Nertsenfokker voelt zich onbegrepen

De Kamer is akkoord met een fokverbod van nertsen zonder schadeloosstelling. ‘Wie helpt in deze tijd nou een gezonde bedrijfstak om zeep?’..

Van onze verslaggever Peter de Graaf

OIRSCHOT Onbegrip, ja zelfs verbijstering heerst op de nertsenfokkerij van de familie Pijnenburg in het buitengebied van Oirschot. Vader en oprichter Marinus Pijnenburg (67): ‘Dat ze in deze recessie mooie, gezonde bedrijven, die nog nooit een cent subsidie hebben gekregen, zo naar de knoppen helpen, daarvan springen mij de tranen in de ogen.’

Zoon en opvolger Martijn Pijnenburg (38): ‘Als dit doorgaat, ben ik over drie jaar failliet. De Tweede Kamer spreekt wel over een termijn van tien jaar. Maar geen bank leent nog een cent aan een nertsenfokker. De bank eist straks zijn geld op en ik kan tot mijn dood schulden aflossen.’

Vader en zoon leiden de bezoeker met een mengeling van trots en weemoed rond door vijf open hallen vol draadkooien met nertsen, in de kleuren bruin (‘wild’), grijs (‘silverblue’) en witgrijs (‘silver cross’). De beestjes hebben net jongen gekregen. Op kaartjes aan de kooien zijn de aantallen geschreven: de ene fokteef heeft er vijf, de ander acht of zes of maar twee. Het is een gekrioel van pril geluk in de kooien, allemaal geboren in de afgelopen vijf weken.

Gemiddeld krijgt een teef zes jongen. Het bedrijf heeft 5.000 teven, dus reken maar uit hoeveel nertsjes er zijn bijgekomen. In november zullen al die 30 duizend nertsen worden vergast. ‘Gepelsd’, zeggen de nertsenfokkers. Want dat klinkt beter dan gedood, vergast of vermoord, zoals dierenbeschermers zeggen. Het gaat immers om de pels van de diertjes, waarvan bontjassen en -mutsen kunnen worden gemaakt.

Als het aan de Tweede Kamer ligt, zijn die praktijken in januari 2018 voorbij. Een nipte meerderheid stemde dinsdag voor een verbod op de nertsenfokkerij over tien jaar. ‘En dat zonder enige schadeloosstelling’, briesen vader en zoon Pijnenburg. Marinus: ‘In banken en autobedrijven worden miljarden gestoken. Wij krijgen niks.’ Martijn: ‘De varkensboeren werden gecompenseerd. De kokkelvissers kregen compensatie. Maar wat is de toekomst van mijn gezin? Kan ik hier wel blijven wonen?’

Wim Verhagen, directeur van de Nederlandse Federatie van Edelpelsdieren (NFE), vindt het volstrekt gewetenloos: ‘Kan een overheid een hele bedrijfstak opdoeken zonder compensatie?’

Hij heeft zijn hoop gevestigd op de Eerste Kamer. Het liefst gaan de nertsenfokkers door. Maar als de politiek dan vanwege de maatschappelijke weerstand toch een verbod wil, dan moeten de boeren worden gecompenseerd. Verhagen: ‘Er hangt een prijskaartje aan een verbod, zeker een half miljard euro is berekend. Maar zo’n bedrag willen ze natuurlijk niet uittrekken voor nertsenfokkers.’

In het initiatiefwetsvoorstel wordt ervan uitgegaan dat de nertsenfokkers al voldoende gecompenseerd worden door het uitstel van het verbod tot 2018. ‘Dat is geen compensatie, dat is een werkstraf’, vindt Verhagen. Hij voorspelt een ijskoude sanering binnen een paar jaar, omdat banken en voedselleveranciers hun handen zullen aftrekken van een stervende bedrijfstak.

Nederland telt ongeveer 170 nertsenfokkers op 200 locaties, die jaarlijks 4,5 miljoen nertsen fokken. Hun omzet bedraagt 100 tot 130 miljoen euro. Daarmee is Nederland de derde producent in de wereld, na Denemarken (14 miljoen nertsen) en China (10 miljoen). Volgens Verhagen loopt Nederland ver voorop in dierenwelzijn en op milieugebied.

De fokkers hangt al jaren een dreigend verbod boven het hoofd. Begin deze eeuw wilde minister Brinkhorst de sector al verbieden. Zijn opvolger Veerman draaide dat terug, maar eiste wel extra welzijnsmaatregelen. Martijn Pijnenburg: 'En nou verwachten ze ook nog dat ik investeer in nieuwe kooien, voor die paar jaar.'

'We vormen een kleine groep, een makkelijke prooi om electoraal te scoren', schampert Verhagen. Vader Marinus: 'Wat wij doen, spreekt niet aan. In Amsterdam denken ze hoogstens: nertsen, wat zijn dat voor dieren?'

Meer over