Mestplan is nekslag voor 6000 boeren

Zeker zesduizend boerenbedrijven zullen moeten verdwijnen als gevolg van het strenge mestbeleid waartoe het kabinet vrijdag heeft besloten. De regeringsfracties steunen het plan in hoofdlijnen, het CDA is tegen....

Premier Kok en minister Brinkhorst van Landbouw maakten het plan gisteren bekend. Kok zei dat het kabinet zich bewust was van de 'ingrijpendheid' ervan, maar noemde het noodzakelijk.

Het kabinet trekt voor dit 'nationale project' de komende vijf jaar 500 miljoen gulden extra uit voor een sociaal plan, bovenop een miljard dat nog in andere potjes zat. Het kabinet wil een projectbureau opzetten voor herscholing en begeleiding van werkloos geworden boeren . Doornbos: 'Het bedrag is absoluut onvoldoende. Maar we willen ook helemaal geen geld. We willen dit plan niet. We willen boeren.'

De boerenorganisaties spreken komende week met Brinkhorst, maar verwachten er weinig van. Doornbos liet doorschemeren dat ze, net als bij de herstructurering van de varkenshouderij, de staat voor de rechter zullen dagen. De boeren willen vasthouden aan afspraken met minister Pronk van Milieu over een aanpak van het mestprobleem, waarbij 2008 de eindtermijn is.

Brinkhorst heeft echter ingezet op 2002 omdat dat de Europese richtlijn is. Hij vindt dat Nederland daaraan moet voldoen. De minister maakte gisteren nog eens duidelijk dat het echec met de herstructurering van de varkenshouderij het kabinet heeft gedwongen tot deze maatregelen, die nu alle intensieve veehouderijsectoren zullen treffen. 'Er is een patstelling ontstaan die doorbroken moet worden.' Volgens Brinkhorst moet de hele operatie agrarisch Nederland 'een nieuwe dynamiek geven' en leiden tot een duurzame veehouderij.

De structuur van het agrarisch ondernemerschap wordt door de plannen ingrijpend gewijzigd. Boeren krijgen geen rechten meer om dieren te houden. Ze moeten voortaan tegenover de overheid verantwoorden dat ze afzet hebben voor alle mest die dieren produceren. Als ze dat niet kunnen, moet hun bedrijf dicht.

Er zijn in Nederland honderdduizend agrarische bedrijven: de helft daarvan houdt zich bezig met intensieve veehouderij. Daarvan zullen er zeker zesduizend verdwijnen. De varkenshouderij zal met 25 procent inkrimpen, de pluimveehouderij met 15 tot 20 procent, de stierenhouderij met 25 tot 30 procent en de vleeskalversector met 10 procent.

Naast een sociaal plan komen er fiscale regelingen voor boeren die kunnen blijven en nieuwe investeringen moeten doen. Maar niet alle geld gaat naar de boeren. Om te controleren of zij zich aan de maatregelen houden, krijgt de Algemene Inspectie Dienst van het ministerie van Landbouw jaarlijks 15 miljoen gulden meer en het Openbaar Ministerie 20 miljoen. De boeren zullen deels zelf voor die kosten opdraaien via een heffing op mestcontracten.

Meer over