Nederlandse rozen minder groen dan Afrikaanse

Nederlandse rozen hebben gemiddeld een twee keer zo grote CO2-voetafdruk als rozen uit Kenia.

Door Ana van Es

Twee ladingen rozen. De eerste is afkomstig uit Nederland: geteeld in een kas, per vrachtauto vervoerd naar de vlak bij gelegen bloemenveiling. De andere lading komt uit Kenia: geteeld in de volle zon, per vliegtuig naar Nederland getransporteerd.

Knipperen

Welke rozen veroorzaken de hoogste uitstoot van broeikasgassen? Het antwoord doet de milieubewuste consument vermoedelijk met de ogen knipperen: de Nederlandse rozen hebben een ruim twee keer hogere CO2-belasting dan hun over duizenden kilometers afstand getransporteerde soortgenoten uit Kenia, blijkt uit onderzoek van onder meer de universiteit van Wageningen.

Niet alleen voor rozen geldt dat dichtbij kweken milieubelastend is. Uit dezelfde studie blijkt dat tomaten die in Nederlandse kassen worden geteeld, gemiddeld een circa anderhalf keer zo grote CO2-‘voetafdruk’ hebben als tomaten uit Spanje. Biologische tomaten uit Nederland spannen de kroon: die veroorzaken ruim twee keer zoveel uitstoot.

Heleen van Kernebeek, onderzoekster bij het Landbouw Economisch Instituut (LEI) in Wageningen: ‘Local for local produceren is een idee dat we hebben losgelaten. Je moet niet alleen naar het transport kijken, maar naar de hele keten. Als producten van ver weg komen, kan de CO2-uitstoot over de gehele keten toch lager zijn, omdat ver weg minder input nodig is.’ Anders gezegd: de gratis zon in Kenia compenseert voor een deel het milieubelastende vliegtuigtransport. Daar kan een Nederlandse kas niet tegenop stoken.

Biologische producten hebben een grotere CO2-voetafdruk omdat de productie minder efficiënt is. Biologische bloemkool uit Nederland heeft bijvoorbeeld een grotere CO2-uitstoot dan reguliere bloemkool. ‘Biologisch wil niet per se zeggen: milieuvriendelijk’, zegt Puk van Meegeren van voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal.

Rekenprogramma

Het onderzoek ligt aan de basis van een rekenprogramma voor de CO2-voetafdruk van groente en fruit dat wordt gebruikt door ruim honderd Nederlandse tuinders, aangesloten bij het Productschap Tuinbouw. Ze kunnen hiermee hun eigen CO2-uitstoot berekenen en verbeteren.

‘Innovatieve tuinders werken nu met dit systeem’, aldus Van Kernebeek. ‘Sommigen gaan hun kas met aardwarmte verwarmen.’ Onder hen is de grootste Nederlandse leverancier van vleestomaten. Daarmee draagt de CO2-voetafdruk bij aan innovatie en duurzaamheid in de tuinbouwsector, die als doelstelling heeft om in 2020 energieneutraal te opereren.

Het Productschap Tuinbouw houdt de CO2-voetafdruk vooralsnog intern. Woordvoerder Anne Gaasbeek: ‘Het is een hulpmiddel voor telers, geen communicatiemiddel.’ Als reden daarvoor noemt zij dat het rekenmodel officieel nog moet worden erkend. Bovendien is de CO2-uitstoot van een specifiek product lastig te berekenen. ‘Dat varieert met de hoeveelheid zon en mest in een bepaalde week.’

De uitkomsten van de CO2-voetprint komen voor de tuinbouwsector vooral erg ongelegen. Voor een Nederlandse rozenteler die energiezuinig wil werken, is het demotiverend om te weten dat zijn collega in Kenia het beter doet. ‘Dit is natuurlijk controversieel’, zegt Gaasbeek. ‘Bedrijven die goed bezig zijn op het gebied van duurzaamheid, kunnen elkaar met deze gegevens beconcurreren.’

Consumenten moeten geen overhaaste conclusies trekken, waarschuwt zij. ‘Een roos uit Kenia is qua kwaliteit een heel ander product dan een roos uit Nederland. Bovendien gaat zo’n vergelijking over gemiddelden. Rozentelers die met duurzame energie werken, hebben een veel lagere CO2-score dan de gemiddelde Nederlandse rozenteler. Dat zie je in de berekening niet terug.’

Volgens het Productschap Tuinbouw zijn consumenten gebaat bij een keurmerk voor milieuvriendelijke producten. Dat voorkomt dat mensen zich blindstaren op CO2-uitstoot en gebruik van bijvoorbeeld bestrijdingsmiddelen niet meewegen.

Woordvoerder Geert Pinxterhuis: ‘Als je een keurmerk kunt geven aan het eindproduct, hoef je de consument niet ook nog eens voor te lichten over allerlei tussenstapjes.’

Liever Spaanse andijvie


De consument die desondanks toch een indruk wil krijgen van de CO2-belasting van groente en fruit in zijn winkelmandje, kan terecht bij de Groente- en fruitkalender van voorlichtingsorganisatie Milieu Centraal. Dit vereenvoudigde CO2-model, ontwikkeld met geld van het ministerie van LNV, is gebaseerd op dezelfde rekengegevens die het Productschap Tuinbouw gebruikt.

Ook hier blijkt: lokaal geproduceerd is niet altijd milieuvriendelijker. Aardbeien die in het voorjaar in de kas worden geteeld, kennen een hogere CO2-belasting dan aardbeien uit Marokko of Spanje. Wie in december andijvie wil eten, kiest maar beter de Spaanse variant. Paprika en meloenen die in Nederland worden geteeld, blijken niet erg klimaatvriendelijk.

‘Veel mensen denken: wat van ver komt, is slecht voor het milieu, maar dat is maar ten dele waar’, aldus Van Meegeren. ‘Producten uit Nederland die buiten zijn geteeld, zonder verwarming, hebben overigens de laagste CO2-uitstoot. Maar producten die ver weg zijn geproduceerd en met een boot naar Nederland worden gebracht, zijn minder belastend dan teelt in een Nederlandse kas.’

De publicatie van Milieu Centraal is precies wat het Productschap Tuinbouw niet beoogt. Woordvoerder Pinxterhuis: ‘CO2-uitstoot is veel te complex om in een kalender weer te geven. Je zet de consument op het verkeerde been en doet geen recht aan de enorme investeringen die de sector doet op het gebied van duurzame energie.’

Milieu Centraal begint op 1 november in samenwerking met supermarktketen DekaMarkt een campagne om consumenten te informeren over CO2-uitstoot. Bij de groenteschappen komen informatiebordjes en er worden kaartjes uitgedeeld met de topvijf van milieuvriendelijke seizoensproducten.

Linda Nijenhuis van Milieu Centraal erkent dat hun berekeningen negatief uitpakken voor innovatieve tuinders. Maar in de praktijk moeten de meesten nog beginnen met het gebruik van duurzame energie. ‘Wij baseren ons op feitelijke informatie die de huidige, gemiddelde stand van zaken weergeeft. De tuinbouwsector innoveert stevig, maar vaak is dat in de sierbloemteelt, niet altijd als het gaat om de teelt van groente en fruit.’

(Colourbox) Beeld
(Colourbox)
Meer over