Kampioen-afslanker kreeg van de tijd gelijk

Ooit werd hij verguisd door links, later was Feijo Sickinghe een gerespecteerd en gewild adviseur. De kampioen van het vrije ondernemerschap hield wel zijn hand op toen ‘zijn’ Stork moest worden gered....

‘De jonkheer’ was in de jaren zeventig de favoriete vijand van de vakbonden en eigenlijk van heel links Nederland. De vorige week overleden ‘kampioen-afslanker’ mr. Feijo Sickinghe (80) werkte bijna 35 jaar bij het toenmalige VMF Stork, tegenwoordig gewoon weer Stork, waarvan twintig jaar als bestuursvoorzitter. In het topjaar 1969, toen Sickinghe in de raad van bestuur werd opgenomen, telde het concern bijna 26 duizend werknemers; bij zijn afscheid in 1989 waren het er twaalfduizend.

Maar het was ook een geheel ander bedrijf geworden. Toen Sickinghe aantrad was VMF Stork een fabrikant van zware kapitaalgoederen als ketels voor elektriciteitscentrales, dieselmotoren en eigenaar van grote gieterijen. Dat wil zeggen arbeidsintensieve producten, die in de jaren zeventig goedkoper werden geproduceerd in toenmalige lagelonenlanden als Japan en Zuid-Korea.

Toen hij wegging liet hij een florerend Stork achter, dat vernuftige lichte en hoogwaardige producten maakte als gerobotiseerde slachtlijnen voor pluimvee en rotatiezeefdrukapparatuur voor de textielindustrie.

Om te overleven moest Sickinghe de strijd aangaan met de Industriebond FNV en zijn legendarische voorzitter Arie Groenevelt en het linkse kabinet-Den Uyl. Links Nederland had in de strijdlustige en dynamische Sickinghe een tegenstander van formaat. ‘Ik ben iemand die zijn been stijf houdt, die zich niet overhoop laat schieten. Dat wekt nogal wat weerstand’, zei hij daarover in zijn afscheidsinterview in de Volkskrant in 1989.

De Stork-topman, van oorsprong lid van de CHU en later van het CDA, was een van de negen ondernemers die in 1976 een fameuze brief aan Den Uyl schreven over het desastreuze economische beleid van zijn kabinet dat ondernemers het leven schier onmogelijk maakte. Groot was de hoon van de vakbeweging toen Sickinghe, de kampioen van het vrije ondernemerschap, enkele jaren later bij diezelfde overheid aanklopte om steun. Het concern werd met 275 miljoen gulden overeind gehouden.

Sickinghe zat er niet mee. ‘We hadden geen keus, omdat de overheid de bedrijven in een knellende greep hield. En dan moet je ze ook te eten geven.’ De ondernemer is altijd achter de inhoud van die brief blijven staan. ‘Jammer alleen dat anderen de les van de jaren zeventig zo veel later hebben begrepen dan ik.’

Die les behelsde dat ‘alles mogelijk is zo lang het de internationale concurrentiekracht niet aantast’. Sickinghe had, door de ervaring wijs geworden, geen groot vertrouwen in de prognoses van het Centraal Plan Bureau. ‘Als je een papegaai ja en nee leert zeggen, heb je een econoom.’

Vele jaren later, toen hij ook al lang het respect had verdiend van zijn tegenstanders van weleer, zag hij met voldoening dat de tijd hem in het gelijk had gesteld en keek hij geamuseerd terug op de zeer turbulente jaren zeventig. ‘Bevlogen discussies had je toen. We moesten allemaal naar Joegoslavië. En kijk nu eens hoe het daar toegaat.’

Ondanks alles was Sickinghe geen aanhanger van de uit de VS overgewaaide theorie dat de onderneming vooral waarde moet scheppen voor de aandeelhouder. Ironisch, omdat zijn vroegere werkgever Stork onder vuur ligt van kritische beleggers uit Engeland en de VS. ‘Aandeelhouders...ik draag ze op handen, hoor, maar het zijn en blijven gewoon beleggers.’

Na zijn afscheid van Stork in 1989 heeft Sickinghe nog vele nevenfuncties gehad. Zo mestte hij midden jaren negentig het door twisten verscheurde ambtenarenpensioenfonds ABP uit. Sickinghe maakte de bureaucratische moloch klaar voor de privatisering .

Meer over