ColumnPeter de Waard

Maakt de avondklok de rijken nog veel rijker?

null Beeld

Het wonderbaarlijke van deze crisis – volgens de VN de ergste sinds de Tweede Wereldoorlog, volgens het IMF sinds de Grote Depressie van de jaren dertig en volgens sommige sommetjes makende historici sinds de Great Panic van 1873 of de Great Frost van 1709 – is dat bijna iedereen er dit jaar vrolijk op vooruit gaat.

Tenminste in Nederland. Het Nibud rekende deze week uit dat in 2021 de koopkracht met gemiddeld 1 procent stijgt. Dat noemde het Nibud ‘mager’, maar het is eigenlijk bizar veel als bedacht wordt dat het land totaal op slot gaat en een steeds groter deel van de bevolking afhankelijk is van overheidssteun. Niemand van de mensen die wel werk hebben, hoeft daarvoor een offer te doen. De rekening gaat naar de volgende generaties.

Opvallend is dat volgens het Nibud de grootste vooruitgang plaatsvindt bij de hogere inkomens – die van rond 4000 netto per maand. Zij gaan er 3 procent op vooruit. Loonstrookverwerker ADP rekende eerder uit dat iemand met een minimumloon er 30 euro bijkrijgt, een modaal inkomen (35 duizend per jaar) 45 euro en twee keer modaal 50 euro.

Het is een aantrekkelijke keynesiaanse gedachte bij een crisis net te doen of er niets aan de hand is en de overheid de rekening te laten betalen, want dan blijft iedereen optimistisch geld uitgeven. Alleen gaat die vlieger niet op als iedereen zijn geld gaat oppotten. En dat is het geval. De lage inkomens blijven hun centen wel besteden, omdat ze die dringend nodig hebben om de vaste lasten te betalen en de primaire levensbehoeften te bevredigen: een brood met een pot pindkaas, een stuk zeep en een rol toiletpapier. Maar wie bovenmodaal verdient kan in deze crisis geen kant op met zijn portemonnee vol debit- en creditcards. Winkels voor luxe producten zijn gesloten, net als de sterrenrestaurants. Behalve voor voetballers is er geen kapper meer te vinden. En een nieuwe Tesla of Mercedes koop je minder gauw als je er niet mee kan pronken op het werk of in de avonduren mee naar het casino kan rijden. Datzelfde geldt voor een Prada-tas of een exclusief geurtje.

Als alleen in pyjama naar Netflix kan worden gekeken, is een plastic zak en een tube tandpasta ook wel voldoende. De uitdrukking ‘wie het breed heeft, laat het breed hangen’ – iets waarmee tenminste de economie een steuntje in de rug wordt gegeven – werkt niet meer.

Daarnaast snijdt het mes aan twee kanten. Het geld dat de bovenmodale klasse overhoudt omdat er zo weinig te besteden valt, vloeit voor een groot deel naar de aandelenmarkt, het vastgoed of de cryptovaluta. Wie The Queen’s Gambit al heeft gezien en een Diederik Gommers-virus krijgt van de kletsprogramma’s op de televisie, zal zijn geld niet tegen een negatieve rente op de spaarrekening laten staan. Hij of zij zal in de avonduren online gaan shoppen op de beleggingsmarkt.

En daar is het sinds het begin van de crisis goed toeven. De rijken zijn daar nog nooit zo snel nog rijker geworden.

Meer over