de Nederlandse kunstwereld, en dan met name de podiumkunst, te veel steunt op subsidie. De kern van hun betoog is dat overheidssteun mag, mits het de keuze van de zelfstandige burger niet stuurt. Opmerkelijk. Beïnvloedt niet elke keuze van de overheid aangaande financiële of andersoortige steun, de burger?

Maar goed, ik wil het niet zozeer hebben over de vraag of kunst al dan niet overleeft zonder overheidssubsidies. De vraag is of de overheid er in intellectueel en moreel opzicht goed aan doet de geldkraan op druppelstand te zetten. Naar mijn idee is een van de belangrijkste functies van kunst, zowel wat de productie als de receptie betreft, emancipatorisch.

Al in 1935 merkte de Duitse filosoof Martin Heidegger in Die Ursprung des Kunstwerkes op dat het wezen van de kunst er uit bestaat een openheid te creëren voor de ons omringende wereld, een ontvankelijkheid voor de onuitputtelijke verscheidenheid van de werkelijkheid. Kunst laat ons de dingen anders zien, anders horen, anders beleven. Bestaande denkpatronen, verwachtingen en smaak worden uitgedaagd en kritisch bevraagd.

Kunst is onderzoek. Zij levert een fundamentele bijdrage aan de totstandkoming van kennis, kennis die niet gegenereerd kan worden via bestaande wetenschappelijke disciplines. Veel kunst levert meer op dan mooie plaatjes en amusante voorstellingen. Zij levert een actieve en noodzakelijke bijdrage aan de (kennis)ontwikkeling binnen een maatschappij. De academische wereld raakt hiervan steeds meer doordrongen.

Kunst heeft een eigen verhaal, waarin – om wederom met Heidegger te spreken – elk ding, een boom, een berg, een huis, de roep van een vogel de onverschilligheid en gewoonheid geheel verliest. Is dit 'tegendraads denken' niet noodzakelijk om aan funeste vormen van decadentie te ontkomen? Doet de overheid een land niet vreselijk tekort wanneer ze deze functie van kunst niet ondersteunt en aanmoedigt?

Het gaat hierbij niet louter om de productie van kunstwerken of om toeschouwersaantallen. Hier is het levend houden van een samenleving in het geding, een gemeenschap de ruimte krijgt zich te ontwikkelen in plaats van rond te blijven draaien in minieme variaties op steeds dezelfde (veelal economisch gemotiveerde) denkpatronen.

Qua mankracht en werkvermogen legt de Nederlandse economie het altijd af tegen landen als China en India, hoe ver een regering onze pensioengerechtigde leeftijd ook opschort. De kracht van Nederland ligt in het ontwikkelen van zijn creatieve vermogens en daar kan kunst een belangrijke rol in vervullen. In die zin kan kunst de economie weer vlot trekken. Mogen daarvoor niet een paar centen gereserveerd worden?

Meer over