De KwestiePeter de Waard

Moet de beurs in Amsterdam weer oranje likje krijgen?

De KLM is niet het enige Nederlandse bedrijf dat zucht onder een Frans juk. De Amsterdamse beurs is al sinds 2000 onderdeel van een bedrijf dat soms bedoeld lijkt de Franse grandeur in de financiële wereld uit te dragen.

De 414 jaar oude Amsterdamse beurs is onderdeel van Euronext, een pan-Europese beurzenorganisatie waarin de voormalige Paris Bourse de boventoon voert. Naast Amsterdam heeft Euronext ook op de beurzen van Brussel, Lissabon, Dublin en Oslo een tricolore laten wapperen.

In 2013 riep de beleggersvereniging VEB op de Amsterdamse beurs maar weer te verzelfstandigen, omdat die – net als de KLM – zijn eigen lot niet meer in handen had. Het opgaan in een pan-Europees vehikel met de naam Euronext was in de ogen van de VEB ‘geen gelukkige greep geweest’.

‘Het zou beter zijn als Amsterdam zich afsplitst en met de hulp van een aantal grote Nederlandse financiële partijen, zoals banken en pensioenfondsen, zelfstandig verder gaat’, bepleitte toenmalig VEB-directeur Jan Maarten Slagter. Hij vond dat de beurs een doorgangshuis was voor internationale bedrijven die net zo veel met Nederland ophadden als een Servische back met PSV.

Alleen bleek al gauw dat banken en pensioenfondsen geen zin hebben tientallen miljoenen in een verzelfstandiging te steken, ook omdat het gepaard zou gaan met enorme ict-kosten in handelssystemen.

Inmiddels rept niemand er meer over. Euronext Amsterdam, zoals de beurs in het monumentale gebouw aan het Damrak heet, legt zich nu neer bij zijn eigen rol in de moloch. Het is juist trots grote internationale bedrijven in de notering te krijgen zoals de Zuid-Afrikaanse investeerder Prosus of het mondiale koffieconcern JDE Peet’s. Het vindt het niet erg dat biotechbedrijfjes soms naar Brussel uitwijken, omdat de Belgische beurs dat segment meer koestert.

Toch wil de huidige leiding in Amsterdam de eigen beurs weer een oranje likje geven. Nederlandse institutionele beleggers en beheerders van familievermogens is publiekelijk opgeroepen vaker te participeren in Nederlandse beursgangers op het Damrak – ‘geen mkb’ers maar bedrijven met een marktkapitaal van tussen de 150- en 500 miljoen euro.’

Vroeger had Amsterdam daar speciale kraamkamers voor met namen als parallelmarkt, AScX en Alternext. Maar meestal stierven de beursbaby’s daar een vroege wiegedood. Reden was dat Nederland te weinig particuliere beleggers kent om een liquide markt in babyfondsen in gang te houden.

De bedoeling is nu onder leiding van Nationale-Nederlanden een pot te vormen om te investeren in de aandelen van beursdebutanten.

Het moet een stevige vroedvrouw worden die in plaats komt van de kraamkamer. Zij moet met haar klederdracht laten zien dat het Damrak ook een stukje Nederland is, zij het dat een man met een alpinopet haar hand stevig vasthoudt.

Meer over