Koopsubsidie krijgt tweede leven

750 consumenten wisten de subsidieregeling eigen woningbezit te vinden. Dat kan anders, menen de bedenkers...

'Het is een schandalig gebrek aan kennis bij de banken.'

De subsidieregeling voor koopwoningen is jammerlijk mislukt, zo moeten initiatiefnemers Adri Duivesteijn (PvdA) en Pieter Hofstra (VVD) toegeven. Maar liever dan de regeling de nek om te draaien, zoals het ministerie van Volkshuisvesting (VROM) voorstelt, doen zij nog een laatste reanimatiepoging. 'Soepelere eisen en geen dubbelwerk meer.'

De echte eyeopener kwam voor Duivesteijn al maanden geleden, toen een collegaKamerlid voor zijn studerende dochter bij de bank naar de subsidieregeling vroeg. 'Niet proberen, veel te veel gedoe', kreeg deze te horen. En hij was niet de enige. In plaats van de vele tienduizenden door Duivesteijn en Hofstra gehoopte aanvragen, wisten sinds de invoering van 'hun' Wet Bevordering Eigenwoningbezit (BEW) op 1 januari 2001, slechts 750 mensen met een laag inkomen de weg naar het ministerie van VROM te vinden. En het idee was zo aardig.

Iedereen met een inkomen onder de huursubsidiegrens (euro 25.075 voor gehuwden, zie inzet), die zijn oog heeft laten vallen op een woning goedkoper dan euro 131.950, en bovendien niet meer dan ruim een ton hypotheek nodig heeft, kan bij VROM aankloppen voor een koopsubsidie van maximaal 168 euro netto per maand. Maar dat deed en doet men niet. Zulke goedkope woningen blijken namelijk nauwelijks voorhanden en als iemand er toch in slaagt er een te vinden, vangt hij of zij bij de bank alsnog bot, omdat deze het inkomen te laag vindt.

'We hebben de normen destijds te streng gesteld', zegt Duivesteijn nu. De verhoudingen zijn zoek, wat duidelijk blijkt uit de normen die de regering zelf hanteert. Voor het begrip 'sociale huurwoning' bijvoorbeeld, geldt inmiddels een bovengrens van ruim anderhalve ton, 169 duizend euro als je de transactiekosten meerekent. Uitgaande van de door het Nibud en de Nationale Hypotheekgarantie (NHG) gehanteerde norm voor 'veilig en verantwoord lenen' (een hypotheek mag nooit hoger zijn dan 4,5 keer je brutojaarinkomen), zou iemand voor een vollebezit dige hypotheek dus ruim 37 duizend euro moeten verdienen, ofwel anderhalf keer het huidige normbedrag.

Kortom, een verruiming van de normbedragen, zoals nu door Duivesteijn en Hofstra voorgesteld, zal er voor moeten zorgen dat de lage en middeninkomens alsnog toestromen. Duivesteijn hoopt op termijn op vijfduizend succesvolle subsidieaanvragen per jaar. Hij rekent vooral op een toestroom vanuit de sociale huursector, bij voorkeur huurders die hun huidige woning van hun corporatie kopen.

Woordvoerder Hans de la Porte van de Vereniging Eigen Huis juicht de vernieuwde koopsubsi(dieplannen toe, maar plaatst twee kanttekeningen. Allereerst vreest hij een prijsopdrijvend effect: door de subsidieregeling worden woningen binnen de subsidiegrens aantrekkelijker en dus duurder.

Ten tweede is uit een VEH onderzoek gebleken dat er de laatste jaren wel degelijk goedkope huizen zijn aangeboden en verkocht. Tussen 2000 en medio 2003 maar liefst 36 duizend woningen die binnen de oude normen vielen. Waarom dan toch maar een paar honderd subsidieaanvragen? 'Onbekendheid en een schandalig gebrek aan kennis bij banken en hypotheekadviseurs', stelt hij.

Duivesteijn onderkent risico's. Hoe groot het prijsopdrijvende effect van de subsidieregeling zal zijn, durft hij niet in te schatten. De onbekendheid van de regeling en de weinig behulpza rol van hypotheekverstrekkers hebben hoogste prioriteit. Duivesteijn denkt aan een publiekscampagne. Cruciaal is volgens hem ook de rol van de NHG. 'Door de subsidienorm aan de NHG norm te koppelen, zal een bank er niet meer omheen kunnen en willen.' Dankzij de NHG zijn banken verzekerd van volledige terugbetaling van eventuele uitstaande hypotheekschulden. Koppeling aan de NHG norm helpt ook voorkomen dat aspirantkopers zich door een hypotheekadviseur in een te groot pak laten naaien. Wie voor subsidie in aanmerking wil komen, zal immers nooit meer dan 4,5 keer zijn inkomen mogen lenen.

Blijft natuurlijk de vraag of huurders überhaupt staan te popelen om hun goedkope huurwoning voor een koophuis in te ruilen. Wie wil kopen, kan in veel gevallen rekenen op een verdubbeling van zijn of haar maandlasten. 'Ik wil niet zeggen dat ik een voorstander ben van de geplande liberalisatie van de huren', zegt Duivesteijn, 'maar u begrijpt dat deze plannen ons niet slecht uitkomen. Hoe hoger de huren, hoe aantrekkelijker een koophuis, en dat is wat ik wil: Geef mensen de ruimte om iets voor zichzelf op te bouwen.'

Meer over