Economie

Nederlandse boeren breken opnieuw exportrecord, ongehinderd door stikstofbeleid

Ondanks de grote maatschappelijke druk om minder intensief te boeren, heeft de agrarische sector in Nederland vorig jaar wederom een exportrecord gebroken. Dankzij een groeiende productie en wereldwijde prijsstijging van veel agrarische producten, is de de totale export met bijna 10 procent gestegen.

Tjerk Gualthérie van Weezel
Bloemenvelden in de buurt van Lelystad. Een deel van de bloemen zit nog onder plastic om de bloemen extra warmte te geven. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant
Bloemenvelden in de buurt van Lelystad. Een deel van de bloemen zit nog onder plastic om de bloemen extra warmte te geven.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Dat blijkt uit het jaarlijkse onderzoek naar de agrarische sector door de Universiteit Wageningen en het Centraal Bureau voor de Statistiek (CBS). In totaal werd er voor een bedrag van 104,7 miljard euro aan landbouwgoederen geëxporteerd (een groei van 9,4 procent). De import steeg intussen ook met 9,9 procent tot 72,4 miljard.

Op bijna alle fronten groeide de export door herstel van de wereldeconomie, zegt Gerben Jukema die als onderzoeker bij het rapport betrokken was. ‘Er was weer meer vraag naar veel agrarische producten. De gestegen prijs voor soja en granen zorgde er verder voor dat ook vlees en zuivel duurder werden. Dat duwde het exportbedrag ook omhoog.’

De grootste bijdrage komt van de Nederlandse siertelers. Zij zijn binnen de agrarische sector al jarenlang de grootste exporteurs en 2021 was voor hen een uitzonderlijk goed jaar. Samen verkochten zij voor 12 miljard euro aan bloemen, planten en bomen aan het buitenland, een kwart meer dan het jaar ervoor. Dat is een logisch gevolg van de coronapandemie, zegt Jukema. ‘Wereldwijd hebben mensen lockdowns aangegrepen om in hun tuin te investeren. En corona geeft ook aanleiding om wat vaker een bloemetje te kopen. Voor thuis op tafel, maar ook voor de vele mensen die het in deze tijd tegen zit.’

Grenzen

‘Ik ben diep onder de indruk’, zegt Henk Staghouwer, die als nieuwe minister van Landbouw namens de Christen-Unie vooral tot taak heeft de Nederlandse landbouw duurzamer en milieuvriendelijker te maken. Zijn reactie balanceert dan ook tussen het bejubelen van de ‘kennis en kunde’ van de Nederlandse boeren en de waarschuwing dat de huidige landbouw tegen de grenzen is aangelopen. De oplossing ziet hij daarbij niet zozeer in het exporteren van meer producten, al kan ‘de Nederlandse agrosector binnen de grenzen van wat mogelijk is blijven produceren voor de wereld’. Staghouwer hoopt vooral dat Nederlandse agrariërs hun ‘kennis en kunde’ kunnen exporteren naar andere landen.

Onder Staghouwers voorganger en partijgenoot Carola Schouten werd vooral veel gesproken over kringlooplandbouw. Maar dat woord komt in het 124 pagina’s tellende rapport van Wageningen en CBS niet voor. ‘Een hele heldere definitie is er ook niet’, zegt onderzoeker Gerben Jukema. Het feit dat Nederland meer verdient aan de export van vlees (een groei van 6,5 procent), en melk en boter (6 procent), zou als een voorbeeld van minder kringloop gezien kunnen worden. Het bewijst immers dat de intensieve veehouderij in Nederland vlees produceert dat vervolgens honderden kilometers verderop pas op een bord beland. ‘Maar veel van die export gaat naar landen direct om ons heen’, relativeert Jukema. ‘De export naar verre landen nam juist af.’

Stikstofbeleid

Veel beleid om stikstofuitstoot terug te dringen is er onder Schouten nog niet tot stand gekomen. Wel was er een stoppersregeling voor varkensboeren. Maar of die een groot effect heeft gehad op het exportcijfer, is volgens Jukema moeilijk te zeggen. ‘De totale export van varkensvlees leverde wel minder op, maar dat had vooral te maken met verminderde vraag uit Azië nadat daar eerder door varkenspest juist veel vraag was.’

‘Als een volgend kabinet veel maatregelen zal nemen om stikstof terug te dringen gaan we dat uiteindelijk natuurlijk wel in de handelscijfers zien’, zegt Jukema’s collega-onderzoeker Petra Berkhout. ‘Dan kunnen we inderdaad verwachten dat export van zuivel en vlees zal teruglopen.’

Dat zo’n ontwikkeling misschien goed is voor de leefbaarheid van Nederland, wil intussen niet zeggen dat de wereld als geheel ook beter af is, benadrukt Berkhout. In het buitenland zijn de milieuregels voor boeren lang niet altijd zo streng als in Nederland. Dat verklaart onder meer waarom er in Nederland niet alleen veel eieren worden geëxporteerd, maar tegelijkertijd ook veel geïmporteerd. ‘De export bestaat vooral uit eieren die voldoen aan een keurmerk. De import komt van kippen die minder goede omstandigheden hebben en worden afgenomen door voedselindustrie.’

Meer over