'Niet één politiek leider biedt perspectief'

Politici somberen alleen over bezuinigingen, terwijl dringend een langetermijnvisie nodig is. ‘Je kunt niet zonder.’..

AMSTERDAM Harry Hendriks wil voor de verkiezingen graag nog een keer een krachtig signaal afgeven. De directeur van Philips Nederland ergert zich aan het benepen kortetermijndenken van de politieke partijen. ‘Ze vallen over elkaar heen in het bezuinige n, maar ik mis het wenkend perspectief. Waar willen we naartoe? Pas als je dat weet, kun je bepalen waar je wilt bezuinigen.’

Kunt u die stip zelf niet schetsen?

‘We zijn een land zonder grondstoffen, nu ja, een beetje gas in de grond, maar we moeten het toch vooral hebben van onze kennis. Als we daar niet goed voor zorgen, wordt onze verdiencapaciteit minder en we moeten in de toekomst toch ook echt onze boterhammen kunnen smeren.’

Maar welke kennis?

‘We zijn in wezen een stadsstaat die flexibel moet inspelen op de trends in de wereld op het gebied van gezondheidszorg, duurzaamheid, klimaat, veiligheid en vergrijzing.’

Moeten bedrijven niet zelf het goede voorbeeld geven? Hun investeringen in onderzoek en ontwikkeling liggen lager dan in andere westerse landen.

‘De overheid moet een klimaat creëren waarin alle partijen bereid zijn te investeren. Daar is een langetermijnvisie voor nodig. Politici moeten uitstralen dat ze vaart maken met veranderingsprocessen, dan creëer je het vertrouwen van ondernemers.’

D66 doet niet anders. En ook Mark Rutte van de VVD zegt dat hij graag een wenkend perspectief schetst.

‘Ik heb het niet gehoord. Het gaat om kortetermijnkwesties. Er is niet één politiek leider die perspectief biedt.’

Welke concrete stappen moeten politici zetten?

‘Ze moeten zich niet alleen richten op de sombere boodschap van bezuinigen, maar de vraag beantwoorden waar de kansen voor Nederland liggen.’

Politici hebben toch nooit een langetermijnvisie, entoch draait de economie al lang erg goed.

‘In dit tijdsgewricht kun je niet zonder. Over tien jaar zijn de meest concurrerende landen en bedrijven de meest duurzame landen en bedrijven. Daar moet je vandaag de fundamenten voor leggen. De overheid kan helpen door zelf duurzaam in te kopen, door projecten te entameren en door ontwikkelingssamenwerking zo vorm te geven dat de duurzaamheid het meest wordt bevorderd.’

Kan de overheid dat allemaal wel? Ze heeft zich toch juist teruggetrokken?

‘Ik denk dat de overheid daar wel degelijk toe in staat is. Maar je moet wel leiderschap ontwikkelen. Het goede voorbeeld is Singapore, dat een duidelijke richting heeft gekozen. Het zou mooi zijn als we met zijn allen weer achter een vaandel kunnen lopen: dit is wat we willen bereiken.’

Veel Nederlanders hebben nu al moeite om het tempo van de veranderingen bij te houden.

‘Daarom moet er vooral worden geïnvesteerd in onderwijs. Het opleidingsniveau van iedere Nederlander moet omhoog en hij moet een leven lang leren. Het alternatief ziet er niet zo goed uit. Als wij in de toekomst niet meer de hoge toegevoegde waarde kunnen leveren, dan moeten we ons noodgedwongen richten op activiteiten met een lagere toegevoegde waarde, maar op dat terrein zijn er heel veel landen die dat net zo goed kunnen en tegen lagere kosten.

‘De mensen moeten zich realiseren dat we onze welvaart ergens vandaan moeten halen. We moeten allemaal ons beste beentje voorzetten.’

Landen om ons heen zijn er veel slechter aan toe, waarom zouden we ons zo druk maken?

‘Zo’n instelling leidt tot grote gemakzucht. Je gaat je toch niet met de slechtste en langzaamste landen vergelijken? De Nederlandse kenniseconomie stond altijd wereldwijd in de top-5, inmiddels dreigen we uit de top-10 te vallen. De komende tien jaar gaat meer veranderen dan de afgelopen dertig jaar.’

Waarom meedoen aan deze ratrace?

‘Het is nu eenmaal de wereld waarin wij leven. Anders moeten we binnen de kortste keren weer allemaal aardappels in onze achtertuin planten.’

We hebben dankzij onze ligging toch altijd de haven nog?

‘Met alle respect, maar de toegevoegde waarde ligt daar aanmerkelijk lager dan in de kenniseconomie. Vergelijk het met iemand die met zijn kapotte auto bij de garage komt. De monteur geeft met de hamer een klap op de motor, waarna de auto weer rijdt. Dat is dan 100 euro, zegt de monteur. Bent u besodemieterd, zegt de man. De klap kost 1 euro, zegt de monteur, maar de kennis over waar je die klap moet toedienen kost 99 euro. Die 99 euro is onze toegevoegde waarde. Een klap kan verder iedereen geven.’

Meer over