Nazi-geheimen in de papierversnipperaar

Werkstudent Christopher Meili zag tijdens zijn ronde als nachtwaker in een Zwitserse bank wel erg oude documenten bij de papierversnipperaar liggen....

De avond van woensdag 8 januari van dit jaar leek een gewone dienst te worden voor Christopher Meili, student aan de economische hogeschool in Zürich en sinds drie jaar werkzaam als nachtwaker om de kost te verdienen voor hemzelf, zijn vrouw en twee kinderen. Het beveiligingsbedrijf waarvoor hij werkte, Wache AG, had hem als werkplek de Union Bank of Switzerland (UBS) in de Bahnhofstrasse toegewezen - een deels onderaards labyrint waar de geheimen van de rijken der aarde liggen opgeslagen. In een gemiddelde nachtdienst legde Meili op zijn ronden liefst 35 kilometer af.

'Het was een zware, verantwoordelijke baan. Je moest er op letten dat niemand van de klanten of het personeel in het gebouw iets onoorbaars deed en in de gaten houden of er niet ergens brandalarm was. Je moest ieder hoekje en gaatje van het gebouw kennen en blindelings je weg kunnen vinden in de ondergrondse gangen. Voor elke valse melding aan brandweer of politie kon de bank duizend frank boete krijgen', aldus Meili.

Sinds vorige week verblijft de verlegen, 29-jarige jongeman in New York en wordt hij voor interviews van de ene televisiestudio naar de andere gesleept. De vragen die hem worden gesteld gaan over beloningen van joodse organisaties, een boom die ter ere van hem geplant zou worden in de Laan van de Rechtvaardigen, een nieuw bestaan in de Verenigde Staten en de hoop op een verblijfsvergunning.

Met Meili heeft het nazi-goudschandaal een held van vlees en bloed gekregen. Banken in het neutrale Zwitserland wasten tijdens de Tweede Wereldoorlog door de nazi's geroofd goud wit en hielden joodse banktegoeden achter. Voordat Meili die nacht in januari in het hoofdkantoor van de UBS een aantal vergeelde grootboeken redde van de papierversnipperaar, was de rol van de Zwitserse banken in de Tweede Wereldoorlog al enige tijd onderwerp van heftige discussie. Onder druk van joodse organisaties, die onder meer hadden gedreigd met een wereldwijde boycot van Zwitserse banken, had de Zwitserse regering toegegeven dat ze nog een schuld had in te lossen. De onderhandelingen over de uit te keren bedragen verliepen echter zeer moeizaam. Sommige overlevenden van de holocaust beweren dat het in totaal gaat om niet minder dan zeven miljard dollar aan nooit opgevraagde tegoeden, maar dit wordt door de banken ontkend.

Meili, die niet joods is, had de kwestie gevolgd via de kranten en de televisie. Daardoor wist hij toevallig dat er sinds december een wet bestond die de vernietiging van oorlogsdocumenten strafbaar stelde. Maar hij was er niet echt mee bezig, druk als hij het had met zijn werk, studie en gezin; door zijn baan als nachtwaker zag hij zijn 26-jarige Italiaanse vrouw Giuseppina en zijn kinderen Mirjam (4) Davide (2) minder dan hem lief was.

Maar toen kwam die bewuste 8 januari. 'Ik liep mijn ronde, waarbij ik ook altijd in de ruimte kwam waar de papierversnipperaar stond. Het is een zaal zo groot als een zwembad, vol met kisten, een grote papierversnipperaar, een lopende band en machines die de snippers in balen verpakken. Meestal liggen er in de verrijdbare containers bij de versnipperaar computeruitdraaien en ander 'nieuw' papierafval.

'Maar die keer waren twee containers volgestapeld met ouderwetse grootboeken en andere op het oog oude documenten. Toen ik beter keek, zag ik dat een deel van het materiaal afkomstig was van de Eidgenössische Bank, een staatsbank die vlak na de oorlog is opgeheven. Ik vond het op z'n zachtst gezegd vreemd om archiefstukken van die bank bij ons in de papierversnipperruimte aan te treffen.'

Ook zag hij twee dikke, zwarte, gebonden boeken van A3- formaat met debet- en creditkolommen die gedateerd waren vanaf februari 1945. 'Er was nog een boek met, als ik het me goed herinner, het opschrift '1817-1926'. Verder vond hij inventarislijsten van Duitse bedrijven als Farben en Loch.

'Veel tijd om te bedenken wat ik moest doen had ik niet. Om precies te zijn twintig minuten, want als ik dan de ruimte niet verlaten had, zou er een alarm zijn afgaan. Ik besloot om wat van de documenten mee te nemen. Achteraf weet ik niet meer of ik toen al besefte dat ze weleens met de nazi-goudaffaire te maken konden hebben. In elk geval had ik het sterke vermoeden dat ze historische waarde hadden.'

Alvorens de versnipperruimte te verlaten met 59 vergeelde vellen verborgen onder z'n uniformjasje, nam Meili nog snel even de documenten door die hij moest achterlaten. De grootboeken bevatten lijsten met adressen in Berlijn - mogelijk panden waarop in de jaren dertig en veertig een hypotheek rustte. 'Er waren ook oude aandelen bij van Duitse bedrijven als de Bayerische Sodafabrik (BASF) en iets uit 1893 over de financiering van de eerste Gotthart-tunnel. Dat leek me een interessant document dat eigenlijk thuishoorde in het Zwitserse nationale archief.'

De volgende ochtend liet hij Giuseppina de papieren zien die hij uit het UBS-gebouw gesmokkeld had, en al snel drong het tot hen door dat het weleens een heel belangrijke ontdekking zou kunnen zijn. Giuseppina: 'Christopher en ik hebben uren zitten delibereren wat we met de documenten zouden doen. Uiteindelijk besloten we om ze aan een joods iemand te laten zien.

'Alleen kenden we helemaal geen joden. Christopher belde de Israëlische ambassade in Bern en daar zeiden ze dat we ze maar op moesten sturen of langsbrengen. Dat zagen we niet zo zitten, en ten slotte besloten we om ze naar een belangrijke joodse organisatie in Zürich te brengen.'

Toen Meili de nacht daarop zijn ronde liep, zag hij dat al het andere materiaal reeds was vernietigd. 'Ik dacht dat ik er niks meer van zou horen; misschien waren de documenten die ik bij de joodse organisatie had afgegeven bij nader inzien wel van geen enkele waarde. Maar toen belde de politie. Die vertelde dat de papieren bij hen waren afgeleverd en ik werd verzocht om naar het bureau te komen. Daar ben ik vijf uur lang ondervraagd.

'De politie bond me op het hart vooral niet met de pers te praten. Maar gelukkig had de joodse organisatie al een persconferentie aangekondigd voor de volgende dag vier uur. Om elf uur trommelden de politie en de bank de media op om te vertellen dat de documenten totaal onbelangrijk waren, maar dat deed de belangstelling voor de persconferentie van vier uur slechts toenemen.'

Inderdaad bleken de documenten - die nog steeds in handen zijn van de Zwitserse politie - betrekking te hebben op nazi-tegoeden, hoewel niet vaststaat of deze gestolen waren van holocaust-slachtoffers.

Gian Trepp, een Zwitserse journalist die vier boeken op zijn naam heeft staan over de duistere praktijken van het Zwitserse bankwezen, waaronder een geschiedenis van de UBS, meent dat Meili's ontdekking van groot belang is. 'Verscheidene Zwitserse banken knoopten in de jaren dertig nauwe banden aan met Duitsland. Ze verbonden hun lot aan dat van de nazi's. De Eidgenössische, indertijd een van de grootste financiële instellingen van het land, was er een van. Dit betekent dat alles wat te maken heeft met de Eidgenössische Bank verband kan houden met de holocaust. Met andere woorden: geen enkele van deze stukken had de papierversnipperaar in gemogen.'

Aan het overzichtelijke leventje van de onopvallende werkstudent was in ieder geval een abrupt einde gekomen. Het beveiligingsbedrijf, dat hem een maandsalaris van 5000 Zwitserse frank betaalde, ontsloeg hem wegens schending van het in hem gestelde vertrouwen. Maar ook begon hij scheld- en dreigbrieven te ontvangen.

'Na de eerste publicaties over wat ik had gedaan stroomden de brieven binnen', vertelt Meili. 'Ik kreeg zo'n 55 brieven van mensen die hun waardering uitspraken en 35 waarin ik werd bedreigd. Ook telefonisch werden we met de dood bedreigd, niet alleen ikzelf maar ook onze kinderen. Dat laatste was het ergste. Je kunt kinderen nu eenmaal niet de hele dag in huis opsluiten.'

Hij en zijn vrouw, die nauwelijks een woord Engels spreken, vertrouwen nu voor hun toekomst geheel op joodse leiders in de Verenigde Staten. 'Voorheen was er geen haar op ons hoofd die erover dacht om zo ver van onze familie te gaan wonen,' zegt Giuseppina. 'Maar nu staat voor ons vast dat we ons omwille van de veiligheid van onze kinderen in het buitenland moeten vestigen, in Amerika of Israël. We durven niet meer terug naar Zwitserland en het geld dat we van de mensen hier hebben gekregen, is alles wat we bezitten.'

De overtocht van het gezin is betaald door Boys Town Jerusalem, een Amerikaanse stichting, en de Jewish Anti-Defamation League heeft 36 duizend dollar voor hen bijeengebracht. Een week na aankomst in de VS zijn Meili al zo'n dertig banen aangeboden. 'Ik kan aan de slag als bouwvakker, matroos, boekhouder en - uiteraard - nachtwaker. Na televisie-interviews kregen we allerlei hulp aangeboden en zelfs woonruimte. Het enige waar we nog op wachten is een verblijfsvergunning.' De New-Yorkse advocaat Ed Fagan is druk bezig de immigratieprocedures voor het echtpaar te versnellen.

Eerder deze maand werden de Meili's uitgenodigd voor een speciale zitting van de bankcommissie van de Senaat in Washington. De Republikeinse senator Alfonse D'Amato, die zich inzette voor de komst van de Meili's naar de VS, ging tijdens de zitting in op een Amerikaans regeringsrapport over de teruggave, na de oorlog, van het door Zwitserse banken beheerde nazi-goud. Dit rapport is onder meer gebaseerd op een miljoen pagina's aan geheime documenten van de Amerikaanse inlichtingendienst.

Het rapport werd in opdracht van Clinton geschreven onder leiding van de Amerikaanse onderminister van Handel Stuart Eizenstat, nadat de Zwitserse autoriteiten in eerste instantie weigerden schadevergoeding te betalen aan joden wier familie voor de oorlog een rekening had bij een van de Zwitserse banken.

Het Eizenstat-rapport toont aan hoe gewetenloos Zwitserland en andere neutrale staten zich tijdens de Tweede Wereldoorlog hebben verrijkt en hoe coulant de VS hen na 1945 behandelden vanwege hun strategische belang, onder meer in de Koude Oorlog.

Zwitserland diende tijdens de Tweede Wereldoorlog niet alleen als spionagenest voor de geallieerden, het was ook de bankier van de nazi's, waardoor deze in staat waren op de internationale markt wapens, munitie, aluminium en landbouwproducten te kopen. Verder noemt het rapport Zweden als leverancier van ijzererts en kogellagers aan Duitsland; Portugal en Turkije verschaften de Duitse oorlogsindustrie respectievelijk wolfraam en chroom.

De commissie-Eizenstat levert ook kritiek op de rol van de Verenigde Staten omdat deze zich nooit serieus hebben ingespannen om ervoor te zorgen dat door de nazi's geroofde bezittingen bij de rechtmatige eigenaren terugkwamen. Het grootste deel van het goud dat de Duitsers uit de bezette landen roofden - met een totale waarde van 580 miljoen dollar (huidige waarde 5,6 miljard) - bevond zich aan het eind van de oorlog in de kluizen van de Zwitserse Nationale bank. Het ging om een tegenwaarde van 400 miljoen dollar. Niet meer dan 58 miljoen dollar daarvan werd teruggegeven aan de rechtmatige eigenaren.

Meili heeft ervoor gezorgd dat alle ogen op Zwitserland gericht zijn, of dit nu tot teruggave van de tegoeden leidt of niet. Door zijn actie is gebleken dat de banken van dat land nog altijd proberen om mogelijke bewijzen omtrent hun dubieuze rol in de Tweede Wereldoorlog te elimineren. D'Amato wees er tijdens de hoorzitting van de Senaat op dat de archivaris die opdracht gaf tot vernietiging van de stukken nog steeds in functie is, hoewel de UBS dit ontkent.

D'Amato: 'Als de wijze waarop Meili is behandeld een indicatie is voor de bereidheid van de Zwitserse regering om de waarheid aan het licht te brengen, is er weinig reden voor optimisme. Terwijl ze zeggen dat ze de archieven doorspitten om zoveel mogelijk gegevens boven tafel te krijgen, stoppen ze belangrijke documenten in de versnipperaar. Dit is een grof schandaal.'

De Meili's en hun kinderen kunnen nog maar nauwelijks bevatten wat er gebeurd is. Christopher: 'Toen ik die papieren meenam, kon ik niet bevroeden dat doodsbedreigingen en een gedwongen vertrek naar de Verenigde Staten het gevolg zouden zijn. Nee, daar heb ik echt geen moment bij stilgestaan.'

The Guardian - de Volkskrant 1997

vertaling: Harrie van der Meulen

Meer over