postuum

Lievense was zijn tijd veel te ver vooruit

Ingenieur L. (Luc) W. Lievense is op 90-jarige leeftijd overleden. Hij was een van de pioniers van de Nederlandse waterbouwkunde.

Lievense begon zijn carrière bij Rijkswaterstaat met het herstel van de dijken na de watersnoodramp in 1953. Beeld anp
Lievense begon zijn carrière bij Rijkswaterstaat met het herstel van de dijken na de watersnoodramp in 1953.Beeld anp

Hij werd bekend van het naar hem genoemde plan Lievense: een idee om windenergie op te slaan met behulp van een waterbuffer in het Markermeer. Maar ingenieur L. (Luc) W. Lievense was in veel van zijn ideeën zijn tijd veel te ver vooruit. Het in 1981 gelanceerde plan leidde tot hoogoplopend debat maar werd uiteindelijk te duur en te onveilig gevonden.

Dr Luc Lievense overleed op 9 maart op 90-jarige leeftijd, zo werd dit weekeinde bekendgemaakt. Zijn raadgevend ingenieursbureau in Breda bestaat nog altijd, hoewel het twee jaar geleden fuseerde met CSO tot LievenseCSO Infra BV. Zelf was hij al in 1984 uit de directie getreden. Maar hij bleef er nog lange tijd werken vanuit zijn monumentale kantoor in de haven van Breda.

Lievense was een van de pioniers van de Nederlandse waterbouwkunde. Hij begon zijn carrière bij Rijkswaterstaat met het herstel van de dijken na de watersnoodramp in 1953. Daarna zou hij een belangrijke rol spelen bij de Deltawerken. Zo kreeg Lievense de leiding over de afsluiting van het Haringvliet - een project dat in 1970 werd voltooid. Lievense was toen al voor zichzelf begonnen. Vanwege zijn kennis van de 'natte infrastructuur' kon hij 1964 het Amerikaanse constructiebureau Bechtel adviseren over de aanleg van gasleidingen in de Westerschelde.

Vervolgens was hij in Israël betrokken bij de bouw van de haven in Ashdod. Begin jaren zeventig maakte hij het ontwerp voor een ertshaven in de Saldanhabaai in Zuid-Afrika die door Ballast Nedam zou worden gerealiseerd. Het ontwerp was innovatief, omdat een strand werd opgespoten als golfbreker voor de bescherming van de ertssteiger. Voor de bouw daarvan was op een zeker moment de hele Nederlandse baggervloot aan het werk.

De Saldanhabaai. Beeld NASA
De Saldanhabaai.Beeld NASA

Het idee voor de opslag van windenergie ontstond na het uitbreken van de tweede oliecrisis in 1978. Lievense wist hiervoor de crème de la crème van de Nederlandse waterbouw bij elkaar te krijgen, zowel van de overheid als de aannemingsbedrijven. Als er meer windenergie werd opgewekt dan er vraag was, zou dat moeten worden opgeslagen door turbines water in een spaarbekken te laten pompen. Als er meer vraag dan aanbod was zou het omgekeerde plaatsvinden. Problemen waren de mogelijke ecologische gevolgen en de angst dat bij een dijkdoorbraak van het bekken de hele stad Amsterdam onder water zou worden gezet. Uiteindelijk werd het te duur en te riskant geacht.

Bureau Lievense ontwikkelde in 2007 met de KEMA een omgekeerde versie van het plan. Bij overcapaciteit zou niet water in het stuwmeer moeten worden gepompt, maar juist eruit. Dat plan zou met een eiland voor de kust moeten worden gerealiseerd. Lievense bleef ook later een innovatief ingenieur. Zo haalde hij de publiciteit met een alternatief plan voor de Betuwelijn. Ook lanceerde hij ideeën over de aanleg van nieuwe rivieren.

Windmolens bij Urk. Beeld anp
Windmolens bij Urk.Beeld anp
Meer over