Nederlandse boom groeit overal 2040

Wat zijn de groeimotoren van de economie? Het Innovatieplatform heeft een aantal sectoren uitverkoren. Nederlandse boomkwekers behoren tot de wereldtop....

Door Ana van Es

De auto stopt bij een perceel haagbeukjes met een gebogen stam en een bijna horizontale kruin. Geboetseerde natuur. ‘Deze zijn heel bijzonder’, zegt Johan van den Berk, mede-eigenaar van boomkwekerij Van den Berk in het Brabantse Sint Oedenrode. ‘Wij zagen dat iedereen zo’n tuinparasol neerzet. Toen dachten we: je kunt ook een parasol maken van een boom.’ Op de parasolvorm, gecreëerd door jarenlang snoeien, heeft het bedrijf patent.

Nederlandse boomkwekers doen er alles aan om bij de tijd te blijven en dat geldt zeker voor Van den Berk – in oppervlakte de grootste van het land. ‘In Duitsland vinden ze bomen al snel exotisch, wij durven in te spelen op trends. Daarin lopen we volgens buitenlandse tuinarchitecten voorop.’

Bomen zijn aan mode onderhevig. Een soort die nu niet aan te slepen is, kan over vijf jaar onverkoopbaar zijn. De ooit populaire Paardenkastanje is nu bijvoorbeeld uit de gratie, vanwege een mot die het blad aantast. ‘Mijn oom zegt altijd: het is goud, of het is brandhout.’

De land- en tuinbouw, omgedoopt tot Flowers & Food, is door het Innovatieplatform aangewezen als een van de vijf groeisectoren voor de komende decennia. Binnen de tuinbouw springt de boomkwekerij eruit als een bedrijfstak waar het uitstekend gaat. De omzet stijgt en de branche is zeer internationaal georiënteerd. Volgens het innovatieplatform moet de Nederlandse economie voortbouwen op bestaande kwaliteiten en tradities. Een bedrijf als Van den Berk moet een voortrekkersrol vervullen en de export aanjagen.

De wortels van Van den Berk liggen in de jaren veertig van de vorige eeuw. Toen begon opa Van den Berk, veehouder, in de avonduren een populierenkwekerijtje. Nu is zijn kwekerij uitgegroeid tot een van de grotere van Europa, met 1.600 soorten bomen, 450 hectare grond en een jaaromzet van circa 13 miljoen euro.

Derde generatie
Johan van den Berk is met zijn broer en nichten de derde generatie eigenaren. Van den Berk levert loof- en parkbomen aan overheden en bedrijven in binnen- en buitenland, maar ook nog steeds aan particulieren, waaronder de eigenaresse van het Britse kasteel waar Harry Potter is verfilmd.

Voor de nabije toekomst is Oost-Europa de grootste groeimarkt. ‘Men kent groen daar vooral van voedselproductie, maar nu het economisch beter gaat, zijn loofbomen in opkomst.’ Kwekers moeten wel hun assortiment aanpassen, want bomen die het hier goed doen, vallen daar niet in de smaak. ‘Oost-Europeanen houden van felle, knallende kleuren. Wat hier in de jaren tachtig populair was, is het daar nu.’

Hoewel Van den Berk al in Kazachstan, Kirgizië en China heeft geleverd, zal handel met Azië in de toekomst lastig blijven. Uit angst voor bodemziektes is het verboden grond naar andere continenten te exporteren. ‘Dan moeten we de kluit uitspoelen en ontsmetten, en met het formaat bomen dat wij leveren, is dat niet mogelijk.’ Klimaatverschillen zijn een ander obstakel – Nederlandse loofbomen doen het niet in de tropen, zodat kwekers gebonden zijn aan landen in ongeveer dezelfde klimaatzone.

Mobiele boom
Over dertig jaar zullen mobiele bomen heel gewoon zijn. Voor een stationsplein in Tilburg leverde Van den Berk al bomen in verplaatsbare bakken. ‘Als er een evenement is, haalt de gemeente ze even weg.’ Nu staat dat systeem nog in de kinderschoenen. ‘Als je twee weken geen water geeft, gaat-ie dood.’ Maar klantvriendelijke varianten zijn in opkomst: op het stationsplein in Apeldoorn staan dennen in vaste bakken met een automatisch bewateringssysteem. Voor consumenten komt daarmee een boom op een dakterras binnen bereik.

Qua innovatie heeft Nederland een enorme voorsprong op de Verenigde Staten, merkte Van den Berk toen hij meeliep bij een megakwekerij in Oregon. ‘Daar werkten vijfhonderd Mexicanen tegen zulke lage lonen dat alles met de schop gebeurt.’ In Nederland gebeurde vroeger ook bijna alles met de hand. De kleine Johan verdiende zo een extra zakcentje. ‘Wild opschot van de stammen halen voor een gulden per rij.’

Zijn vader en oom bedachten zelf hun eerste machine om bomen te rooien. Die is inmiddels vervangen door de eveneens in eigen beheer ontworpen mammoetrooimachine, een tankachtige verschijning met een enorme, cilindervormige schop. ‘Die kan een kluitdoorsnee aan tot 2,5 meter. Om zo’n boom uit te graven, waren we vroeger een halve dag bezig met een schop, nu drie minuten.’

Het klassieke plantseizoen speelt zich af tussen oktober en mei, als de bomen bladloos zijn. In de toekomst zal levering het hele jaar mogelijk zijn. Dankzij nieuwe uitvindingen als kokoskluiten met bioplastic kan tegenwoordig in theorie al in de zomer worden geplant. ‘Het is nog lastig, maar het kan wel’, relativeert hij.

Schaalvergroting zal de komende decennia de Nederlandse boomkwekerij beheersen: eenpitters worden overgenomen door bedrijven met een groot aantal hectare grond.

Nieuwe technieken om bomen in potten en containers te kweken, maken de branche flexibeler: een kweker is nu niet meer gebonden aan een bepaalde grondsoort. Van den Berk loopt in Sint Oedenrode tegen haar grens aan. Om als Nederlandse kweker te kunnen doorgroeien, moest het bedrijf de grens over. In 2005 werden twee vestigingen in Duitsland geopend: goed bereikbaar en de grond is er goedkoper dan in Nederland.

Groene tijdgeest
Natuurlijk merkt Van den Berk de gevolgen van de recessie. Maar er is een voordeel: de tijdgeest is groen. Vooral overheden willen daarvoor betalen. Bomen worden ingezet tegen milieuvervuiling: met name naaldbomen blijken geschikt voor het wegfilteren van fijnstof. Tegelijkertijd kan klimaatverandering voor kwekers grote uitdagingen met zich meebrengen. ‘Als het een paar graden warmer wordt, kunnen beuken hier al in de problemen komen’, weet hij.

Daarmee komen nieuwe soorten in beeld. Vroeger werden die soms bij toeval ontdekt, zoals de Chinese Watercipres. ‘Dat is een levend fossiel, uit de tijd van het Krijt. Rond 1940 werden daar in China nog drie exemplaren van gevonden.’ Deze soort is nu populair in West-Europa. Maar de kans op zo’n toevalstreffer wordt kleiner. Dus komt het ook hier op innovatie aan. De kwekerij ontwikkelde zelf drie nieuwe soorten, waaronder een boomhazelaar, de Corylus colurna Van den Berk Obelisk. ‘Het heeft twintig jaar gekost voordat we erin slaagden die te vermenigvuldigen.’

Meer over