Leve de onzekerheid

De bonussen bloeien, het grote graaien is weer begonnen, en wat hebben we geleerd? Alleen dat niets zeker is, zegt econoom Liesbeth Noordegraaf-Eelens, nummer vijf in een korte serie over de crisis van het kapitalisme....

Vorige maand gaf ze in Amsterdam een lezing voor het Sandberg Instituut, de masteropleiding van de Gerrit Rietveld Academie. Liesbeth Noordegraaf-Eelens: ‘Aan het eind van mijn verhaal zette ik uiteen dat we volwassen moeten willen worden, dat we bereid moeten zijn ook het verlies te nemen.’ Na afloop kwam Dirk van Weelden, de schrijver, achter haar aan. ‘Hij zei: je vergeet dat de mensen in angst leven.’

Het gesprek met de jonge econoom en filosoof gaat over de existentiële angst die, zo lijkt het, in deze economische crisis zich sterker manifesteert dan in vorige. Het gevoel dat het niet meer goed komt.

Dirk van Weelden heeft een punt, erkent ze: de mensen zijn bang. Maar toch: ‘Ik heb een zus die voor een bank in New York werkt. Ze vertelde me over de wereld van verschil in reactie tussen haar Amerikaanse collega’s en haar Nederlandse collega’s. De Amerikaanse collega’s vonden het uitbreken van de financiële crisis verschrikkelijk, maar ze reageerden niet in paniek. Amerikanen bouwen hun bestaan niet op zekerheid. Wij hebben een maatschappij gemaakt waarin we niet hebben leren leven met angst.’

Volgens de Belgische hoogleraar wijsbegeerte Jos de Mul beleven we de wedergeboorte van de tragedie. Noordegraaf-Eelens legt uit waaraan we moeten denken: ‘Dat we in deze geglobaliseerde wereld uiteindelijk niet meer de consequenties van ons eigen handelen kunnen overzien. Je denkt dat je je wereld beheerst en opeens keren de dingen zich tegen je. Dat is een heel krachtige, ontregelende ervaring.’

Ze was in 1998 Docent van het Jaar, uitverkozen door de studenten van de Erasmus Universiteit. Ze heeft vier keer de marathon van Rotterdam gelopen. In drie jaar tijd werd ze vier keer moeder, de laatste keer van een tweeling. Haar vier jongens zijn 5, 4, en 3 jaar. Binnenkort promoveert ze op een eigenzinnige studie waarin economie en filosofie elkaar tegenkomen. Ze is 36 en ze is stoer.

Dat promotieonderzoek gaat over taal, meer in het bijzonder over de macht en de onmacht in het taalgebruik van presidenten van centrale banken. Trichet, Wellink, dat soort mensen.

Ze zegt dat het de meeste economische wetenschappers ontgaat, maar dat taal onder bankiers een fascinerend ding is. Ze noemt het woord ‘vertrouwen’. Alles draait tegenwoordig om ‘vertrouwen’. Wat haar aanspreekt, is de gedachte dat er geen vertrouwen kan zijn zonder wantrouwen.

‘Als je in een relatie tegen iemand zegt: ik vertrouw je, zeg je daarmee ook dat je weet dat het mis kan gaan. Je weet dat de mogelijkheid van vreemdgaan er altijd is. Daarom zeg je: ik vertrouw je.’

In de financiële wereld is het woord ‘vertrouwen’ gecanoniseerd, meent ze. Maar als wordt gesproken van ‘vertrouwen’, bedoelt men eigenlijk een veel stelliger woord: ‘geloven’.

Liesbeth Noordegraaf: ‘Wie gelooft kent geen twijfel. Houdt geen rekening met de optie dat het ook wel eens mis kan gaan. Want God bedriegt je niet. Geloven is een vorm van totale overlevering. Wie in God gelooft, doet niet aan scepsis. Je legt je ziel en zaligheid in Zijn handen. Hij zal zorgen dat het goed komt. Is het niet hier op aarde, dan is het wel in het hiernamaals.

‘Er is een blind geloof geweest in de financiële wereld. Wij geloofden Nout Wellink. Wij gingen geen vragen stellen in de zin van: weet u het zeker, gaat het echt wel goed? We geloofden onze bankiers. Zij waren onze leidsman, onze raadsman. De bankiers beloofden van onze spaarcenten gouden bergen te maken en wij geloofden hen.’

Waarom deden we dat? Vanwege een dwingend verlangen naar zekerheid?

‘Dat denk ik. Daar hebben de bankier en de klant elkaar gevonden. De klant wilde zijn leven veiligstellen, de bankier bood de mogelijkheden. Ik heb in 2004 een boek geschreven, De overspelige bankier. Ik heb eens gekeken op hoeveel manieren wij ons kunnen verzekeren. Ik noem eens wat: lijfrentepolis, begrafenispolis, bruiloftsverzekering, arbeidsongeschiktheidsverzekering, studentenverzekering, leef-optimaal-hypotheek, universal-life-verzekering, familybanking, levensloopverzekering en nog een paar handen vol.’

Hebben we gedacht dat zekerheid, veiligheid te koop was?

‘Het is het Zwitserlevengevoel: voor betrekkelijk weinig geld kun je een prachtig leven kopen. Ellen ten Damme en Huub Stapel en het Zwitserlevengevoel; wie kon zich er niet in herkennen? Je ziet hoe ze naar Italië rijden, zij staat voor een fontein, Huub vraagt of de zon al opkomt, zij zegt: zullen we het proberen voor een kwartje?, ze gooien een kwartje omhoog en inderdaad - de zon.’

Was het een tijd lang ook niet een adequate schets van de werkelijkheid?

‘Dat is een van de interessante kanten van de crisis. Nu geven we af op de valse trek in de economie. We zijn vergeten dat we er jarenlang van genoten hebben. Dat we in die mooie huizen wonen en in die grote auto’s rijden is ook dankzij de bankiers. Speculatie werkte. Steeds was de verwachting dat het nu en in de toekomst goed zou gaan. Niet dat er houvast was, maar er waren de verwachting en het geloof.

‘Met elkaar hielden we dat complex in stand, met steeds ingewikkelder financiële constructies en steeds hogere opbrengsten. De economen en de bankiers vertelden ons dat ze de risico’s klein hielden, de rendementen hoog. En wij vertrouwden hen. Totdat in de loop van 2008 twijfel ontstond over de stelligheid van de verwachtingen. In september stortte het bouwsel in.

‘Maar we hebben allemaal meegedaan aan dat free ridergedrag.’

Dom?

‘Ik zou het niet dom noemen. De verwachtingen waren heel productief. Het was een geloof dat anders dan religies die met een hiernamaals schermen, meteen afrekende. Boter bij de vis. Je zag het geld aan alle kanten komen binnenrollen.’

Moeder zei altijd: het geld groeit niet aan de boom, dus

‘Maar dat was het fantastische: het geld groeide wel aan de boom. Je kon tegen je moeder zeggen: vandaag breng ik dit bedrag naar de beurs, morgen heb ik anderhalf keer dat bedrag, overmorgen het dubbele.

‘In de religie konden heel veel mensen geen zekerheid meer vinden tegen de ongewisheid van het bestaan. Op hun zoektocht naar nieuwe zekerheid kwam men de bankier tegen. Die beloofde op zijn manier gouden bergen en maakte het nog waar ook. Daar achteraan lopen zou ik niet dom willen noemen.’

Nou ja, wie is opgevoed met de wijsheid dat we ons brood zullen eten in het zweet des aanschijns, had kunnen weten dat gratis en voor niks niet bestaat.

‘Daar zit de diepe verandering die sluipenderwijs, ergens in de jaren tachtig in onze maatschappij gestalte heeft gekregen. Arbeid is vervangen door speculatie.

‘Ploeteren is voor de dommen. Het merendeel van de economiestudenten die ik begeleid, wil in de haute finance gaan werken. Speculeren is spannend, en wat vooral telt: je kunt er veel geld aan overhouden.’

Waarom noemt u de bankier ‘overspelig’?

‘Ik noem hem zo op twee manieren. Een bankier als Scheringa heeft dingen verkocht die niet door de beugel konden. Hij heeft klanten verraden, en hij is de enige niet.

‘Er is nog een andere betekenis van bancair overspel. Die vind ik interessanter: het is de noodzaak van de financiële wereld om almaar vast te houden aan de roes van de verwachtingen. Ik noem dat verschijnsel ‘het hiernogmaals’. Je moet in een steeds moorddadiger tempo mee blijven doen aan het grote financiële wereldspel, telkens opnieuw en telkens in een hogere versnelling. Het spel is met de bankier aan de haal gegaan, het is onbeheersbaar geworden.

‘We hebben het zelf gemaakt, het is een eigen leven gaan leiden, het is ons boven het hoofd gegroeid – het monster van Frankenstein.’

Is dat het einde van de illusie van zekerheid?

‘Ik hecht sterk aan het woord van Hannah Arendt: ‘In het onvoorspelbare zit de vrijheid van de mens.’ De mens doet tegenwoordig bijna niet anders dan het omgekeerde. Voortdurend proberen we het onvoorspelbare terug te dringen. Om controle te houden over het bestaan.

‘De crisis heeft opeens de controle weggeslagen en de onzekerheid tastbaar gemaakt. We zijn in angst. We proberen schuldigen aan te wijzen. Het is de uitdrukking van de paniek waarin we verkeren. We weten niet wat we met de situatie aan moeten.’

Toch ook omdat een uitweg niet in het zicht is?

‘Nou, dat weet ik niet. Ik heb het idee dat voor het grootste deel van de bevolking de crisis alweer voorbij is. Ik weet niet of het systeem gebroken is. Het zou kunnen, maar ik twijfel. De hedgefondsen, de speculanten bij uitstek van het financieel systeem, krabbelen alweer overeind, er worden weer winsten gemaakt in delen van het bedrijfsleven.

‘Ik zie dat heel veel mensen geloven dat we de oude draad kunnen oppakken als we het systeem wat aanpassen, als we het toezicht wat strenger maken, de bonussen inperken, dan gaat het wel weer werken.

‘Ik denk dat we gewoon weer in de oude tredmolen stappen van over elkaar heen buitelende, wereldwijde financiële transacties. Omdat kapitaalaccumulatie het enige is wat we hebben. We willen toch niet terug naar het 19de-eeuwse arbeidersbestaan of naar de ruilhandel?

‘Ik heb nog een ander intuïtief gevoel. Ik geloof dat we crises zullen krijgen in een hoger tempo van opvolging. In zekere zin, denk ik, zullen we in de geglobaliseerde economie aan crises moeten wennen. Ze zullen zich vaker voordoen. Er zullen omvangrijke ketens van financiële activiteit blijven ontstaan, en vanwege de ondoorzichtigheid zullen die vaker worden opgeblazen, doordat ergens in de keten een partij het spel niet meer vertrouwt en afhaakt.’

Zou het vooruitgang zijn als we leren leven met existentiële onzekerheid?

‘Absoluut. Het leven valt niet te verzekeren. Dat is misschien de belangrijkste les van deze crisis.’

‘Ik kan de angst wel begrijpen, maar vraag je af waar hij uit voortkomt. We dachten dat we onafhankelijk waren. We geloofden in de onaantastbaarheid van het financiële systeem. Met een schok komen we erachter dat we met valse zekerheden leefden.

Wat zou dan de zegen van de crisis kunnen zijn?

‘Dat we beseffen dat we ons afhankelijk hebben gemaakt van het reilen en zeilen van het financiële systeem. Dat we dus niet baas in eigen huis zijn.

‘Misschien dat we de waarde leren onderkennen van onzekerheid. Al zeg ik er meteen bij dat het moeilijk zal zijn. Toen ik zes jaar geleden dat boek schreef over de overspelige bankier was ik er nog optimistisch over. Nu niet meer. De angst is sterk en het is diep in de gelederen geslopen. Dat hele migrantendebat, daar schep je de angst toch vanaf?’

U schrijft: de globalisering is ons overkomen. Zijn we kwetsbaarder geworden dan dertig, veertig jaar geleden?

‘Misschien wel. Door de globalisering zijn we in elk geval meer dan ooit aan onszelf overgeleverd. Er is minder sociale context, je hebt minder om op terug te vallen. Als het goed gaat, is dat nog niet zo erg. Maar in tijden van angst is het zeer confronterend.’

Is in uw visie onzekerheid eigenlijk niet een vorm van vrijheid?

‘Het is niet hetzelfde. Maar je hebt geen vrijheid zonder onzekerheid. Wie van zijn angst wil worden verlost, moet zichzelf leren onzekerheid te waarderen.

‘Ik denk dat het belangrijk is onthecht te zijn en daarmee te kunnen leven, los van begeerte. Het is een grondtoon in de filosofie, het heeft me altijd aangesproken: probeer begeerte te beteugelen. Dat is moeilijk, hoor. Maar een begin van bewustzijn op dit vlak, helpt al.’

Maar op wie kunnen we nog vertrouwen, behalve op onszelf?

‘Zelfs dat laatste valt te betwijfelen. Want wie zijn wij nog, in al onze afhankelijkheden?’

Wat denkt u, zou God weer populair worden?

‘God geeft je de mogelijkheid om met pech te leven en toch nog een perspectief te hebben. Zonder perspectief gaat het niet.

‘Ik heb geen precieze cijfers, maar het zou me niks verbazen als God inderdaad weer populair wordt.’

Meer over