Kunnen sancties nog beter werken?

NIET ALLEEN de Iraakse dictator Saddam Hussein zegt dat de Verenigde Staten hun positie in de Veiligheidsraad misbruiken voor eigen doeleinden....

Neem Robert Pelletreau, de Amerikaanse oud-onderminister van Buitenlandse Zaken voor het Midden-Oosten. Op het voorjaarssymposium 'Middle East Petroleum and UN/US Sanctions' (Middle East International van 30 mei) zei deze gewezen politicus dat de Amerikaanse politiek vis-à-vis Irak louter en alleen is gebaseerd op 'de veronderstelling dat de regering in Bagdad haar ambities om haar heerschappij in de Golf te vestigen niet heeft opgegeven'. De Iraakse regering zou in strijd met de Amerikaanse belangen kunnen handelen, aldus Pelletreau die thuis is in de corridors of power.

Of neem Peter Odell, emeritus hoogleraar Energievraagstukken aan de Rotterdamse Erasmus Universiteit. Op hetzelfde symposium stelde Odell dat de Amerikanen er door middel van sancties tegen Irak, Iran en Libië in zijn geslaagd hun 'hegemonie op de internationale oliemarkten te herstellen'. Door het wegvallen van een olieproducent als Irak en de daaruit voortvloeiende stijging van de olieprijzen is de belangrijkste regionale bondgenoot van de VS, Saudi-Arabië, voor jaren van stabiele inkomsten verzekerd.

De Amerikaanse olieconsultant Thomas R. Stauffer sprak in Nicosia over de voordelen die de accumulatie van oliedollars in Saudi-Arabië (en Koeweit) oplevert voor de Amerikaanse wapenindustrie. Stauffer beschouwt de door de Amerikaanse regering ondersteunde sancties tegen Midden-Oosterse landen als het resultaat van 'puur binnenlandse politiek'.

Het zijn eenvoudige inzichten, die stuk voor stuk de jongste anti-Amerikaanse oprisping van Saddam Hussein kunnen helpen verklaren. De Iraakse president denkt het groeiend gebrek aan internationale consensus over de sancties uit te buiten, die buiten de VS in toenemende mate als ineffectief worden ervaren.

Zo schrijft de Iraakse Revolutionaire Commandoraad (RCC) ter rechtvaardiging van zijn besluit Amerikaanse inspecteurs van de ontwapeningscommissie van de VN (Unscom) de toegang tot Irak te zullen ontzeggen:

'Nadat alle fundamentele opties waren doorgenomen, zijn we overeengekomen dat het zinloos is af te wachten tot de Veiligheidsraad het embargo tegen Irak opheft, omdat de VS met hun kwade bedoelingen en negatieve invloed tegen opheffing zijn gekant.'

En inderdaad, deze stelling is niet ver bezijden de waarheid, al kan tegen de formulering bezwaar worden gemaakt. Het ís zinloos voor Saddam te wachten op opheffing van het embargo. De Amerikanen, met in hun kielzog de Britten, zíjn voor het onbeperkt handhaven van de sancties tegen Irak.

De drie andere permanente leden van de Veiligheidsraad (Frankrijk, Rusland, China) pleiten al jaren voor versoepeling van het embargo. Rusland zou Irak hebben toegezegd voor het einde van dit jaar de opheffing van de sancties te zullen bewerkstelligen, in ruil voor een belangrijke olieconcessie.

Het heeft niet zo mogen zijn. De sancties zijn niet versoepeld, maar dreigen veeleer te worden verscherpt. Het is crisis en de Veiligheidsraad bezint zich.

Waarschijnlijk heeft Saddam dat allemaal ingecalculeerd. Niet geschoten, altijd mis. Maar zit de Revolutionaire Commandoraad er zo ver naast als hij stelt dat de Amerikaanse regering de VN-ontwapeningscommissie (Unscom) gebruikt als een werktuig om de opheffing van het embargo uit te stellen?

Het heeft er alle schijn van dat de Iraakse klacht gegrond is. Zelfs als Saddam Hussein al zijn massavernietigingswapens zou hebben opgegeven, zelfs als Unscom Irak het certificaat 'brandschoon' zou toekennen, dan nog zouden de Amerikanen de sancties niet opheffen. Minister van Buitenlandse Zaken Albright heeft volmondig toegegeven dat de VS hun beleid pas zullen wijzigen na een machtswisseling in Irak. 'Wanneer het zover is, staan we klaar om, met onze vrienden en bondgenoten, een dialoog aan te gaan met het opvolger-regime.'

Zodoende is op het Amerikaanse State Department een alternatieve Irak-politiek onbespreekbaar, terwijl in Irak de macht van Saddam Hussein weer toeneemt. Zelfs de voorzitter van de ballingenorganisatie Iraaks Nationaal Congres (INC), Ahmad Chalabi, zei onlangs dat het Iraakse regime sinds de invasie van Koeweit in 1990 niet meer zo sterk is geweest.

Of een alternatieve Irak-politiek mét Saddam Hussein kans maakt, hangt af van de Amerikanen. Het is waarschijnlijk dat zij niet verder gaan dan een uitbreiding van de olie-voor-voedsel-deal. Daarbij mag Irak op grond van telkens te vernieuwen VN-resoluties iedere zes maanden ter waarde van twee miljard dollar olie exporteren om voedsel en medicijnen te kopen. Het is een doekje voor het bloeden.

De Amerikaanse regering kan moeilijk volhouden dat de 'werking' van de strafmaatregelen moet worden afgewacht. Het embargo is reeds zeven jaar van kracht en het heeft de Iraakse economie verwoest. De infrastructuur, de gezondheidszorg en het onderwijsstelsel zijn ingestort.

Nooit heeft het sanctiewapen ergens 'beter' gewerkt dan in Irak.

Guido Goudsmit

Meer over