columnpeter de waard

Komt de gouden standaard weer dichtbij, vijftig jaar nadat die werd geslecht?

null Beeld

In 1971 viel 15 augustus net als dit jaar op een zondag. Op die dag dat de financiële markten waren gesloten – komend weekeinde precies vijftig jaar geleden – nam de Amerikaanse president Nixon een van de meest draconische beslissingen in de financiële geschiedenis.

Dollars zouden niet langer kunnen worden geruild voor goud. Tot die tijd kon ieder land tegen een koers van 35 dollar 1 ounce puur goud kopen bij de Amerikaanse centrale banken. Dat was in 1944 afgesproken in Bretton Woods, om in de na-oorlogse wereld de financiële stabiliteit te garanderen. Want na de afschaffing van de goudstandaarden was de wereld in oorlog geraakt.

Omdat de VS uit de oorlog kwamen als militaire en economische supermacht leek het ook goed te werken. Vanwege de vaste omruilverhouding en de enorme Amerikaanse goudvoorraad werd de dollar door de wereldgemeenschap in de armen gesloten.

Maar in de jaren zestig veranderde dat. Ten eerste gingen de Amerikanen enorm veel dollars bijdrukken om hun oorlogen, zoals die in Vietnam, en hun sociale programma’s, president Johnsons Great Society, te bekostigen. Amerika was niet langer het land dat de schulden van andere landen financierde, maar moest zelf schulden maken. De overschotten op de betalingsbalans sloegen om in tekorten. En de crediteur werd de debiteur.

Op 4 februari 1965 kondigde de Franse president De Gaulle, toch al een pestkop voor de Amerikanen en Britten, aan al zijn overtollige dollars om te gaan ruilen voor goud. ‘Het feit dat staten dollars accepteren als gelijkwaardig aan goud heeft de VS een speciale status gegeven die het mogelijk maakt gratis schulden te maken.’ Andere landen volgden het voorbeeld, zoals het Spanje van generalissimo Franco. In 1970 was de gouddekking van de Amerikaanse dollar teruggelopen van 55 procent naar 22 procent.

Voordat Fort Knox helemaal was geplunderd, trok president Nixon de stekker uit het systeem van Bretton Woods: de dollar was niet langer gekoppeld aan het goud. Het laatste overblijfsel van de gouden standaard was hiermee ook gesloopt. Eind 1971 was de dollar al gezakt van 3,62 gulden naar 3,24 gulden. In 1979 was de dollar nog maar 1,90 gulden waard.

Alleen was de wereld al uitgeleverd aan de dollar. Het was de reservevaluta geworden, ook zonder dat de dollar nog kon worden ingewisseld voor goud. Er kwamen eurodollars en petrodollars. En landen bouwden hun reserves in dollars op. De VS bleken ook daarna onbeperkt schulden te kunnen maken. Nu zijn de VS de rest van de wereld meer dan 30 duizend miljard (30 biljoen) dollar schuldig.

Zo lang iedereen vertrouwen houdt in het papieren fundament van het monetaire gebouw, werkt het. Als dat vertrouwen wegvalt, rest de verarmde wereld niets anders dan met een nieuw fundament van goud te beginnen.

Deze zondag moet iedereen zich achter de oren krabben hoe dichtbij dat moment is.

Meer over