nieuws

Nederlandse supermarkten waarschuwen voor uitbuiting tomatenplukkers in Italië

Arbeidsmigraten in de tomatenteelt worden in Italië zwaar onderbetaald en uitgebuit, zegt een rapport van vakbond FNV en supermarktbelangenbehartiger Centraal Bureau Levensmiddelen (CBL). Het rapport raadt Nederlandse belanghebbenden aan om zich beter te verdiepen in de werkomstandigheden van de tomatenplukkers.

Rosa van Gool
Arbeidsmigranten aan het werk op een tomatenveld in het Italiaanse Lecce.   Beeld Getty Images
Arbeidsmigranten aan het werk op een tomatenveld in het Italiaanse Lecce.Beeld Getty Images

Aan Zuid-Italiaanse tomaten kleeft uitbuiting van arbeidsmigranten. Dat is in Italië al een paar jaar bekend, maar wordt nu ook bevestigd door een rapport in opdracht van de belangenbehartiger van Nederlandse supermarkten en FNV. De schrijvers signaleren ‘excessieve werkuren, vaak zonder pauze of rustdag’, ‘serieuze onderbetaling tot 50 procent onder het wettelijk loon’ en ‘onveilige en onhygiënische leefomstandigheden, zonder stromend water, elektriciteit en sanitair’. De werknemers hebben vaak niet eens een contract, waardoor het onmogelijk is om de uitbuiting langs officiële weg aan te kaarten.

Italië is met 5 miljoen ton per jaar de derde tomatenproducent ter wereld. Een kleine vijf procent van de Italiaanse bliktomaten belandt uiteindelijk in Nederlandse schappen. In Noord-Italië oogsten veel bedrijven machinaal, maar in Zuid-Italië, waar de meeste ingeblikte tomaten vandaan komen, wordt vaak nog handmatig geplukt. Italianen zijn voor die fysiek zware en slechtbetaalde banen niet te vinden, dus het werk komt neer op veelal illegale arbeidsmigranten.

Een groot deel van de problemen op de Italiaanse landbouwvelden komen voort uit de (illegale) praktijk van het werven van plukkers via tussenpersonen, concludeert het Nederlandse rapport, dat zich grotendeels baseert op Italiaans onderzoek. In Italië staat de illegale landbouwtak sinds jaar en dag bekend als de agromafia, die niet alleen op de tomatenvelden actief is, maar overal waar vraag is naar extreem goedkope arbeid een graantje meepikt.

De tussenpersoon, een zogeheten caporale, brengt de landarbeiders naar boerenbedrijven en vangt in ruil daarvoor een grote marge op het toch al lage loon. Soms nemen ze wel de helft van het wettelijk voorgeschreven salaris, dat officieel tussen de 800 en 1.400 euro bruto zou moeten liggen voor 40 uur werk.

Voor de boer is het systeem van het caporalato makkelijk en goedkoop: zelf heeft hij geen contract of directe relatie met de plukkers, maar alleen met hun onderbaas. De arbeiders worden onderbetaald en maken meestal veel meer uren dan wettelijk toegestaan of in hun contract – als ze dat hebben – opgenomen.

Lokale maffia

Vaak heeft de caporale ook buiten het werk om macht over het leven van de arbeidsmigranten, die geen woord Italiaans spreken en volstrekt van hem afhankelijk zijn. Hij regelt bijvoorbeeld hun huisvesting in een van de beruchte getto’s, hun telefoon, maaltijden, fiets of andere praktische zaken.

Binnen het caporalato-systeem zijn twee soorten te onderscheiden, stelt het CBL-rapport: een deel van hen is direct gelinkt aan lokale maffia, anderen runnen hun illegale bedrijf zelfstandig. Onder de zelfstandige caporali bevinden zich zowel Italianen als buitenlanders, soms zelf voormalig slachtoffers van zulke uitbuiting.

De omstandigheden van de arbeidsmigranten zijn niet alleen mensonterend, maar ook gevaarlijk en hebben met enige regelmaat een dodelijke afloop. Zo werd het lichaam van de 27-jarige Toure Saidou, afkomstig uit Guinea, afgelopen maandag nog gevonden in een verlaten schuur in Brindisi, naast een vuurtje dat nog warm was.

Zijn precieze doodsoorzaak is niet bekend omdat er geen autopsie plaatsvond, maar Saidou had tijdens zijn laatste dienst tegen collega’s gezegd dat hij zich ziek voelde, meldt ngo Smiling Coast of Africa. Het geval doet denken aan de eveneens 27-jarige Malinees Camara Fantamadi, die afgelopen zomer langs de provinciale weg overleed na uren te hebben gewerkt in de brandende zon.

Invloedssfeer

‘Het ligt buiten de invloedssfeer van Nederlandse supermarkten om het bestaan van het caporalato in Italië uit te bannen’, staat in het CBL-rapport, dat wel een aantal aanbevelingen doet aan Nederlandse betrokkenen. Zo zouden supermarkten volgens het rapport beter kunnen onderzoeken hoe het er bij hun Italiaanse tomatenproducent precies aan toegaat. Ook pleit het rapport voor meer dialoog tussen afnemer en producent, bijvoorbeeld over investeringen waarmee producenten kunnen overstappen naar mechanisch oogsten.

De voor het rapport geïnterviewde tomatenbedrijven hebben een eigen verklaring voor de veelvoorkomende uitbuiting in hun sector: ze wijzen naar de lage inkoopprijzen die supermarkten betalen. Ook het CBL-rapport erkent dat probleem (‘er is vraag naar goedkope en flexibele arbeid’) maar is terughoudend over hogere prijzen als oplossing: ‘Dat helpt alleen als er een garantie is dat het geld ook echt bij de tomatenboer terechtkomt, die kan bewijzen dat hij zijn seizoenarbeiders behoorlijk betaalt.’

In Italië bestaan inmiddels verschillende organisaties die zulke transparantie en een eerlijke beloning voor boer en plukker proberen te bereiken, erkent het rapport, ‘maar die initiatieven zijn allen nog in een vroeg stadium’.