'Misschien beland ik nog een keer in de vangrail, dacht ik'

Hoe zien we onszelf, en wat denken anderen? Deze week Karla Peijs (60), de CDA-minister van Verkeer en Waterstaat...

De minister en heur auto?

'Ik hou van auto's, dat is geen geheim. En geen zit er zo aan je hart gebakken als je eerste. In mijn geval een zwarte Kever. Geweldig. Overgenomen van een liefhebber en na een hele tijd nog met winst verkocht ook.'

Inmiddels opteert u voor de wat zwaardere modellen?

'Als europarlementariër reed ik 50.000 kilometer per jaar, ook bij nacht en ontij. Toen heb ik een Mercedes gekocht. Misschien beland ik nog een keer in de vangrail, dacht ik. En dan wil ik op z'n minst een kans hebben.'

Luistert u elke ochtend naar de filemeldingen?

'Jawel, maar om zes uur staan er nog niet zo veel. Dat is altijd weer een opsteker. Een kleintje helaas, want snel daarna begint het natuurlijk.'

Is dat de meest gestelde vraag aan u: wat doet de minister aan het fileprobleem?

'Zeker, en mensen komen ook naar je toe met oplossingen. ” Hele smalle autootjes”, stelde laatst iemand voor. ” Dan kunnen we met zijn drieën naast elkaar op één strook.”'

'Fijn', zei u, 'dat neem ik mee.'

'Ach ja, wat moet je zeggen. Ik snap het allemaal wel, maar het is ook een beetje Nederlands, dat gemopper over het weer en het verkeer.'

Hoe zouden collega's u omschrijven?

'Als een redelijk mens; opgewekt, en ook wel met iets van humor, geloof ik. Ja, als ik het bewindsliedenoverleg binnenloop, waait er wel iets van vrolijkheid mee.'

Leve de Brabantse koffietafel.

'Dat gevoel zit er zeker bij, hoewel ik niet eens zo lang in Brabant heb gewoond. Mijn ouders komen er wel allebei vandaan.'

Omschrijft u de kleine Karla eens.

'De jongste uit een katholiek ondernemersgezin in Hooge Zwaluwe. Een groot huis - een oude burgemeesterswoning - aan de dijk, veel buitenspelen. Paardrijden op zo'n knol zonder zadel, met de zoontjes van de

voerman. En kattenkwaad uithalen met mijn broertje - we waren de twee nakomertjes. Ik herinner me hoe we in een uur samen een flinke hooiberg ” platspeelden”. Tot grote woede van de boer natuurlijk, die hem had opgebouwd.'

Weinig verkeer natuurlijk in dat Swiebertje-dorp?

'Ons vader was de eerste met een auto, een Ford Zephyr. Wij allemaal woest - we wilden er niet in. Wat moest je met zo'n ding? We wilden op een mooi paard over de dijk galopperen.'

U klinkt niet als een meisje-meisje.

'Nee, integendeel. Ik heb ook altijd de pest gehad aan poppen. Maar ja, het was ook echt het platteland. Ik zag laatst een foto waarop ik in een wit jurkje stond. Daar was ik ongetwijfeld door mijn moeder in gehesen, als bruidje voor de processie. Benieuwd hoe lang ik dat wít heb gehouden. Een minuut of twintig, denk ik. Hooguit.'

En nu zit dat meisje in Den Haag en geeft leiding aan een departement van vijftienduizend man.

'Ik hoef ze niet allemaal persoonlijk aan te sturen, hoor.'

Hoe bevalt het ministerschap?

'Fysiek vind ik het een zware baan. Lange dagen en zitten, zitten, zitten Gisteren tien uur achter elkaar vergaderd in de Tweede Kamer; en ook nog eens heel lang niks mogen zeggen.'

Is dat voor u een dubbele beproeving?

'Ja, ik heb het hart op de tong. Om niet te zeggen: ik ben een beetje een flapuit. Maar dat heb ik hier in Den Haag snel afgeleerd. Alles wordt zo uitvergroot en opgezouten.'

'Zolang er nog files staan, gaat het goed met Nederland'?

'Ja, dat is er bijvoorbeeld zo een. Half als grapje bedoeld bij mijn aantreden, en tot op de dag van vandaag krijg ik hem terug.'

Wat is het grootse vooroordeel over u?

'Ik was dat eeuwige blondje. Maar dat probleem heeft zich met de jaren vanzelf opgelost.'

Hou zou u het liefst overkomen op anderen?

'Als de Karla van vroeger, nog even toegankelijk. En: zakelijk, maar betrokken.'

Meer over