Economie

Meeste grondstoffen drastisch goedkoper, alleen hoge olieprijs houdt stand

Nu het einde van de pandemie in zicht is, dalen de prijzen van grondstoffen snel. Zo is de prijs van hout, die in mei nog een recordhoogte bereikte, drastisch gezakt. Ook koper, zink en staal werden goedkoper, enkel de hoge olieprijs houdt stand.

Hout inslaan loont, zoals bij deze Gamma-vestiging in Almere. De houtprijs is aanzienlijk gezakt.  Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant
Hout inslaan loont, zoals bij deze Gamma-vestiging in Almere. De houtprijs is aanzienlijk gezakt.Beeld Guus Dubbelman / de Volkskrant

De houtprijzen op de wereldmarkt gaan weer net zo snel omlaag als ze een maand geleden stegen. Maandag zakte de prijs van de belangrijke grondstof voor de bouw onder de 900 dollar per 1.000 board feet (2,35 kubieke meter). Op 7 mei bereikte de houtprijs nog een recordhoogte van 1.700 dollar per 1.000 board feet. De prijzen op alle goederenmarkten schoten op dat moment omhoog, en er ontstond angst voor snel aantrekkende inflatie.

Reden voor de prijsdaling is dat de wereld zich weer razendsnel opent, ondanks haarden van nieuwe mutanten van het coronavirus. Op grote schaal gaan mensen weer reizen boeken, restaurants en cafés bezoeken en evenementen bijwonen. Dat betekent dat er minder wordt geklust en dat er ook minder geld overblijft om te investeren in woningen.

Analisten spreken van een zeepbel op de houtmarkt die nu is geknapt. Nog altijd is het aanbod van hout laag, omdat veel zagerijen zijn stilgelegd vanwege de coronacrisis van vorig jaar. Maar inmiddels daalt ook de vraag door de gestegen bouwkosten. Ook wordt er nauwelijks meer hout gehamsterd, zoals een maand geleden nog het geval was.

De snel stijgende prijzen voor hout stonden centraal in verwachtingen over het mogelijk aantrekken van de inflatie en mogelijke renteverhogingen in de toekomst. Vaak werd al gezegd dat deze prijsstijgingen tijdelijk waren, maar niet alle economen en analisten waren het daarover eens.

Ook koperprijs daalt

Ook prijzen van andere grondstoffen dalen. Koper – weleens de belangrijkste graadmeter voor de wereldwijde vraag naar grondstoffen genoemd – is gedaald van 10.500 dollar per ton op 11 mei naar 9.100 dollar afgelopen vrijdag. Een van de oorzaken zijn de interventies van de Chinese overheid. Het land is de veruit grootste importeur van grondstoffen. De Chinese staat kondigde vorige week woensdag aan reservevoorraden van grondstoffen als aluminium, zink en koper op de markt zal brengen om de prijsrally in deze grondstoffen in te dammen.

De laatste keer dat China op een zo grote schaal reserves van metalen verkocht was in 2010. Volgens cijfers van Citigroup heeft de Chinese staat ongeveer 2 miljoen ton koper, 800 duizend ton aluminium en 350 duizend zink in reserve, goed om enkele maanden door te komen als de export plotseling stagneert.

Ook de aankondiging van de Fed dat twee renteverhogingen in 2023 mogelijk zijn zou aan de daling van verschillende grondstoffenprijzen hebben bijgedragen. Vrijdag zei James Bullard, het hoofd van de centrale bank van St. Louis, één van de 12 bij de Fed aangesloten centrale banken dat de Amerikaanse rente mogelijk eind volgend jaar al wordt verhoogd. Dit zou de economische groei kunnen temperen, waardoor ook de vraag naar grondstoffen zal dalen. Ook de prijzen voor verschillende agrarische producten dalen weer. Zo is de prijs van varkensvlees op de Chinese markt in amper twee weken gehalveerd.

Staal-aandeel zakt

Veel speculanten die op de goederenmarkten actief waren, zijn hierdoor afgeschrikt. Ook de staalprijs daalt. Per ton zijn de prijzen in een maand tijd met 20 procent gedaald. Het aandeel van ArcelorMittal, het grootste staalconcern in de wereld, zakte vorige week van 28 euro naar 24 euro. Alleen de prijs van olie blijft nog hoog. Voor een vat Brent-olie van 159 liter werd maandag bijna 75 dollar betaald. Daar is nog geen ommekeer te zien.

Dat de angst voor inflatie wegebt, is ook te zien aan de dalende rendementen op staatsobligaties. De rendementen op Amerikaans staatspapier zijn weer gedaald tot minder dan 1,5 procent voor obligaties met een looptijd van tien jaar en minder dan 2 procent voor die met een looptijd van 30 jaar. Ze verkeren nu op het niveau van eind februari toen er nog weinig uitzicht was op een einde aan de pandemie.

Meer over