Nederland krijgt variant op Lombard

De inhoud van de monetaire gereedschapskist van De Nederlandsche Bank wordt volgende week vernieuwd. Een van de nieuwe instrumenten in de kist is een nieuw rentetarief voor zeer kortlopend krediet aan de banken: de marginale voorschotrente....

Van onze verslaggever

AMSTERDAM

Het monetaire beleid komt erop neer dat de geldmarkt, waar financiële instellingen hun overschotten uitzetten of hun tekorten proberen te dekken, door De Nederlandsche Bank kunstmatig krap wordt gehouden. Dat gebeurt door de verplichte geldmarktkasreserve, die de banken moeten aanhouden bij de centrale bank.

Daarnaast kunnen de banken tegen de voorschotrente, het bodemtarief op de geldmarkt, geld opnemen, maar de omvang van de voorschotten is gemiddeld genomen altijd onvoldoende. Daardoor moeten de banken altijd een beroep doen op aanvullende kredieten, de speciale beleningen tegen een door de centrale bank vastgesteld tarief.

Hiermee stuurt De Nederlandsche Bank de geldmarktrente, ten einde de waarde van de gulden ten opzichte van de Duitse mark op peil te houden. Als deze korte rente te laag is, ruilen beleggers hun tegoeden in guldens om in andere, beter renderende valuta's en komt de koers van de gulden onder druk. Is de geldmarktrente te hoog, dan stijgt de koers van de gulden, evenmin een teken van stabiliteit.

Aan de doelstelling - een stabiele gulden - verandert niets, maar de oude monetaire instrumenten moeten worden aangevuld en vernieuwd nu de Europese Centrale Bank (ECB) op 1 januari 1999 het monetaire beleid overneemt. Hoe de gereedschapskist van de ECB eruit gaat zien, is nog een open vraag, maar zeker is wel dat die er anders uit gaat zien dan het instrumentarium van De Nederlandsche Bank.

Daarentegen is het waarschijnlijk dat de ECB goed zal kijken naar de Duitse situatie. Vandaar dat het Nederlandse monetaire instrumentarium veel gaat lijken op dat van de Bundesbank.

Onder het nieuwe regime verandert het karakter van de kasreserve, die voortaan alle financiële instellingen, ook de kleintjes, moeten aanhouden. De huidige kasreserve heeft een vaste omvang gedurende een bepaalde looptijd, maar de nieuwe heeft een vooraf vastgestelde, gemiddelde omvang voor een periode van vier of vijf weken. Die omvang komt voor de 35 dagen vanaf 23 mei uit op 4.045,7 miljoen gulden, zo maakte De Nederlandsche Bank dinsdag bekend.

Daarnaast komen er drie kredietfaciliteiten waarmee de banken hun tekorten kunnen aanvullen. De huidige voorschotregeling wordt omgezet in vaste voorschotten met een looptijd, naar keuze van elke bank, van tussen één en drie maanden. De omvang van deze voorschotten is vanaf 23 mei tot 29 mei 1998 (371 dagen) geprikt op 5.013 miljoen gulden. De rente op deze voorschotten bedraagt 2,5 procent, de huidige voorschotrente.

De nieuwe marginale voorschotten - de Duitse Lombard - zijn bedoeld voor zeer kortlopend krediet aan de banken. De rente op deze leningen van één of enkele dagen heeft De Nederlandsche Bank vastgesteld op 4,5 procent en dat is onder normale omstandigheden ook het plafond van de rente op de geldmarkt.

Het instrument van de speciale beleningen blijft bestaan. De beleningsrente zal de centrale bank ergens tussen de bodem en het plafond situeren. Met het huidige tarief van 2,9 procent is dat inderdaad het geval. Met de vaststelling van de beleningsrente blijft De Nederlandsche Bank echter een signaal afgeven over het passende monetaire beleid op een bepaald moment en in een gegeven situatie.

Ook De Nederlandsche Bank moet nog oefenen met het nieuwe gereedschap. Als de bank de speciale beleningen zo krap toewijst dat een groot deel van de banken een beroep moet doen op marginale voorschotten, gaat de rente op de geldmarkt omhoog. En omgekeerd: bij een te ruime toewijzing zal de korte rente wegzakken. Zulke fluctuaties zijn een aanwijzing dat de centrale bank zich verkeken heeft.

Meer over