Background

Lage olieprijs deert niet alleen Rusland

De roebel kreunt onder de dalende prijs voor ruwe olie. Maar met de naira (Nigeria), de bolivar (Venezuela), de rial (Iran) en de kwanza (Angola) is het niet veel beter.

De Venezolaanse president Nicolas Maduro na een ontmoeting met arbeiders in de olie-industrie.Beeld Reuters

De spectaculaire daling van de olieprijs tot onder de 70 dollar per vat (159 liter) treft niet alleen Rusland. Ook verschillende andere olieproducerende landen zullen hierdoor problemen krijgen. Van de OPEC-landen dreigen vooral Nigeria, Venezuela, Iran en Angola in financiële problemen te komen.

Nigeria

Donderdag besloot de Nigeriaanse minister van Financiën Ngozi Okonja-Iweala de prognose van de olieprijs voor 2015 voor de tweede keer naar beneden bij te stellen. Nu wordt uitgegaan van een olieprijs van 65 dollar per vat. Een maand geleden werd al besloten de verwachte olieprijs te verlagen tot 73 dollar. De nieuwe aanpassing betekent dat in de begroting moet worden uitgegaan van minder inkomsten, wat inhoudt dat de regering zal moeten snijden in de uitgaven.

Sinds juni zijn de olie-inkomsten met meer dan eenderde gedaald. De deviezenreserves zijn sterk verminderd. Voor de eerste keer in drie jaar moest de nationale munt, de naira, worden gedevalueerd. Voor een dollar moest deze week 186 naira worden neergeteld. Twee maanden geleden waren dat er nog 160.

Olie en gas zijn vrijwel het enige exportproduct van het bevolkingrijkste land van Afrika. Samen zijn ze goed voor bijna 80 procent van alle staatsinkomsten. De regering had ambitieuze plannen voor een verbreding van de economische basis naar telecommunicatie, financiële dienstverlening en toerisme. Hiervoor zijn grotere havens nodig, meer wegen en vooral minder stroomstoringen. Door de dalende olieprijs dreigen deze investeringsplannen spaak te lopen. Volgens de Nigeriaanse autoriteiten kost de daling van de olieprijs het land economisch gezien meer dan de gevolgen van de ebola-epidemie: 40 miljard tegenover 32 miljard dollar.

Behalve economisch onheil kan de prijsdaling ook een politieke crisis veroorzaken. In februari volgend jaar zijn er verkiezingen in het land dat in dit voorjaar nog Zuid-Afrika voorbij streefde als de grootste economie van Afrika. Daarnaast is een opstand gaande van islamitische extremisten die al aan 13 duizend mensen het leven heeft gekost.

Beeld De Volkskrant / Bron: Wall street Journal

Venezuela

De economie van Venezuela verkeert al jaren in een belabberde staat. Nu ook de olieprijzen zijn gekelderd, staat het land het water na aan de lippen. De economie krimpt dit jaar met 3 procent en de inflatie bedraagt 60 procent. President Nicolas Maduro kondigde deze week aan dat de begrotingsuitgaven met 20 procent zullen moeten worden teruggebracht. Hij benadrukte dat alleen in de 'luxe uitgaven' zal worden gesneden, niet in de sociale voorzieningen die door zijn populaire voorganger Hugo Chávez in het leven zijn geroepen.

Venezuela krijgt nog maar 63 tot 64 dollar voor een vat olie. Elke dollar minder kost het land 700 miljoen dollar per jaar, terwijl het tekort op de begroting ook zonder prijsdaling van olie al 17 procent van het binnenlands product bedroeg.

Een van de aanpassingen is herziening van het valutastelsel. De officiële koers van de Venezolaanse bolivar, de munt van het land, is 6,3 voor één dollar. Maar op de zwarte markt wordt meer dan 150 bolivar voor een dollar betaald. Door een devaluatie zou Maduro die verschillen willen verminderen, hoewel het onwaarschijnlijk lijkt dat de koers aan de marktwerking zal worden overgelaten.

De populariteit van Maduro is tanende. Nog geen kwart van de Venezolanen vindt dat hij het goed doet. Liefst 85,7 procent van de kiezers is van mening dat hij de verkeerde richting voor het land heeft ingeslagen.

Beeld De Volkskrant / Bron: Wall street Journal

Iran

Iran zal niet meteen failliet gaan door de daling van de olieprijs. Maar het ondermijnt de positie van het land in de politiek en militair zo woelige regio en bij de onderhandelingen over de inperking van het nucleaire programma in Genève.

Iran heeft eigenlijk een olieprijs van 100 dollar per vat nodig om niet met een tekort op de begroting te worden geconfronteerd. Bij de huidige olieprijs verliest het land 1 miljard dollar aan inkomsten. De rial, de munt van het land, is afgelopen weken fors gedaald. Er moet nu bijna 36.000 rial voor een dollar worden betaald. Dat is in één week een koersverlies van 6 procent. Minister Ali Tayyebnia van Economische Zaken waarschuwde de bevolking niet in paniek te raken: 'Niemand hoeft bang te zijn. We kunnen de situatie op de valutamarkt en kapitaalmarkt stabiliseren.'

De lagere olieprijs zal het land ook niet in acute financiële problemen brengen, hoewel 80 procent van de inkomsten van Iran uit olieverkopen moet komen. Sinds 2004 heeft Iran telkens 30 procent van alle olie-inkomsten in een nationaal ontwikkelingsfonds gestort.

De olieproductie in Iran is goedkoop. Het kost maar 10 tot 15 dollar om een vat ruwe olie te winnen, zodat de sector zelfs bij een lage prijs heel winstgevend blijft. Het grote probleem zijn de handelssancties tegen het land vanwege het atoomprogramma. Ayatollah Khamenei, de geestelijk leider van het land, waarschuwde de politici van zijn regering dat ze zich niet moeten laten verleiden om concessies aan het Westen te doen. Iran heeft de onderhandelingen over het nucleaire programma inmiddels met zeven maanden verlengd. Khamenei noemde dat geen concessie, maar sprak van 'heldhaftige flexibiliteit.'

Beeld De Volkskrant / Bron: Wall street Journal

Angola

Angola is een van de landen die groot risico lopen op verlaging van de kredietwaardigheid door de dalende olieprijs, zo meldde ratingbureau Fitch deze week. De daling van de olieprijs is een klap voor het land. De regering van het Afrikaanse land was voor 2014 uitgegaan van een groei van 8,8 procent en een overheidstekort van 5 procent. Met die cijfers zou Angola serieus werk kunnen maken van de wederopbouw, die nog altijd nodig is hoewel de burgeroorlog al sinds 2002 min of meer is beëindigd.

Minister Abraão Gourgel van Economische Zaken presenteerde dit najaar nog een ambitieus investeringsplan van 22,7 miljard dollar, dat de afhankelijkheid van olie moet verminderen. In totaal waren daartoe 36 projecten aangewezen die binnen twee à drie jaar moesten worden gerealiseerd en tot een meer gediversifieerde economie moesten leiden.

De overheidsuitgaven zijn geheel gebaseerd op de olie-inkomsten. Voor volgend jaar is een olieprijs gebudgetteerd van 81 dollar per vat - veel hoger dan andere landen doen. Angola beschikt over flinke reserves, maar als de olieprijs voor lange tijd onder de 80 dollar blijft steken zal de nationale munt, de kwanza, verzwakken en het begrotingstekort exploderen.

Uiteindelijk zal het land misschien zelfs moeten lenen op de kapitaalmarkt en als dat niet lukt een lening moeten vragen bij het Internationaal Monetaire Fonds, zoals ook in 2008 nodig was. Als de munt verzwakt, worden levensmiddelen duurder en stijgt de inflatie.

Beeld De Volkskrant / Bron: Wall street Journal
Meer over