Keurmeesters van de voortuin

In heel veel dorpen is het tijd voor de jaarlijkse tuinkeuring. Liefhebbers beoordelen liefhebbers op hun tuin. Zo ook in Noordwijkerhout....

‘Heel apart’, vindt Hanneke Vink (64) de tuin aan de Duindoornstraat 41. Vanaf de stoep kijkt ze van haar tuinkeuringsformulier naar de kleine moestuin, en weer terug naar het formulier. ‘Wat zie ik allemaal: aardbeien, bessen, en iets van boerenkool?’ Daar is het formulier allemaal niet in voorzien.

Tegen haar collega-keurmeester Yvonne van der Zanden (46): ‘Dit lijkt mij wel een bijzondere vermelding waard, vind je niet? Bij jonge mensen is dat in, hè: de eettuin. Dat was laatst ook op televisie.’

Tegen de eigenaresse, jaar of 40, die inmiddels naar buiten is gekomen: ‘Is dit een experiment?’

‘Nee hoor, ik doe dit al jaren. Ik kom zelf van de boerderij. Achter heb ik ook nog radijsjes en rucolasla.’

‘Goh’, zegt Vink, duidelijk onder de indruk. ‘Gaat u er maar van uit dat u een aparte vermelding krijgt. Toch Yvonne?’

Dan pakken ze de fiets weer.

Voor Vink is dit de eerste keer dat ze voor de jaarlijkse tuinkeuring in Noordwijkerhout als jurylid optreedt. ‘Ik ben nu 64 en ik heb besloten: ik ga leuke dingen doen.’

Voor Van der Zanden – vicevoorzitter van de vereniging Groei en Bloei afdeling Lisse – is het alweer het derde jaar. ‘Het is allemaal vrijwilligerswerk. Op een gegeven moment word je gevraagd voor de Opentuinencommissie en dan rol je er zo in. Ik kom uit het Westland. Ik heb de passie van mijn opa.’ Maar, haast ze zich te zeggen: ‘Ik ben niet iemand die alle namen uit zijn hoofd weet hoor.’

Tuinkeuringen zoals in Noordwijkerhout vinden in het hele land plaats. Algemeen secretaris Flip van Leeuwen van het landelijk bureau van Groei en Bloei, met 55 duizend leden de grootste tuinvereniging van Nederland, schat dat de meerderheid van de 145 afdelingen jaarlijks een tuinwedstrijd houden. ‘Het is een manier om de aandacht op de voortuinen te richten. Om de straten er mooier en fleuriger uit te laten zien en om de burger, zoals dat heet, meer te laten participeren in het groen.’

De tuin van Kerkstraat 78c valt de dames een beetje tegen. Het witte beeld van een jongetje met een kruiwagen – in de categorie ‘dood materiaal’ – vinden ze leuk, maar in het voorjaar stond de tuin vol met eenjarigen: tulpen, narcissen. Vink: ‘Je werd zowat verblind door kleur, net klein Keukenhof.’ Ze pakt het keuringsformulier van de eerste ronde: ‘Ja zie je: kleurenindruk, een tien!’

Wat er nu staat: een buxushaagje dat ‘vaksgewijs’ is neergezet, met daartussen slechts een paar plantjes en vooral veel ‘zwarte vlekken’: tuinaarde dus. De eigenaresse: ‘Jullie zijn twee weken te vroeg! De dahlia’s moeten nog komen. Maar om eerlijk te zijn: er zijn er ook een heleboel niet opgekomen. Ik weet ook niet waar het aan ligt.’

Geen onvoldoendes

De wedstrijd van Noordwijkerhout beperkt zich dit jaar tot de Victorwijk. Anders zou geen vrijwilliger dit werk meer willen doen, legt Van der Zanden uit. In april zijn de twee namelijk al een hele dag op pad geweest, straat in straat uit, om uit alle voortuinen een selectie van 25 te maken. ‘Dan heb je het op gegeven moment echt wel gezien hoor.’ In het najaar volgt er dan een laatste keuring, waarna de winnaar wordt gekozen.

Gekeken wordt onder andere naar kleurenindruk, onderhoud, bloeirijkheid, terras/paden, gazon, één- en tweejarigen, vaste planten, bloemen en knollen, heesters, en plantenbakken. Alles aan de hand van het Tuinkeuringsformulier in de blauwe klemmap. Van der Zanden: ‘We geven geen onvoldoendes. Je kijkt wel: dat vind ik leuk, dat vind ik mooi. Maar je persoonlijke smaak moet je natuurlijk niet te veel laten meespelen.

‘Nee, in principe weten de mensen niet dat ze zijn geselecteerd; ze krijgen gewoon een uitnodiging voor de prijsuitreikingsavond. De winnaar krijgt een wisselbeker. En voor de rest zijn er nog twee bekers en planten. In totaal zijn er een stuk of vijftien prijzen.’

Het belangrijkste criterium, zo blijkt na een paar tuinen, is dat je ‘aan de tuin kunt zien dat hij van een liefhebber is’. Dus als een tuin er prachtig bij ligt maar er staat een bordje in van een hovenier: dan telt dat niet. Want een liefhebber laat de tuin niet doen, legt Vink uit.

Ander voorbeeld, op de ’s Gravendamseweg 22: een tuin kan een strak gazon hebben, maar als het perk alleen maar vaste planten bevat of, zoals hier, struiken die heel makkelijk in het onderhoud zijn, omdat ‘je ze helemaal niet hoeft te snoeien’, dan scoort dat ook geen punten.

Wat de dames dan weer niet erg vinden, zoals even verderop: als het gazon ietwat geel ziet, ‘daar kun je met dit weer niet zo veel aan doen’. Maar wat overduidelijk echt véél punten oplevert, is: kleur. Een bloeiende roos, een boerenjasmijn, lelies, cala’s. En natuurlijk perkgoed, eenjarigen: petunia’s, afrikaantjes, vlijtige Liesjes, begonia’s. Vink: ‘We zijn een bollendorp hè?’

Ja, dan mag een tuin zelfs iets gedateerd ogen, zoals de Victorlaan 14, met een motief van grindtegels – ‘het is nu allemaal van die grijze natuursteen natuurlijk’. Wat wordt gewaardeerd is ‘dat mensen moeite hebben gedaan, om er wat van te maken’. Een opmerking als: ‘Die is duidelijk op vakantie’, zoals Vink soms maakt, is bepaald geen aanbeveling.

‘De meeste gemeenten zijn wel blij met de tuinkeuringen’, zegt Van Leeuwen van Groei en Bloei. Vaak is er net als in Noordwijkerhout ook wel een soort samenwerking: dat de burgemeester de prijs uitreikt. Ook woningbouwverenigingen werken mee. In Vlissingen is dat gebeurd in de wijk Paauwenburg. ‘Er waren straten met een groot verloop en daardoor weinig onderhoud aan de tuinen. De tuinenkeuring heeft het belang van onderhoud bij de bewoners weer naar een hoger plan gebracht. Ook de leefbaarheid verbeterde erdoor.’

In het algemeen gaat de aandacht van mensen meer uit naar de achtertuin, stelt ook Ben van Ooijen van Tuinentrendfestival Appeltern. De voortuin komt er karig vanaf. ‘Lekker in de voortuin zitten, dat doen we in Nederland niet zo snel. Mensen schamen zich.’

In nieuwe (vinex)wijken zijn voortuinen zoals in Noordwijkerhout al helemaal geen vanzelfsprekendheid meer; meestal wegbezuinigd ten gunste van het huisoppervlak. Van Ooijen: ‘Als mensen al aan de voorkant zitten, is het net zoals in de binnensteden op een bankje met een paar gezellige bloempotten of een miniperkje met klim- of stokrozen.’

Niet direct het soort tuin waar Vink en Van der Zanden op vallen.

Slappe violen

De enige moderne tuin die nog in de race is, is die op Watermolen 20. ‘Wat een onwijs gezellige kleurtjes’, zegt Vink verrast over de pas een jaar oude tuin met royaal gazon, breed perk en natuurstenen terras, omzoomd door een rij leilinden. Drie achten geeft Vink, voor kleurenindruk, onderhoud en bloeirijkheid. Dat de eigenaresse toevallig net op de knieën het onkruid tussen de maagdenpalm uit aan het trekken is, werkt helemaal in haar voordeel. Voor de slappe violen is wel begrip, met zo’n grote tuin. Vink: ‘Heel leuk dat je zo lekker bezig bent.’

De rest van de tuinen in de straat wordt te jong bevonden, te modern ook, ‘te ongezellig, te veel stenen’. Op hun elektrische fietsen gaan ze daar snel voorbij.

Hoe lang de tuinkeuringen als fenomeen al bestaan, weet Van Leeuwen van Groei en Bloei niet precies. Hij vermoedt dat ze van na de oorlog zijn. ‘De tuinkeuring hangt samen de opkomst van de siertuin, ergens vanaf de jaren zeventig. Daarvoor was de tuin vooral een moestuin waar men groente en fruit verbouwde om kosten te besparen. Tijd en geld voor plantjes was er niet. Maar nu is de pluktuin helemaal terug.’

Behalve in Noordwijkerhout dan. Vink: ‘De winnaar is meestal een 65-plusser. Mensen met kinderen hebben helemaal geen tijd voor de tuin. Die hebben een schommel of een zandbak. Ja, en dat is natuurlijk niet echt mooi.’

‘Dit is dé blikvanger’, zegt Van der Zanden. Staand voor het huis op de Kerkstraat 38 lijkt het ineens alsof de strijd al beslecht is: een weelderige wildbloeiende tuin die drie keer zo groot is als die in de rest van de straat. ‘Deze is al heel veel jaren in de prijzen gevallen. Echt geweldig!’ Vink is ook enthousiast: ‘Die paarse campanula. Die kleurenindruk!’ Van der Zanden: ‘Deze tuin ligt ook heel gunstig in de lengte langs de straat. En aan de achterkant heb je een bosrand. Niet iedereen heeft dat. Eigenlijk is het natuurlijk niet eerlijk als altijd dezelfde wint. De meesten hebben een klein tuintje.’

Meer over