ColumnFrank Kalshoven

Klaas Knot over de eigen woning: het kan, nee het moet een stuk radicaler

null Beeld

Klaas Knot, de president van De Nederlandsche Bank, oogstte deze week naast lof veel kritiek van huizenbezitters. Zijn voorstel om de eigen woning te verhuizen van box 1 naar box 3 van het fiscale stelsel zou een einde maken aan de hypotheekrenteaftrek, en dat werkt bij sommigen nu eenmaal als een rode lap op een stier.

In werkelijkheid doet De Nederlandsche Bank (DNB) in de studie Vier ingrediënten voor een evenwichtigere woningmarkt een keurig voorstel. Het belangrijkste punt van kritiek is: het is niet radicaal genoeg. Laten we kijken.

Knots plan is om de eigen woning in twintig jaar stapsgewijs over te hevelen van box 1 naar box 3, van de inkomensbox naar de vermogensbox. Zo verdwijnt niet alleen de hypotheekrenteaftrek maar ook het eigenwoningforfait. Hierdoor stijgt de belastingdruk voor huizenbezitters en wordt de schatkist dus extra gevuld.

Maar Knot stelt daar twee dingen tegenover. Ten eerste verhoogt hij de heffingsvrije voet in de vermogensbox substantieel, waardoor een groot deel van het woningvermogen de facto onbelast blijft. En ten tweede gebruikt hij de extra belastinginkomsten om het tarief in de inkomensbox te verlagen. Tegenover het verlies aan fiscale voordelen van de eigen woning staat dus winst in de vorm van lagere tarieven. De onderzoekers van DNB maakten er sommen over (in verschillende varianten), en de inkomenseffecten voor huidige huizenbezitters blijven ruimschoots binnen de perken.

Tegelijk heeft de andere fiscale behandeling van de eigen woning wél zegenrijke effecten op de woningmarkt. De prijsstijging van woningen wordt afgeremd (10 procent minder prijsstijging berekende het Centraal Planbureau al eerder). En omdat het belastingvrije sparen in de eigen woning verdwijnt, krijgen kopers en huurders een gelijkere positie bij vermogensopbouw. Huiseigenaren, ten slotte, kunnen hun hypotheken rustig aflossen zonder hiermee fiscale voordelen te verliezen.

Als gezegd: een keurig voorstel.

Maar het kan, nee het moet, een stuk radicaler. In een aanpalend debat immers, wordt even driftig over de woningmarkt gedebatteerd als over vermogensongelijkheid. DNB laat dit buiten beschouwing, wat prima is, maar dat gaan wij dus niet doen.

Het gaat hierbij om de inrichting van die vermogensbox. Die ligt sowieso al stevig onder vuur, vooral omdat hierin wordt uitgegaan van forfaitaire rendementen op vermogen. Plastisch: eerst mag je als spaarder geld betalen aan de bank (negatieve rente) en vervolgens komt de fiscus doodleuk belasting heffen op je forfaitaire rendement. Het eerste punt is dus: in box 3 moet geen forfaitair maar feitelijke behaald rendement worden belast.

Belangrijker voor de vermogensongelijkheid is de vraag naar de tarieven die hierbij gehanteerd worden en de hoogte van de heffingsvrije voet. Om de koopkrachtsommen kloppend te krijgen trekt Knot de heffingsvrije voet omhoog van (voor een stel) een ton naar bijna een half miljoen euro. Er is zelfs een variant met heffingsvrije voet van dik een miljoen voor woningvermogen.

Deze heffingsvrije voeten illustreren vooral hoe groot het voordeel is dat huizenbezitters dezer dagen ervaren doordat hun woningvermogen verstopt zit in box 1. Maar willen we dat voordeel echt klakkeloos meeverhuizen naar box 3? Dat kan ik me, in het licht van die discussie over vermogensongelijkheid, nauwelijks voorstellen.

Ja, laten we de eigen woning naar box 3 verplaatsen. Maar dan wel nadat we die vermogensbox opnieuw hebben ingericht op basis van feitelijk rendement en met rechtvaardige heffingsvrije bedragen en tarieven.

Frank Kalshoven is directeur van De Argumentenfabriek. Reageren? Email: frank@argumentenfabriek.nl.

Meer over