NieuwsIHC gered

Nederlandse staat redt scheepsbouwer Royal IHC met honderden miljoenen

Het Nederlandse scheepsbouwbedrijf Royal IHC is van een faillissement gered door de overheid en een consortium van bedrijven. De staat draagt circa 400 miljoen euro bij aan de reddingsactie, blijkt uit een brief van het ministerie van Economische Zaken.

De bouw van een schip door Royal IHC. De scheepsbouwer draait al sinds voor de coronacrisis verlies.Beeld Raymond Rutting

Bij Royal IHC werken ongeveer drieduizend mensen. Hiernaast zijn veel toeleveranciers afhankelijk van het bedrijf. De scheepsbouwer lijdt al jarenlang verlies door de opgelopen schulden en grote verliezen op de bouw van een aantal schepen.

Royal IHC wordt overgenomen door de bedrijven HAL Investments, het Belgische Ackermans & Van Haaren, Huisman en MerweOord, een bedrijf van de familie Van Oord, dat een van de grootste baggerbedrijven ter wereld heeft.

Begin dit jaar werd de interesse van Nederlandse en Belgische bedrijven in Royal IHC al duidelijk. Bronnen in de sector lieten toen aan Het Financieele Dagblad weten dat een Chinees bedrijf zijn oog had laten vallen op de Nederlandse scheepsbouwer. Het consortium heeft met de overname voorkomen dat door een eventuele koop door een Chinees bedrijf de kennis en technologie van IHC in buitenlandse handen valt.

Innovatieve rol

Ook minister Eric Wiebes van Economische Zaken benadrukt in de brief aan de Kamer de ‘strategische en innovatieve rol in de maritieme sector’ van IHC. Een faillissement zou grote gevolgen hebben ‘voor de internationale concurrentiepositie van de maritieme maakindustrie’

IHC produceert onder meer schepen voor de baggerindustrie, waarin ook Chinese bedrijven zeer actief zijn. HAL is ook grootaandeelhouder van het baggerbedrijf Boskalis, en heeft er net als collegabedrijf Van Oord belang bij dat IHC overeind blijft. IHC was eigendom van investeringsbedrijf Indofin van de investeerder Cees de Bruin, Rabo Capital en het personeel van het bedrijf.

Het bedrijf verkeerde al in financiële problemen voor de coronacrisis en leed over 2018 een verlies van 80 miljoen euro. Hoeveel het consortium voor de overname betaalt, is onbekend. Ook de Nederlandse banken ABN Amro, ING en de Rabobank hebben bijgedragen aan de redding door afspraken te maken over kredieten.

De Nederlandse staat heeft ook zelf een direct financieel belang bij de redding, omdat het vanwege een exportkredietverzekering al voor 395 miljoen euro risico liep. Bij een faillissement was de overheid dat bedrag sowieso kwijt. De staat levert nu steun in de vorm van een voortijdige schade-uitkering van 167 miljoen euro, een aanvullende garantie van 30 miljoen euro en een overbruggingskrediet van 40 miljoen euro. Hiernaast geeft de overheid nog een garantie af op bankkredieten voor in totaal 140 miljoen euro.

In ruil daarvoor krijgt de staat een zetel in de raad van commissarissen en in de stichting waar de nieuwe eigenaren de aandelen van het bedrijf in onderbrengen. Ook is afgesproken dat het bedrijf dit jaar geen bonussen en dividend uitkeert.

Meer over