Liefhebber van kranten, en van winst

Met ijzeren volharding werkt Christian van Thillo aan een almaar uitdijend media-imperium in Nederland. Het Parool en Q Music heeft hij al, het AD wil hij graag hebben, maar het allerliefste neemt hij heel PCM over.

Door Wilco Dekker en Paul Onkenhout

Van Thillo draagt een klassiek pak van dure snit en maakt een zelfverzekerde indruk. Aantrekkelijke man. Gebruind. Michael Douglas in de film Wall Street, maar minder patserig en berekenend.

Hij heeft geen moeite zich in het Engels uit te drukken. Ontspannen draagt hij zijn boodschap uit. Met zijn handen accentueert hij zijn woorden. Aan overtuigingskracht en zelfvertrouwen lijkt het de nog jonge topman (46) van De Persgroep niet te ontbreken.

Carl Huybregts, televisiepresentator: ‘Hij doet me denken aan die gasten in Amerikaanse films, met een kantoor in New York, 45 hoog, zo iemand.’

Barbara van Beukering, hoofdredacteur van Het Parool, eigendom van De Persgroep: ‘Hij is een heel knappe man die er altijd onberispelijk uitziet. Nooit een vlekje, prachtige pakken, haar altijd goed. Ik snap daar niks van. In december, toen hij onderhandelde over het AD, moet hij heel moe zijn geweest. Honderd uur per week werken, maar geen rimpel te zien. Geen wallen, niks.’

]]>

Voetbalsupporter
Het kost moeite hem voor te stellen als supporter van Germinal Beerschot, een bescheiden middenmoter in de Jupiler Pro League, de hoogste Belgische klasse. Het kost nog meer moeite te geloven dat Christian Van Thillo, nazaat uit een rijke Vlaams-nationalistische, katholieke familie uit Antwerpen en een van de rijkste mannen van België, in stadion Het Kiel het ereterras mijdt en zich laat onderdompelen in de massa.

Yves Desmet, voormalig hoofdredacteur van De Morgen: ‘Hij zit met zijn vrienden op een gewone tribune. Dat typeert hem helemaal. Het is geen pose, zo van: kijk mij eens een gewone jongen zijn.’

Carl Huybregts, ook supporter van Beerschot: ‘De hele vriendenkliek rond Van Thillo bestond uit diehard Beerschot-supporters. Maar ook al kwamen ze uit gegoede families, ze zaten altijd op wat de kleine tribune werd genoemd. Als het voetbal is, bij hem, dan moet het echt voetbal zijn. Dan moet hij het gras proeven.’

De liefde van Van Thillo voor Germinal Beerschot blijft in België onderbelicht. In bijna alle artikelen over hem wordt alleen de zakenman, de charmante en tegelijkertijd nietsontziende bouwer van een almaar uitdijend media-imperium, voor het voetlicht gebracht.

Zijn privéleven is verborgen. Ooit vertelde hij dat hij zijn moeder plechtig had beloofd dat hij uit de openbaarheid zou blijven. ‘Ik hoop niet dat ik een BV ben, een Bekende Vlaming. Het is mijn taak een groep te leiden. In de spotlights komen hoort daar niet bij.’

De informatie over de man achter de zakenman is daardoor karig en fragmentarisch. Hij is, evenals zijn vrouw Nathalie, liefhebber van kitesurfen en catamaranzeilen. Golfen, skiën en wielrennen worden ook genoemd. Zijn dochter heet June, zijn auto, een BMW, is zwart.

Glamourboy
Interviews geeft hij zelden, recepties mijdt hij zorgvuldig. Aarzelend erkende hij in gesprek met het weekblad Knack in 2006 dat hij als ‘glamourboy’ bekendstaat. ‘Als je als 27-jarige start in een sector vol grijze muizen, noemen ze je al snel flamboyant. Ik gaf speeches, zorgde voor een nieuwe dynamiek. En dan werkte ik nog eens in een familiebedrijf. U begrijpt: de karikatuur is dan nooit ver weg. Maar ik vind mezelf dus absoluut géén glamourboy.’

Tv-presentator Huybregts leerde hem kennen toen hij net was begonnen in het familiebedrijf, in 1990 tijdens het wereldkampioenschap voetbal in Italië. ‘Van Thillo en zijn vrienden waren daar ook. Hij was toen nog piepjong. Het waren, eh, sympathieke hooligans.’ Ze zaten met negen man of zo in een Fiatje, luid toeterend. Drie, vier man hingen eruit, anders paste het niet. Hee, Carl, ga je mee?

Later troffen ze elkaar in Antwerpen. ‘Als hij met zijn vrienden is, dan is hij op en top Antwerpenaar. Dan praat hij plat Antwerps. Hij is een fantastische sleepboot: de nacht in, met zijn vrienden achter zich aan. En dan de kroeg in.’

Huybregts heeft ook de andere Van Thillo leren kennen: de zakenman. ‘Ik bedoel het niet negatief, maar hij is Dr. Jekyll en Mr. Hyde. Een gedistingeerde Mr. Hyde, geen bloeddorstige moordenaar. Dat is de Van Thillo die met de overheid of met zakenpartners onderhandelingen voert.’

Yves Desmet is momenteel politiek commentator van De Morgen. Hij noemt hem een ‘bijzonder charmante, innemende en humorvolle man’. Zoals Desmet denken velen erover, maar in dit geval is de lofzang opvallend. In december werd bekend dat De Morgen een zware bezuinigingsronde te wachten staat. Een kwart van het personeel wordt ontslagen.

Liefhebber van kranten én winst
Desmet noemt Van Thillo een grote liefhebber van kranten. ‘Maar hij is ook een grote liefhebber van winst. Hij is geen filantroop die noodlijdende kranten de hand boven het hoofd houdt. De cijfertjes moeten aan het eind van het jaar zwart zijn, en niet rood.’

Van Beukering : ‘Zoals alle kranten is ook Het Parool in moeilijk vaarwater terechtgekomen. Dan is het meteen van: en wat gaan we hieraan doen? Ja, Christian, het zit even tegen. Barbara, dat zal wel, maar waar ga je op bezuinigen?’

Met een glimlach: ‘Als het met de krant slecht zou blijven gaan, lig ik eruit. Ik heb geen enkele illusie dat hij dan mild zal zijn.’

Die overtuiging wordt gedeeld door Pol Deltour, secretaris-generaal van de Vlaamse journalistenvakbond. Over Van Thillo de zakenman, de saneerder van (vooral) kranten, spreekt hij een hard oordeel uit.

‘In plaats van De Morgen door de dip heen te helpen, zet Van Thillo een kwart van de redactie op straat. Dan is het extra cynisch als we horen over mogelijk grote investeringen in Nederland. Dat is jullie gegund, daar niet van, maar cynisch is het wel.’

Deltour kent de verhalen over de liefde die Van Thillo koestert voor kranten. ‘Die is er als het goed gaat. Maar anders is die liefde snel verdwenen. De krant als cultureel erfgoed, als een belangrijk instituut voor de democratie, dat doet hem niets. Arbeidsvoorwaarden van journalisten: interesseert hem niet. Het komt altijd terug bij de cijfers en de waarde voor de aandeelhouders, wat dan zijn familie is. Dat maakt het ook weer cynisch.’

Van Beukering, desondanks: ‘Hij weet echt alles van kranten. Het zit in zijn bloed. Hij kent alle kranten ter wereld. Hij volgt het, hij weet alles. Maar aan de andere kant is hij ook heel erg zakelijk. Dat zie je maar zelden, in één persoon. Dat maakt hem uniek.’

In tegenstelling tot wat vaak wordt beweerd, bemoeit Van Thillo zich volgens haar nauwelijks met de inhoud van de krant, behalve als bijvoorbeeld aan een restyling wordt gewerkt. ‘Ik heb nauwelijks contact met hem. Hij zegt: zolang het goed gaat, bemoei ik me nergens mee.’

Het wordt bevestigd door Desmet, die als hoofdredacteur van De Morgen jarenlang met hem te maken had. Van Thillo schetst in het allereerste stadium de grote lijnen en laat de uitvoering over aan de hoofdredacteur en de redactie.

In 2006, in Knack: ‘Succesvolle media hebben sterke persoonlijkheden nodig, en die dulden geen inmenging (...). Inhoudelijke onafhankelijkheid is cruciaal voor een mediabedrijf.’

Iedereen die met hem kennis heeft gemaakt, noemt zijn charisma en zijn overtuigingskracht. Hij kan mensen dingen aanpraten die ze zelf niet willen, zegt Desmet.

Barbara van Beukering: ‘Hij inspireert. Als hij praat over kranten, over tijdschriften, over media, hangt iedereen aan zijn lippen.’

Typerend is de anekdote die ANP-baas Erik van Gruijthuijsen vertelt over zijn eerste ontmoeting met Van Thillo.

Als hoofdredacteur van Het Parool was hij in 2002 samen met adjunct Frits Campagne op zoek naar een koper, om uit PCM te kunnen treden en de krant te redden. Met onder anderen Jan de Roos van mediagroep NDC en Maarten van den Biggelaar van Quote waren al veelbelovende gesprekken gevoerd.

‘En toen belde er een Belgische meneer. Hij zei dat hij binnenkort in Amsterdam zou zijn. Of hij langs mocht komen. Ik had nog nooit van Van Thillo of De Persgroep gehoord. Hij kwam binnen en begon te vertellen, zo goed, zo overtuigend, dat Frits Campagne en ik anderhalf uur later tegen elkaar zeiden: we hebben hem.’

Drie maanden na de overname van Het Parool zakte de advertentiemarkt in. Van Gruijthuijsen: ‘Toen zei Christian: mannen, het gaat niet goed. We moeten echt ingrijpen. Hij wilde de redactie terugbrengen van 100 naar 65 man. Dat was echt vreselijk, omdat we al die mensen bij Het Parool hadden beloofd dat we met dezelfde redactie verder gingen. Wij konden uiteindelijk met 78 mensen verder.’

Bij alle kranten die De Persgroep de afgelopen 20 jaar heeft overgenomen, werd hard gesaneerd. ‘Wat hij altijd doet, is onmiddellijk reorganiseren’, zegt Van Beukering. Dat zal, als De Persgroep behalve het AD heel PCM over zou nemen, niet anders zijn, denkt ze.

Pol Deltour van de Vlaamse journalistenvakbond: ‘Hij is een kille man. Een kille uitgever. Ik mis de warmte bij hem die ik bij andere uitgevers nog wel tegenkom.’

Van Gruijthuijsen: ‘Zijn toespraak bij mijn afscheid als hoofdredacteur van Het Parool draag ik mijn leven lang bij me. Fantastisch. Echt indrukwekkend, omdat hij ook iets van zichzelf liet zien. En met een enorme humor. Ik heb ook zo ongelooflijk met hem gelachen, echt ongelooflijk.’

Desmet: ‘Hij kan mensen tot in de perfectie imiteren, op een manier die je over de grond doet rollen van het lachen. Theo Bouwman, de oude topman van PCM, die heb ik hem een keer na zien doen. Dat was hilarisch.’

Christian Van Thillo, in 2006 tijdens een lezing voor adverteerders: ‘Ik geloof in een vriendelijke dictatuur.’

Christian van Thillo. (Yann Bertrand/ De Morgen) Beeld
Christian van Thillo. (Yann Bertrand/ De Morgen)
Meer over