Kritiek van EU op Israël helpt vrede

De stappen van de Europese Commissie tegen de illegale Israëlische export van producten uit de bezette gebieden naar de EU zijn een bijdrage aan het vredesproces, menen Willem van Genugten en Erik Laan....

IN MEI stuurde de Europese Commissie een geruchtmakende mededeling naar de EU-lidstaten. Israël wordt beschuldigd onrechtmatig producten uit de bezette gebieden te exporteren naar de EU als made in Israel.

Het gaat daarbij zowel om goederen uit de nederzettingen, als om producten van Palestijnse makelij. Via het in 1995 gesloten Associatie-Akkoord tussen Israël en de EU, krijgen deze producten op illegale wijze grote handelsvoordelen.

Het conflict heeft een grote reikwijdte. Meer dan eenderde van Israëls export gaat naar de EU. Onder het Associatie-Akkoord worden daar bijna geen importtarieven over geheven, maar daar zou een einde aan kunnen komen wanneer Israël doorgaat met deze praktijken. Israëlische regeringswoordvoerders reageerden furieus en lieten onbeschaamd doorschemeren dat eventuele Europese maatregelen afgewenteld zullen worden op de Palestijnen.

De Europese Commissie benadrukt dat het om een technisch/juridische kwestie gaat. Het Akkoord geldt voor de staat Israël, waarvan de door Israël in 1967 bezette gebieden - Oost-Jeruzalem, de Gazastrook, de Golan Hoogte en de Westelijke Jordaanoever - geen deel uitmaken. Wat Gaza en de Westelijke Jordaanoever betreft geldt dat ook in de Israëlische wetgeving.

Volgens het internationaal recht levert militaire verovering geen rechtmatig landbezit op. Totdat een definitieve vredesregeling is bereikt, is op de bezette gebieden de Vierde Geneefse Conventie van kracht volgens welke de nederzettingen illegaal zijn. Van sancties is dus geen sprake. Wel lijkt de EU eindelijk van plan het internationaal recht toe te passen.

Het EU-beleid in het Mediterrane gebied, gericht op bevordering van stabiliteit en vrede door vrijhandel (het zogeheten Barcelona- proces) valt of staat met naleving van de verdragen die in dat kader worden gesloten. Binnenkort zal het nu geldende interim-akkoord met Israël worden vervangen door het definitieve akkoord.

Logisch dat de EU nu nog eens goed kijkt naar naleving van de regels. Dat de Israëlische protesten zijn verstomd na de aanvankelijke dreigementen van Netanyahu de EU van het onderhandelingsproces uit te zullen sluiten, geeft aan dat de mededeling niet op juridisch drijfzand berust, zoals CIDI-directeur Naftaniel beweert (Forum, 23 juni).

In het verleden heeft de EU, die in verklaringen deze internationaalrechtelijke principes onderstreepte, om politieke redenen vaak afgezien van het afdwingen ervan. Vooral na de Oslo-akkoorden was de gedachte dat Israël en de Palestijnen via bilaterale onderhandelingen zelf tot vrede moesten zien te komen.

Daar kwam bij dat Israël de EU voortdurend een - eervolle - bemiddelende rol in het onderhandelingsproces voorspiegelde. Als de EU te kritisch werd, liet Brussel zich door Israël terugfluiten, om zo de dialoog open te houden. De politieke motieven om geen principieel-juridisch beleid te voeren vielen echter weg nadat het Oslo-proces zo in het slop is geraakt na het aantreden van Netanyahu.

Daar komt bij dat de de export uit nederzettingen een onaanvaardbare omvang aanneemt. Door dit nog langer te gedogen zou de EU de economische levensvatbaarheid van de illegale nederzettingenpolitiek stimuleren. Door de nederzettingen impliciet als Israëlisch te erkennen zou de EU bovendien vooruitlopen op het vredesproces.

Op de vraag welke producten afkomstig zijn uit de nederzettingen, wordt overigens vanuit Israël zelf antwoord gegeven. De vredesbeweging Gush Shalom heeft lijsten gepubliceerd met producten uit nederzettingen en riep op deze te boycotten. De kolonistenbeweging heeft daarop gereageerd met zijn eigen gedetaillleerde lijsten en riep op hun producten juist wel te kopen. Nuttige lijsten natuurlijk voor de Europese Commissie.

De Commissie is daarnaast geïrriteerd door de Israëlische weigering mee te werken aan uitvoering van het Europees-Palestijns Associatie-Akkoord. Israël dwingt de Palestijnen producten alleen onder Israëlische vlag te exporteren. Deze kwestie gaat over veel meer dan over de status van herkomst, zoals Naftaniel stelde. Er zijn sterke aanwijzingen dat Israël doelbewust de Palestijnse export frustreert via vertragende reguleringen die niet voor Israëlische producten gelden. Israël houdt verder het in gebruik nemen van een Palestijnse haven en vliegveld nog altijd tegen. Een recent rapport van de Europese Commissie constateerde dat de Palestijnse economie sinds 1993 met 35 procent was gekrompen - ondanks de Europese miljardensteun - door dit Israëlische beleid.

De Europese Commissie pleit daarom terecht voor implementatie van het EU-Akkoord met de Palestijnen. Alvorens over een algehele vrijhandelszone te praten, moet de Palestijnse economie zich zelfstandig kunnen ontwikkelen.

De koers van de EU verdient ondersteuning. Meepraten aan de onderhandelingstafel zonder een een stok achter de deur zal het vredesproces niet baten. Het niet afdwingen van het internationaal recht blijkt een misrekening. Slechts krachtige druk op Israël om zich aan het internationaal recht te houden kan het vredesproces, dat op sterven na dood is, weer op het spoor helpen.

Willem van Genugten is hoogleraar internationaal recht an de KUB, Erik Laan is stafmedewerker van Pax Christi.

Meer over