Nieuws

Kabinet onder druk gezet: ‘Aanpak grensoverschrijdend gedrag op werkvloer kan niet zonder wetgeving’

Arbeidsjuristen, vrouwenrechtenorganisaties en vakbeweging pleiten voor betere wettelijke regelgeving om grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer aan te pakken. Werkgevers zijn op dit moment niet verplicht om een vertrouwenspersoon aan te stellen en een klachtenregeling te formuleren. Daardoor kunnen zaken onnodig escaleren.

Marieke de Ruiter
De ophef over het programma Boos creëert het momentum voor wetgeving om grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer aan te pakken, menen de initiatiefnemers van de petitie. Beeld Brunopress
De ophef over het programma Boos creëert het momentum voor wetgeving om grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer aan te pakken, menen de initiatiefnemers van de petitie.Beeld Brunopress

Met een petitie die donderdag wordt gepresenteerd, willen de initiatiefnemers het kabinet onder druk zetten. Het moet haast maken met het ratificeren van het verdrag van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO) van de Verenigde Naties. In 2019 stemde Nederland in met het verdrag. Het moet geweld en intimidatie op de werkvloer tegengaan. Maar de instemming heeft nog niet geleid tot wijzigingen van de Arbowetgeving. Hetzelfde geldt voor een initiatiefwet voor het verplichten van een externe, onafhankelijke vertrouwenspersoon.

De petitie volgt een week na de uitzending van het programma Boos over de misstanden bij The Voice. Volgens een van de initiatiefnemers van de petitie, arbeidsrechtadvocaat Mirjam Decoz, illustreerde de reactie van John de Mol op de uitzending wat zij in haar praktijk maar al te vaak meemaakt. ‘Werkgevers gaan ervan uit dat grensoverschrijdend gedrag in hun bedrijf niet plaatsvindt. Ze hebben daarom geen duidelijk beleid geformuleerd. Dat is niet bevorderlijk voor de positie van slachtoffers, maar ook niet voor die van organisaties en plegers. Want het leidt tot onzorgvuldige procedures die escaleren.’

Boterzacht beleid

Volgens de huidige Arbowetgeving zijn werkgevers verplicht een veilige en gezonde werkplek te bieden. Ze moeten de risico’s in kaart brengen en beleid opstellen om seksuele intimidatie op het werk tegen te gaan. Maar er zijn geen wettelijke regels waaraan dat beleid moet voldoen. Zo zijn bedrijven niet verplicht een externe, onafhankelijke vertrouwenspersoon aan te stellen, een klachtenprocedure te formuleren of aansluiting te zoeken bij een klachtencommissie. Decoz, en mede-initiatiefnemer Alie Kuipers, zouden graag zien dat dat wél in wetsbepalingen wordt vastgelegd.

Vakbond FNV is een van de ondertekenaars van de petitie. Volgens vicevoorzitter Kitty Jong voert Nederland op dit moment een ‘boterzacht beleid’. ‘Er wordt veel aan werkgevers zelf overgelaten, maar daar kunnen we gewoon niet op vertrouwen.’ Ter onderbouwing verwijst ze naar cijfers van de Arbeidsinspectie: daaruit blijkt dat tweederde van de bedrijven de wel verplichte analyse en het plan van aanpak niet op orde heeft. Het leidde vorig jaar tot 134 boetes en 626 waarschuwingen.

De vakbondsvrouw hoopt dat de ophef over Boos het momentum heeft gebracht dat de overheid dwingt tot ingrijpen en vervolgens handhaven. ‘We moeten zorgen dat we hierop niet het slechtste meisje van de wereld worden, want er zijn veel landen die het verdrag al wel hebben geratificeerd, zoals Italië en Frankrijk, maar ook een aantal Afrikaanse landen.’

Volgens een woordvoerder van het ministerie van Sociale Zaken en Werkgelegenheid is vorig jaar door het demissionaire kabinet besloten dat het aan het volgende kabinet is om een keuze te maken over de ratificatie. ‘Het nieuwe kabinet heeft die besluitvorming nu weer opgepakt’, stelt hij. Wel wijst hij erop dat enkele bepalingen op het terrein van de Europese Unie liggen.

Meer over