Mooie Duitse cijfers zeggen nog weinig

Er komen mooie cijfers naar buiten over de Duitse economie. Maar het is te vroeg om te zeggen dat het nu weer echt de goede kant opgaat.

Van onze verslaggever Ayolt de Groot

De Duitse export is in mei met 0,3 procent gestegen, bleek donderdag. Het lijkt het derde teken binnen een week dat de grootste economie van Europa de bodem van de recessie heeft bereikt. Dinsdag werd al bekend dat de fabrieksorders in Duitsland in mei met 4,4 procent zijn toegenomen. Met 3,7 procent liet de industriële productie in dezelfde maand zelfs de sterkste stijging in zestien jaar zien, zo bleek een dag later.

Heeft Duitsland de weg naar boven weer gevonden?

Nico Klene, econoom bij ABN Amro, houdt een flinke slag om de arm. Hij schrijft de positieve cijfers toe aan een opleving in de voorraadcyclus: ‘Toen in september de Amerikaanse zakenbank Lehman Brothers omviel, trapten bedrijven hard op de rem’, legt hij uit. ‘Kredietstromen droogden op. Bedrijven moesten hun orders afzeggen om geld vrij te maken, en besloten voorlopig in te teren op hun opgebouwde voorraden. Daardoor klapte de productie hard in. Bedrijven komen er nu achter dat ze te ver zijn doorgeschoten; de voorraden moeten nu weer worden aangevuld.’

Shahin Kamalodin, Duitsland-specialist bij de Rabobank, sluit zich daarbij aan. ‘Bedrijven hebben in september de omvang van de krimp overschat. Iedereen voorzag een soort einde-van-de-wereld-scenario. Nu blijkt de vraag toch nog op een hoger peil te liggen dan gedacht. Maar het niveau is nog altijd zeer laag.’

Duitsland werd in september extra hard geraakt door de instortende orderaantallen omdat het land een grote industriële sector heeft, zegt ABN Amro-econoom Klene. Logischerwijs is Duitsland nu ook het land waar de voorraden als eerste weer moeten worden aangevuld en waar de lichtpuntjes dus als eerste zichtbaar zijn.

Klene ziet het voorraadeffect ook in andere delen van de wereld optreden, met name in Azië: ‘De graadmeter die de economische activiteit in de industrie weergeeft, liep daar in het begin van de crisis ook snel terug, maar staat nu alweer boven de evenwichtswaarde van 50. Dat duidt op groei.’

Beide economen zijn het erover eens dat het nog veel te vroeg is om te kunnen zeggen of de Duitse zonnestralen het begin inluiden van een structurele opleving. Kamalodin: ‘Na acht maanden waarin de industriële productie alleen maar is afgenomen, is dit pas de eerste maand van herstel. Bovendien, het niveau van de Duitse productie ligt nog altijd 18 procent lager dan in dezelfde maand vorig jaar.’

‘De onzekerheid is nog steeds gigantisch’, vervolgt Kamalodin. ‘De industrie is belangrijk voor Duitsland, maar het is natuurlijk slechts één sector van de economie. De vraag is of de consumptie en de investeringen ook gaan aantrekken, of dat we straks weer terugglijden naar een periode van krimp.’

Wat de consumptie betreft, is de Rabobank-econoom nog weinig optimistisch: ‘De werkloosheid in Duitsland zal dit jaar nog verder oplopen. De groei van de consumptie zal niet snel herstellen.’

Duitsland loopt met de publicatie van zijn cijfers voor op andere Europese landen. Vandaag blijkt of Nederland het spoor van Duitsland heeft kunnen volgen, als het CBS met de productiecijfers komt.

Meer over