Middeleeuwse maskerade bij massamoord op biggen

Waarom protesteert niemand tegen de meest omvangrijke ontsporing in de dierenhouderij, vraagt Jan Bonjer zich af...

Wie niets ziet, schijnt ook niets te weten en er al helemaal geen weet van te hebben. Deze middeleeuwse benadering brengt het ministerie van Landbouw, Natuurbeheer en Visserij tot een mediaverbod rondom het doden van 500.000 biggen.

Den Haag heeft waargenomen dat sommige mensen zich ongemakkelijk voelen bij het zien van zoveel dode varkens in de grijpers van de ziektebestrijding. Daarom krijgen we geen dode, jonge big te zien, laat staan enig beeld van het doden zelf. Daarmee zijn we terug bij af in de bejegening van het dier: wie zich onethisch gedraagt tegen dieren, dient daarbij geen aanstoot te geven en verricht de handelingen dus niet in het openbaar.

Het meest opvallende is dat de rijksoverheid tot nog toe groot succes heeft met deze middeleeuwse maskerade. De discussie gaat voorbij aan de centrale vraag of een overheid jonge, gezonde dieren mag doden als er zo'n duidelijk alternatief is: het voorkomen van de geboorte van grote aantallen biggen oftewel een stop in de fokkerij.

Minister Van Aartsen omzeilt de fundamentele vraag over de ethische toelaatbaarheid door te verklaren dat hij het moeilijk heeft met de massadoding, maar dat het gezien de destructiecapaciteit beter is lichte dan zware varkens te vernietigen.

Het feit dat het opkopen van biggen goedkoper is dan van oudere dieren speelt hierbij op de achtergrond mee. De varkenshouders hebben bezwaren tegen het vernietigen van biggen tot 17 dagen, maar voor oudere dieren gelden de bezwaren opeens niet meer omdat dan geen vruchtbaarheidsproblemen voor de zeugen ontstaan. Ook hier dus een puur zakelijke benadering.

En de Tweede Kamer? Enkele weken geleden noemde het PvdA-Kamerlid Huys het nog morbide om dieren voor de destructie te fokken, maar in zijn pleidooi voor een fokverbod staat hij nog vrijwel alleen. Over onethisch gedrag jegens dieren in verre landen (Canada, Noorwegen, Spanje) is wel eens meer ophef geweest in het nationale of Europese parlement.

Zo weinig aandacht als de ethische toelaatbaarheid krijgt, zo intensief is de informatie-uitwisseling over de wijze waarop de 500.000 biggen zullen worden gedood. Voor de versnipperaar, waarin jaarlijks miljoenen 'onnutte' mannelijke eendagskuikens hun einde vinden, is de big te groot. Voor de electrocutieband, waarop oudere varkens hun laatste reis maken, is de big te klein. En het toedienen van een gifinjectie aan jonge, gezonde biggen schijnt voor diergeneeskundigen begrijpelijkerwijs geen eenvoudige opgave te zijn.

Nederland blijkt nog niet klaar om zulke grote aantallen jonge, gezonde dieren, onnodig, dood te maken. Het is deze ambitie die als enige recht heeft op een spoedige behandeling in de destructor.

De maskerade rond de ethische vragen is des te opmerkelijker omdat indringende discussies over de toelaatbaarheid van de bio-industrie hebben geleid tot instelling van raden voor dierenwelzijn, leerstoelen voor ethologen en dierenrechtdeskundigen. Daarnaast kennen we een stevig ontwikkelde Vereniging voor Dierenbescherming en een gespecialiseerde Stichting Lekker Dier. De grote vraag is waarom al deze betrokkenen zwijgen over de meest omvangrijke ontsporing in de dierenhouderij. Het is hoog tijd dat zij zeggen waarom zij niks zeggen.

Jan Bonjer publiceert regelmatig over de bio-industrie

Meer over