Nazi-buit na 50 jaar op veiling

De nazi's bellen aan - want ze komen de baron arresteren - de butler doet open. 'Mijnheer zit aan tafel', zegt deze....

Van onze verslaggever Eric van den Berg

Zo moet het ongeveer zijn gegaan: Wenen, 12 maart 1938, enkele uren nadat Duitse troepen de grens waren overgestoken. En als we dan de overlevering nog iets langer voor waar aannemen, moet de cel van de joodse baron er prachtig uit hebben gezien. Van huis had hij wat kunstwerken, tapijten en orchideeën meegenomen.

De nazi's legden beslag op de eigendommen van het beroemde bankiersgeslacht. Ze roofden het paleis van Louis aan de Prinz-Eugen-Strasse maar ook het onderkomen van zijn al gevluchte broer Alphonse aan de Theresianumgasse leeg. De historicus William Shirer, voor de CBS destijds in Wenen, schrijft in zijn Berlin Diary dat hij op straat bijna botste met SS-officieren die de Rothschild-huizen hadden geplunderd: 'De een had een schilderij met gouden lijst onder zijn arm. Een ander, de commandant, had zijn armen vol met zilveren messen en vorken, maar geneerde zich niet.'

Zestiende-eeuwse manuscripten, zeventiende-eeuwse schilderijen, achttiende-eeuwse meubels - een vermaarde collectie, in de negentiende eeuw opgebouwd door baron Albert von Rothschild (1836-1905, vader van Louis en Alphonse) en baron Nathaniel von Rothschild (1844-1911, oom). Volgens officiële lijsten haalden de nazi's 919 objecten uit het huis van Louis, 3444 uit het huis van Alphonse.

Een deel van deze buit wordt volgende week donderdag geveild bij Christie's in Londen, zo hebben de erven besloten. Met gekromde tenen zullen directeuren van Oostenrijkse musea de veiling van de topstukken aanschouwen. Directeur Wilfried Seipel van het Kunsthistorischen Museum in Wenen zal waarschijnlijk toe moeten zien hoe anderen er vandoor gaan met schilderijen die decennialang in zijn museum hebben gehangen. Zo heeft hij geen geld om zelf Frans Hals' Portret van Tieleman Roosterman (1634) terug te kopen: dit schilderij gaat acht à elf miljoen gulden kosten.

De 224 stukken uit de collectie zullen samen zo'n tachtig miljoen gulden opbrengen, verwacht Christie's. Een gebedenboek uit 1510-1515 met miniaturen staat genoteerd voor ruim zes miljoen gulden, een commode die in 1784 nog bij Louis XVI in Fontainebleau in de kamer stond gaat weg voor naar schatting acht miljoen.

Het veilighuis, dat spreekt van 'de belangrijkste collectie van één eigenaar die ooit op de Londense markt is gekomen', dankt de Oostenrijkse regering voor haar 'verlichte' opstelling. Nog maar enkele maanden geleden besloot Oostenrijk het exportverbod op te heffen en de collectie terug te geven aan de rechtmatige eigenaars; die besloten vrijwel onmiddellijk de werken te verkopen.

Een vijftig jaar lange strijd was hieraan voorafgegaan. Al direct na de W.O. II eiste de familie haar eigendommen terug. Maar dat ging niet zomaar, Oostenrijk wilde de topstukken (die de Führer het liefst in zijn eigen museum in Linz had gezien) niet kwijt.

Louis von Rothschild, die naar New York was verhuisd nadat hij zich uit de cel had vrijgekocht, stuurde in 1946 een lijst met de werken die van hem waren, maar kreeg van de conservator van het Kunsthistorischen Museum te verstaan dat deze 'zonder twijfel tot het Oostenrijkse kunstbezit zouden blijven behoren', ontdekte de krant Der Standard in februari. Een deel van het Rothschild-bezit kon de baron uiteindelijk wel terugkrijgen, maar dan moest hij vrijwillig afstand doen van twee portretten van Hals, een Cuyp en een Hobbema. En zo geschiedde. De schilderijen hebben tot voor kort altijd in het Weense Museum gehangen.

Clarice von Rothschild, de weduwe van Alphonse (in 1942 in Parijs door de nazi's vermoord), verging het eender. Zij kon het grootste deel van de eigendommen terugkrijgen, maar dan moest ze wel zes topstukken 'cadeau doen' aan de Oostenrijkse staat: Hals, Metsu, Van Ostade, Tiepolo, Wynants, Van Laer. De Tiepolo kreeg ze uiteindelijk, maar dan moest ze wel twee andere schilderijen alsmede een aantal wapens, medaillons, muziekinstrumenten en lantaarns afstaan. Ze had geen keus.

De Oostenrijkse regering heeft deze 'immorele' daad rechtgezet, 'heeft gedaan wat ze moest doen', aldus minister van Cultuur Elisabeth Gehrer in april: de onrechtmatig toegeëigende kunstwerken en -objecten teruggeven aan de nog levende Rothschilds. 'Onze verantwoordelijkheid is voorbij, het is aan de familie wat er verder gebeurt.'

'Het is niet logisch de collectie te houden', zegt Bettina von Rothschild, de kleindochter van Albert (en achternicht van Nathaniel), in The New York Times. Hoewel het 'haar hart breekt', besloot ze samen met haar twee kinderen, een nicht en een neef het erfgoed op te splitsen.

'We leven nu heel anders dan mijn ouders', zeg de 75-jarige barones, die in de oorlog naar Amerika vluchtte, maar nu weer in Oostenrijk woont. 'De beveiliging is een angstaanjagend probleem, de verzekering is onbetaalbaar. En voor dit soort Frans meubilair uit de achttiende eeuw heb je een butler nodig en twee werksters die constant aan het poetsen zijn. Zo leven we nou eenmaal niet.'

De collectie van de baronnen Nathaniel en Albert von Rothschild wordt donderdag 8 juli geveild bij Christie's in Londen.

Meer over