Kunstmestfabriek wil gipsmijn openen

Kunstmestfabriek Kemira in Pernis zit op een gipsmijn. Momenteel wordt dit afvalproduct nog geloosd, maar hergebruik ligt in het verschiet....

RECHT tegenover elkaar, aan weerszijden van de Nieuwe Waterweg in Rotterdam, lozen twee kunstmestfabrieken al gedurende decennia duizenden tonnen afvalgips in de rivier. Op zichzelf is de lozing daarvan geen groot probleem, want gips komt van nature in water voor.

In de gipsstroom zitten echter ook duizenden kilo's zware metalen opgesloten, waarvan cadmium en kwik de gevaarlijkste zijn. Met zijn tweeën nemen de fabrieken ongeveer de helft van de Nederlandse waterlozingen van zware metalen voor hun rekening. Ook radioactieve elementen zoals radium en polonium belanden in het water. Bovendien bevat het gips een groot deel van de minder gevaarlijke delen van het Periodiek Systeem der Elementen.

Het is allemaal nodig voor de productie van fosforzuur, een basisstof voor kunstmest en veevoer. Fosforzuur ontstaat door fosfaaterts in contact te brengen met geconcentreerd zwavelzuur, waarbij vijf keer zoveel gips (calciumsulfaat) als fosforzuur ontstaat. Onvermijdelijk worden daarbij ook alle verontreinigingen uit het fosfaaterts vrijgemaakt.

De gipslozingen van de kunstmestfabrieken op de Nieuwe Waterweg behoren tot de klassiekers van de vaderlandse milieugeschiedenis. De fabrieken, Windmill en DSM, kregen eind jaren tachtig Greenpeace op hun dak. Uit protest probeerde de milieuorganisatie de lozingspijp te dichten. Zelfs de keurige stichting Natuur en Milieu noemde de kunstmestindustrie 'de grootste viespeuken van het stroomgebied van de Rijn'. De bedrijven zelf lieten zich evenmin onbetuigd. Werknemers gingen zelfs de straat op om te protesteren tegen de in hun ogen veel te hoge milieu-eisen die aan hun bedrijven werden gesteld.

Tien jaar later is er niets meer over van dit gekrakeel. Oorzaak daarvan zijn ongetwijfeld de drastische reducties van de lozingen, waartoe de overheid de bedrijven stimuleerde. Onder meer wordt nu schoner erts uit Rusland en Jordanië toegepast. De cadmium-stroom nam met 98 procent af, andere zware metalen met 90 procent, fosfaat met 75 procent. Het gipsvolume bleef nagenoeg gelijk. Onder druk van de Internationale Rijncommissie en de protocollen voor bescherming van de Noordzee, eist de overheid echter nieuwe innovaties.

En de tijd begint te dringen want eind dit jaar lopen de milieuvergunningen af. Hydro Agri (dat Windmill overnam) nam dit voorjaar al het besluit om de productie van fosforzuur in Nederland te staken. Het concern kreeg van het Noorse moederbedrijf geen fiat voor verdere milieuverbeteringen. Ook vele andere fosforzuurbedrijven in Europa zijn gesloten of gefuseerd.

Kemira, dat de Pernislocatie van DSM overnam, is nu het enig overgebleven kunstmestbedrijf aan de Nieuwe Waterweg. Ook hier stelt het Finse moederbedrijf echter restricties. Toch denkt milieumanager ir. Peter Mertens van Kemira niet dat hij aan het eind van het jaar werkeloos thuis zit. 'We hebben een nieuw proces ontwikkeld, waarmee we ook de gipslozingen met 90 procent reduceren', zegt Mertens.

Door het gips te ontwateren en te filtreren, kan het in een vuile en een schone fractie worden gesplitst. De kleine, vuile fractie wil Kemira blijven lozen. Uit de schone ontstaat een gips dat voldoet aan alle technische specificaties. Gipsplaat, gipsblokken, en pleisterwerk, ze kunnen zonder mankeren worden gemaakt uit het gips van de kunstmestindustrie, stelt Kemira.

'De gipsverwerkende industrie hoeft haar gips niet langer alleen uit de mijnen in Spanje, Frankrijk en Duitsland te halen. We zitten in Pernis bovenop een gipsmijn', zo verwoordt Mertens het concept, dat Progips is gedoopt. 'Het scheelt gipsproducenten grondstoffen en transportkosten.' Kemira is met grote internationale producenten als Knauf (Duitsland), BPB Gypsum (Groot-Brittannië) en Lafarge Platres (Frankrijk) aan het onderhandelen over de financiering van een recyclingsfabriek met een capaciteit van 850 duizend ton. De investering kost 35 miljoen gulden.

In een hoek van het bedrijfsterrein in Pernis staat een proeffabriekje, waarmee de afgelopen tijd enkele duizenden tonnen van het bouwgips zijn vervaardigd. Daarvan bouwde het bedrijf een deel van een woonhuis van veertig vierkante meter. Een halletje opgetrokken uit gipsblokken, een vloer van gipsanhydriet, en de muren in de kamer bekleed met gipsplaat, allemaal strak afgestuct met pleisterwerk. Even verderop op de testlocatie verrees een soortgelijk bouwsel van conventioneel bouwgips.

'Het bureau Intron volgde gedurende acht maanden de radonconcentratie en de gammastraling, en kon geen meetbare verhoging aantonen', zegt Mertens. Tot zijn opluchting, want fosfaaterts bevat radioactieve elementen, waaronder radium en polonium. De bouwwereld is erg beducht voor radioactiviteit, want in de jaren zeventig werd fosforgips enige tijd in de bouw toegepast. Het 'stralende gips' bezorgde de gipsindustrie forse imagoschade. Mertens benadrukt dat de kwaliteit van het gips nu stukken beter is.

Op de Technische Universiteit Delft spreekt prof. dr. Geert-Jan Witkamp van een doorbraak. 'Ze maken van hun afvalprobleem een grondstofbron, en in een niet kinderachtige hoeveelheid ook', aldus Witkamp, die veel onderzoek voor de kunstmestindustrie verricht. Hij vindt wel dat de bedrijven een nog verdergaande verwijdering van metalen moeten bewerkstelligen.

De hoogleraar toont op zijn laboratorium een hele serie opstellingen waarmee de vervuilende stoffen uit het gips of het zuur zijn af te scheiden. Volgens Witkamp moet er nog veel onderzoek worden verricht, maar in principe is het mogelijk met nieuwe ionenwisselaar- en extractietechnieken de meeste vervuiling voorgoed uit de stroom te houden.

'Met dergelijke technieken kan de kunstmestindustrie bovendien beter inspelen op de wisselende kwaliteit van het fosfaaterts', zegt Witkamp. Op dit moment beschikt Kemira over relatief schoon en weinig radioactief erts, maar een oprisping van de markt kan daar zomaar een einde aan maken.

Ook de milieuorganisaties spreken van een vooruitgang. 'Het is verheugend te vernemen dat het oude idee van het hergebruik van het gips uit de vroege jaren tachtig nu wel kan', reageert prof. dr. Lucas Reijnders van Natuur en Milieu. 'Wel moeten het cadmium en het radioactieve polonium, dat tot in de vis is terug te vinden, definitief uit het water worden gehouden', meent hij.

Greenpeace is het daarmee eens. 'We willen de stoffen ook niet in de kunstmest, want dan vervuil je de landbouwgrond, en ook niet in het gips, want dan verspreid je de vervuiling diffuus in de woningbouw', aldus ir. Eco Matser van Greenpeace.

Gipsproducent Gibo is bij monde van directeur ir. Hans Scheepbouwer wel overtuigd van de lage radioactiviteit van het Kemira-gips. 'Toch zal de industrie niet zomaar overschakelen, want de economische noodzaak ontbreekt. Moeder Aarde bevat namelijk meer gips dan u kunt dromen.' De grote gipsverwerkende industrie vindt het nog te vroeg voor commentaar.

Mocht het proces niet doorgaan, dan zal Kemira in navolging van Hydro Agri noodgedwongen de poorten sluiten. Hoogleraar Witkamp weet de gevolgen dan al. 'Een kunstmestproducent als Marokko, dat op een geen enkele milieumaatregel valt te betrappen, zal ervan profiteren. Dat leidt tot meer landschapsvernietiging door de open mijnbouw, meer cadmium in de kunstmest en onvoorstelbare hoeveelheden vervuild gips in de Atlantische Oceaan.'

Meer over