interviewsiddharth kara

‘Moderne slavernij is allereerst een economische misdaad’

Moderne slavernij staat wereldwijd op de agenda, mede dankzij het werk van Siddharth Kara. De gruwelverhalen over dwangarbeid moeten worden verteld, vindt hij. Maar er is meer nodig om deze winstgevende business aan banden te leggen. ‘Het is zaak om data te verzamelen en de economische aard van het misdrijf te begrijpen.’

De kobaltwinning in Congo, cruciaal voor de productie van accu’s, is ‘één van de meest extreme voorbeelden van wat we moderne slavernij kunnen noemen’, zegt expert Siddharth Kara. ‘Mensen worden als een wegwerpproduct behandeld.’  Beeld Corbis via Getty Images
De kobaltwinning in Congo, cruciaal voor de productie van accu’s, is ‘één van de meest extreme voorbeelden van wat we moderne slavernij kunnen noemen’, zegt expert Siddharth Kara. ‘Mensen worden als een wegwerpproduct behandeld.’Beeld Corbis via Getty Images

Kilometers lang niets anders dan geulen en kuilen en overal mensen die met de blote hand of geïmproviseerde scheppen in de grond wroeten. Vrouwen met baby’s op hun rug die giftige metalen wassen, kinderen die twaalf uur lang stenen versjouwen en jongens die proberen om een (familie)schuld af te betalen door in zelf gegraven tunnels, zonder ventilatie of bescherming, naar brokjes erts te speuren. Dat is wat Siddharth Kara aantreft als hij in de Democratische Republiek Congo (DRC) onderzoek doet naar arbeidsomstandigheden in de kobaltwinning.

Wanneer we de onderzoeker op het gebied van moderne slavernij spreken is hij net terug van een reis naar de mijngebieden van Congo. Terwijl hij in zijn woonplaats Los Angeles nog snel een sprei over wat rondslingerende spullen gooit, ‘ik had nog geen tijd om op te ruimen’, komt hij voor de videoverbinding zitten. ‘Kobaltwinning in Congo’, zegt Kara, ‘daar vind je één van de meest extreme voorbeelden van wat we moderne slavernij kunnen noemen.’

Kobalt is een cruciaal metaal voor de productie van de accu’s voor mobiele telefoons en elektrische auto’s. Het merendeel van de grondstof wordt gewonnen in Congo en dat gaat volgens Kara vaak onder ‘onmenselijke omstandigheden’. Vervolgens komt kobalt terecht in de reguliere productieketens, in producten die u en ik gebruiken. En daar zit de crux zegt Kara: ‘Zonder het harde werk van de Congolezen kunnen wij ons dagelijks leven niet leiden. Wij staan dus niet los van deze mensen.’

Kara (1974), die al twintig jaar verschijningsvormen van moderne slavernij onderzoekt, treft deze misstanden aan in diverse wereldwijde productieketens: mensen die onder een vorm van dwang of machtsmisbruik onze kleren naaien, schulden afbetalen op soja- of cacaoplantages, als lijfeigenen op Thaise garnalenboten meevaren, de stadions voor het volgende wereldkampioenschap bouwen of mensen die zijn verhandeld en opgesloten zitten in de bordelen en nagelsalons van Europese steden.

Dat Kara zichzelf vandaag de dag expert kan noemen in deze grimmige wereld van de moderne slavernij, dat hij aan diverse universiteiten doceert (Universiteit van Nottingham en Harvard Kennedy School) en dat hij de Verenigde Naties en overheden over het fenomeen adviseert, had hij ruim twintig jaar geleden niet kunnen bevroeden. Toen bewoog hij zich door New York als zakenbankier. ‘Ik was midden twintig, verdiende goed en ogenschijnlijk bevond ik me bovenaan de pikorde.’

Maar een maandenlange zwerftocht door Zuidoost-Azië confronteerde hem met de achterkant van die welvaart. Als vrijwilligerswerker zag hij mensen die gedwongen werk verrichtten, het schokte Kara en tegelijk viel de econoom in hem ook iets op: ‘Moderne slavernij is een grove mensenrechtenschending, maar het is allereerst een economisch misdaad. Het is een business waarin mensen worden gedegradeerd tot iemands winstobject. Daar worden miljarden mee verdiend.’ In de wetenschap wordt volgens hem niet voldoende met deze economische bril naar het fenomeen gekeken, ‘zeker twintig jaar geleden niet’.

In zijn recentste boek Modern Slavery, A Global Perspective (2017) doet Kara een poging om moderne slavernij in data te vatten. Op basis van onderzoek in tientallen landen becijfert hij dat er in 2016 circa 124 miljard dollar winst is gemaakt met de uitbuiting van moderne slaven. De gemiddelde kosten om iemand tot slaaf te maken, schrijft hij, bedragen 500 dollar, terwijl deze arbeidskracht zijn of haar uitbuiter gemiddeld 3.978 dollar aan nettowinst oplevert. De verschillen per sector zijn groot; zo wordt op gedwongen sekswerkers het meest verdiend, gemiddeld zo’n 36.000 dollar per jaar per persoon. Bij een boer die in slaafachtige omstandigheden rijst verbouwt ligt dat bedrag rond de duizend dollar.

In uw boek beschrijft u, soms met veel emotie, de ontmoetingen met slachtoffers van moderne slavernij. Tegelijkertijd vervat u de uitbuiting in deze grimmige cijfers, waarom?

‘Om moderne slavernij te bestrijden, volstaat het niet om alleen de horrorverhalen te vertellen. Het is zaak om data te verzamelen en de economische aard van het misdrijf te begrijpen. Met die data kunnen beleidsmakers aanpassingen doen waardoor het niet langer zo winstgevend is om mensen uit te buiten. Moderne slavernij levert veel op, de pakkans is klein en de straffen en boetes in veel landen zijn laag, dat maakt het tot een veel te goede business-case.’

In de wetenschap wordt gediscussieerd over de vraag of de beladen term ‘slavernij’ van toepassing is op hedendaagse situaties. U vindt van wel?

‘Slavernij zoals we die kennen uit het verleden, zoals de trans-Atlantische slavenhandel, waarbij mensen via eigendomsaktes konden worden gekocht, die bestaat niet meer. Maar wat wel nog bestaat is de essentie van slavernij: dat mensen als iemands eigendom worden behandeld.

‘In mijnen in Congo of op vissersschepen in Thailand worden mensen als bezit gebruikt, als een wegwerpproduct. Ze worden, met afpersing en geweld, gedwongen te werken. Wordt een werker ziek of gaat hij dood dan zijn er nieuwe lichamen om die plek op te vullen. En het is die onmenselijke behandeling ten behoeve van economische winst, die maakt dat wat er in onze productieketens gebeurt soms kan worden beschouwd als een vorm van moderne slavernij.’

De internationale arbeidsorganisatie ILO waarschuwt dat als gevolg van corona kinderarbeid voor het eerst in twintig jaar toeneemt. Groeit daardoor ook het risico op gedwongen arbeid?

‘Dat mensen worden uitgebuit komt door armoede, kwetsbaarheid en het ontbreken van een alternatief. Tijdens de pandemie zijn deze factoren voor de allerarmsten massaal verslechterd. Mensen zijn hun inkomstenbron kwijt, voedselonzekerheid is toegenomen en je ziet dat kinderen weer van school worden gehaald om te gaan werken. Veel vooruitgang, zeker op het gebied van scholing en arbeidsomstandigheden, is verloren gegaan. Een drama.’

U maakt zich hoorbaar druk over deze ontwikkelingen. Dat sluit aan bij de manier waarop u uzelf profileert: niet alleen wetenschapper maar ook activist. Gaat dat samen?

‘Eerlijk gezegd zou ik niet weten hoe ik het één zonder het ander kan zijn. Ik kan me niet voorstellen dat ik door de mijnen van Congo of de bordelen van India loop om verhalen en bewijs te verzamelen, zonder daar actie aan te verbinden en het bij beleidsmakers onder de aandacht te brengen.’

Heeft uw werk van de afgelopen twintig jaar dan ook tot verandering geleid?

‘Ik hou geen lijstje bij. Het is voor mij meer een kwestie van voortploegen.’

Het werk kan veeleisend zijn, vertelde u eerder. Om het vol te houden moeten er toch ook opstekers zijn?

‘Je ziet dat er een verschuiving in ons werkveld is ontstaan sinds de uitgave van mijn eerste boek in 2009, de benadering van moderne slavernij is nu meer op onderzoek gebaseerd. Bovendien raak ik gemotiveerd door de berichtjes van actiegroepen die schrijven dat mijn onderzoek heeft geholpen bij hun fondsenwerving, waardoor ze lokaal slavernij kunnen bestrijden.’

Illustratief voor Kara’s activistische aanpak is de rechtszaak die hij december 2019 in Amerika aanspande tegen techgiganten als Apple, Microsoft en Tesla omdat ze medeplichtig zouden zijn aan ernstige mensenrechtenschendingen in de kobaltwinning. De zaak, die hij samen met veertien Congoleze families voert, kreeg internationaal veel media-aandacht. ‘Procesvoering is een manier om de top van bedrijven verantwoordelijk te maken’, zegt hij daarover. ‘Maar de wet gaat langzaam dus er is nog geen nieuws.’

Uw actie staat niet op zichzelf. In Frankrijk loopt een zaak tegen modemultinationals wegens betrokkenheid bij gedwongen arbeid en mensenhandel van Oeigoeren. Het Europees Parlement wil wetgeving om bedrijven te verplichten werk te maken van schendingen in hun toevoerketen en ook in Nederland wordt daarover gesproken. Gaat het de goede kant op?

‘Er is vooruitgang. De verantwoordelijkheid van multinationals voor een schone toeleveringsketen staat op de agenda. Maar helaas hebben de meeste van die wetten nog geen echte consequenties voor de bedrijven. Ze kunnen zich blijven verschuilen achter de complexiteit van hun keten. Ze wijzen met hun vinger naar een onderleverancier en zeggen ‘ja, maar ik heb het van hem gekocht’.

‘Wat er moet gebeuren, wat ik met de rechtszaak probeer te doen, is een precedent scheppen zodat de top, de directeuren van de grote bedrijven, rechtstreeks aansprakelijk zijn voor de omstandigheden in de hele keten. Ongeacht hoe ingewikkeld die keten is, hoeveel leveranciers er tussen zitten, hoeveel landen er bij betrokken zijn.’

En dan?

‘Dan moeten we ons afvragen wat de consequenties zijn. Wat betekent het voor een bedrijf als kinderen omkomen in tunnels? Als ze worden blootgesteld aan giftige stoffen? Is de consequentie een boete van een paar honderd dollar? So what! Dan is het nog steeds een winstgevende zaak om mensen in Congo uit te buiten. Bedrijven moeten de economische gevolgen gaan voelen. Dat zal gebeuren wanneer ze klanten en investeerders verliezen en met rechtszaken worden geconfronteerd.’

Dat klinkt als een ver toekomstscenario. Is het binnen het huidige geglobaliseerde systeem wel mogelijk een einde aan moderne slavernij te maken?

‘We zitten al eeuwen met slavernij opgescheept en het zal ook morgen nog bestaan, maar we kunnen ons wel inspannen om het uit te bannen. Ook binnen het kapitalisme kunnen we op zoek naar een systeem dat fatsoenlijker, rechtvaardiger en duurzamer is voor de wereld.’

WAT IS MODERNE SLAVERNIJ?

Siddharth Kara definieert moderne slavernij als een systeem waarbij mensen worden gedwongen tot het verrichten van arbeid in onmenselijke omstandigheden. Mensenhandel, schuldslavernij (waarbij met arbeid een schuld of lening wordt afbetaald) en ‘slavernijachtige praktijk’ van een gedwongen huwelijk zijn ook deel van moderne slavernij. Geweld, dwang en machtsmisbruik zorgen ervoor dat slachtoffers de ‘arbeidsrelatie’ niet zomaar kunnen verlaten.

Volgens de Global Slavery Index 2018 van de arbeidsorganisatie van de Verenigde Naties (ILO) en de Walk Free Foundation zijn 40,3 miljoen mensen het slachtoffer van moderne slavernij. Een kwart van hen is kind, ruim zeventig procent vrouw. In Noord-Korea, Eritrea, Burundi, de Centraal Afrikaanse Republiek en Afghanistan komt het fenomeen het vaakst voor.

CV

Siddharth Kara (1974) is onderzoeker en activist op het gebied van moderne slavernij. Hij werd geboren in Knoxville, Tennessee in de Verenigde Staten. Kara studeerde bedrijfskunde en rechten. Hij is hoogleraar aan de Universiteit van Notthingham en geeft les aan de Harvard Kennedy School. Momenteel doet hij (als British Academy Global Professor) onderzoek naar de omstandigheden in de kobaltwinning in de Democratische Republiek Congo waarover volgend jaar zijn boek verschijnt.

Meer over