Met de natiestaat verdwijnt ook veel moois uit Europa

Linkse politici die beter zouden moeten weten, strooien dezer dagen kwistig met bijvalsbetuigingen aan Europa. Arjo Klamer en Jan Marijnissen verbazen zich hierover....

DE TREIN van de Europese integratie dendert voort. Hoewel steeds duidelijker wordt dat grote industriëlen de drijvende kracht zijn die de trein op gang houden, juicht links Europa de voortgang vrolijk toe.

Vorige week ontpopte de de fractievoorzitter van de Groenen in de Duitse Bondsdag, Joschka Fischer, zich in deze krant als een hartstochtelijk supporter van Europa, en diezelfde week tapte in het VPRO-programma Diogenes de vroegere studentenleider Daniel Cohn-Bendit uit hetzelfde vaatje. De laatste ging zelfs zo ver iedereen die wijst op het onevenredige voordeel van de groot-industriëlen bij Europa 'paranoïde' te verklaren.

Volgens Joschka Fischer is Europese integratie een bittere noodzaak om de natiestaten in Europa te elimineren, en de euro is het middel bij uitstek om die integratie te verwezenlijken. Naties zijn levensgevaarlijk, zo houdt hij ons voor, want zij zijn verantwoordelijk voor de verwoestende oorlogen die Europa hebben geteisterd. Dus moeten de nationale overheden hun macht inleveren, en moeten de nationale parlementen ondergeschikt worden aan het Europees parlement.

Oppervlakkig beschouwd, klinkt dit wel links. Weg met de natiestaat! Proletariërs aller landen verenigt u! Solidariteit over de grenzen! Maar Fischer heeft het niet over de solidariteit onder de Europese volkeren. Hem gaat het om de angst, angst vooral voor een oppermachtig Duitsland.

Hij maakt vervolgens niet duidelijk welk Europa hem voor ogen staat. Wordt dat soms geen machtsblok met karakteristieken van een natie? En wat zal de afschaffing van een natiestaat als de Nederlandse betekenen voor de onderlinge solidariteit alhier?

Links laat zich doodleuk voor het karretje van de grote bedrijven spannen. De boodschap van Diogenes was duidelijk genoeg: de Europese integratie is vooral een wens van het internationale bedrijfsleven. Een voormalige voorzitter van de Raad van Bestuur van Philips, Wisse Dekker, is de geestelijke vader van de Interne Markt. Hij stond ook aan de wieg van de European Round Table (ERT), een club van groot-industriëlen.

Het was deze club die aan de vooravond van de Eurotop in Madrid - december 1995 - aan de regeringsleiders te verstaan gaf dat er nu eindelijk eens knopen doorgehakt moesten worden op het punt van de cruciale data en criteria voor de Economische en Monetaire Unie. En zo geschiedde. Dat de grote bedrijven zich inzetten voor een groot en machtig Europa is hun zaak. Van links mag evenwel een kritische opstelling verwacht worden. Daar zijn voldoende redenen voor, dunkt ons.

Om te beginnen: slechts een minderheid van de Europeanen is voorstander van verdere overdracht van nationale bevoegdheden naar de Europese Commissie en het Europees parlement. De integratie komt dus op ondemocratische wijze tot stand.

Ten tweede: verdere integratie zal niet alleen de geografische afstand tussen bestuur en burgers vergroten, maar ook de psychologische afstand. Het zicht op en de controle van het openbaar bestuur raakt zoek, zoals de excessen rond vergoedingen en pensioenen voor Europarlementariërs nog eens aangeven. Bedrijven hebben hun duurbetaalde lobbyisten in Brussel, maar voor de Europese burgers ligt het politieke proces in Brussel te ver van hun bed om er ook maar iets van te begrijpen.

Ten derde: democratie veronderstelt het bestaan van een volk (demos is Grieks voor volk), maar op dit moment is er geen sprake van een Europees volk, en dus ook niet van een Europese democratie. Daarvoor blijven de onderlinge verschillen te groot. De zeer lage opkomstcijfers bij verkiezingen voor het Europees Parlement zouden een teken aan de wand moeten zijn. De uitholling van de macht van nationale parlementen betekent dan ook de ondermijning van wat er nog aan democratie in Europa rest.

Ten vierde, daarbij aansluitend: mensen als Joschka Fischer, Daniel Cohn-Bendit en ook de Nederlandse sociaal-democratie (inclusief GroenLinks) gaan voorbij aan het feit dat de democratie op het nationale niveau is bevochten. Hetzelfde geldt voor de sociale zekerheid. Ook de rechtszekerheid en rechtsstaat kunnen alleen bestaan bij de gratie van de nationale staat. Zoals Dirk-Jan van Baar maandag aangaf op deze pagina, zijn de natiestaten dus ook verantwoordelijk voor veel goede zaken.

Ten vijfde, zoals Bolkestein heeft betoogd: 'Europa zal liberaal zijn, of niet zijn.' En zo gebeurt het ook. Met de talloze lobbyisten van de grote bedrijven in Brussel is het wellicht niet opmerkelijk dat de logge bureaucratie in Brussel primair dienstbaar is aan het internationale bedrijfsleven. Kijk maar eens naar de door op Brusselse richtlijnen gebaseerde nieuwe Arbeidstijdenwet die langere werktijden toelaat en de vrije zaterdag de facto afschaft.

Natuurlijk, geen zinnig mens is tegen samenwerking binnen Europa. Ook wij niet. Samenwerking is een groot goed, maar eenwording is iets anders. Degelijke eenwording kan alleen van onderaf tot stand komen. Een geforceerde eenwording zou wel eens precies kunnen voortbrengen wat linkse mensen juist willen bestrijden: nationalisme en groeiende instabiliteit.

Onlustgevoelens zullen een uitweg moeten vinden, en wat is gemakkelijker dan 'de Duitsers' de schuld te geven wanneer in de WAO gesneden wordt vanwege de euro, of de 'Fransen' wanneer Nederland zijn gedoogbeleid ten aanzien van drugs moet opgeven?

Afschaffing van de natiestaat op dit moment is onverantwoord. 'Optimisme voor de toekomst, maar realisme in het heden': dat zou voor links in dit geval het devies moeten zijn. En haar taak is de ontmaskering van het ware, commerciële gezicht van Europa.

Arjo Klamer is hoogleraar in de economie van kunst en cultuur aan de Erasmus Universiteit. Jan Marijnissen is fractievoorzitter van de SP in de Tweede Kamer.

Meer over