Joepie, de olieprijs stijgt

Want het is niet alleen kommer en kwel. 'Ik denk dat de positieve effecten van de hoge olieprijs uiteindelijk gaan overheersen.’

Brandstof en energie zijn schreeuwend duur. En als de sombere voorspellingen over nijpende olietekorten uitkomen, is het einde van deze prijsstijgingen nog lang niet inzicht. Het energie-instituut van Clingendael waarschuwde deze week dat door de krapte olieprijzen de komende periode eerder gaan stijgen dan dalen. De Rabobank heeft voor dit doemscenario alvast uitgerekend wat de gevolgen zijn. Als de olieprijs naar 220 dollar per vat stijgt, zal de economie vertragen, de inflatie oplopen en de export instorten. Zal de hoge olieprijs dan net als in de jaren zeventig de economie in Nederland en de wereld in een recessie storten, of vallen de gevolgen wel mee?

Inflatie
Als je de rekenmodellen van het Centraal Planbureau, De Nederlandsche Bank, de Rabobank en van al die andere rekenmeesters mag geloven, zijn de gevolgen eenvoudig uit te tekenen. Door de hoge olieprijs loopt de inflatie op. Prijsstijgingen remmen op hun beurt weer de consumptie, de investeringen en de export, waardoor automatisch de economie vertraagt. Op basis van oude rekensommen kunnen de instanties ook voorspellingen doen. Een olieprijs van 220 dollar? Dan stijgen de prijzen jaarlijks extra met 1,3 procent en zal de economie wel met 0,6 procent per jaar minder groeien. De hoge olieprijs is kortom een gesel.

Energiekenner Aad Correljé van de TU Delft , die al vele jaren de energiehuishouding in Nederland bestudeert, vindt die conclusie te gemakkelijk. ‘Natuurlijk loopt de inflatie op en zal dat op korte termijn de economie schaden. Maar hoge energieprijzen zullen in de loop der jaren zoveel dynamische effecten veroorzaken, dat de werkelijkheid veel complexer en positiever is.’

Die complexiteit begint al bij het doorberekenen van de prijsstijgingen naar de consument. Als de olie duurder wordt, gooien oliebedrijven als Shell, BP en Total er dagelijks aan de pomp een paar centen per liter boven op. Maar andere bedrijven hebben veel minder macht om de consument op te zadelen met hogere energiekosten. Neem de kwekers van bloemen, groenten en planten. Een doorsnee tuinder zag de kosten van het warm stoken van de kas in drie jaar tijd verdrievoudigden, zegt Tiny Aerts namens landbouworganisatie LTO.

Geen boodschap aan
Maar handelaren die namens de eindklant op de veiling van Aalsmeer bloemen inkopen, hebben daar geen boodschap aan. ‘Op de veiling telt alleen de marktprijs en niet de kostprijs van de bloemen’, zegt energiedeskundige Arnoud van der Slot van adviesbureau Roland Berger. ‘De tuinders kunnen de kosten dus lastig doorberekenen.’ Pech voor de kwekers, die dan ook een moeilijke tijd tegemoet gaan. Aerts van LTO houdt er al rekening mee dat dit jaar duizend van de tienduizend tuinders hun kassen zullen sluiten, waar in een normaal jaar slechts vierhonderd ondernemers stoppen. Maar de onmacht van de kwekers is tegelijkertijd goed nieuws voor de consumenten. Zij zien de de prijs voor bloemen en groente in de winkel niet al te snel oplopen.

Bij transportondernemingen ligt dat weer een tikkeltje anders. In bijna alle vervoerscontracten zijn brandstofclausules afgesproken, waardoor de vervoerders elke maand hun tarieven automatisch kunnen opschroeven. Pas als de zij opnieuw moeten onderhandelen over hun contracten, zal de afnemer proberen de transportondernemingen deels te laten opdraaien voor de hoge brandstofkosten. Consumenten merken daar bar weinig van, omdat transportkosten voor veel producten in de winkel nauwelijks meetellen.

Mooie winsten
Ondernemingen die de olieprijs eenvoudig kunnen doorberekenen, blijven dus mooie winsten maken, zoals chemiebedrijf DSM deze week liet zien. Voor de sportieveling die plastic golfballen (afkomstig van DSM) aanschaft, zal de aankoopprijs dit jaar dus hoger liggen. Postbedrijf TNT daarentegen kan de prijs van een postzegel niet verhogen en moet voor zijn bestelbusjes wel duurdere diesel inkopen. Het gevolg: krimpende winst en tevreden klanten.

De ene ondernemer springt ook iets handiger met de risico’s van schommelende energieprijzen om dan de ander. Waar veel kwekers hun gascontract voor 2009 nog niet hebben ondertekend, heeft treinbedrijf NS al een stroomcontract bij Essent afgesloten tot en met 2015. ‘Als de politiek elk jaar meepraat over de prijs van het treinkaartje, is het handig als de onderneming meer zekerheid heeft over zijn kostprijs’, zegt adviseur Van der Slot. Reken maar dat het treinbedrijf, dat jaarlijks 1 procent van de Nederlandse stroom opslurpt, op dit moment blij is met zijn stabiele energierekening. Dat is ook goed nieuws voor de treinreiziger, wiens kaartje maar mondjesmaat duurder wordt.

Busbedrijven daarentegen hebben hun risico’s niet afgedekt. Aangezien de prijs van de strippenkaart al is vastgesteld, maar de benzine wel duurder werd, bleken de busbedrijven plots te weinig winstmarge over de houden. Het gevolg afgelopen voorjaar: ruzie met chauffeurs en de overheid. Daarmee was de busreiziger door een staking in feite de dupe van een brandstofconflict.

Doordruppelen
Zo pakken de effecten van dure energie niet alleen tussen bedrijfstakken, maar ook tussen concurrenten verschillend uit. Feit is dat de hoge energieprijzen vroeg of laat doordruppelen in het bedrag dat de consument neertelt. Zelfs de prijs van groente en bloemen zal gaan stijgen. Want als veel kwekers hun deuren sluiten en er daardoor op de veiling ook minder aanbod is, zal ook de prijs in de bloemenstal oplopen.

Als de prijzen zijn verhoogd, gaat de economie op de lange termijn helemaal op de schop, zegt Correljé. Klanten gaan hun gedrag veranderen en producenten gaan op zoek naar zuinige methoden. ‘Je staat verstelt wat er allemaal gebeurt.’ Vaker thuis werken, sneller de fiets pakken, minder recreatieritjes maken, dichter bij je werk wonen. Nu al blijken de files iets te zijn afgenomen.

Consumenten kopen ook sneller zuinige producten. Energiezuinigheid was jarenlang louter een milieuargument, zegt Correljé. Nu is het een commercieel verkoopargument. Consumenten kopen sneller de zuinige hybride auto van Toyota, waarvan de verkopen het afgelopen half jaar exponentieel zijn gestegen.

Producenten zijn ondertussen druk om zuinige producten te ontwikkelen of in hun bedrijfsprocessen zuinig met energie om te springen. De kwekers bijvoorbeeld hebben een heel palet aan initiatieven om hun energierekening te drukken. Van zonabsorberende folie tot de aanschaf van energie-efficiënte warmtekrachtcentrales. En het nieuwste van het nieuwste: de donkere kas, waarbij de zonne-warmte ondergronds wordt opgeslagen om op koude dagen de kas te verwarmen. ‘Prachtige initiatieven’, zegt Aerts, ‘maar het duurt wel tien jaar voordat zo’n innovatie is doorgevoerd. Die energiecrisis komt voor ons te vroeg.’

Minder kwetsbaar
Dit soort initiatieven leidt er toe dat de Nederlandse economie minder energie gebruikt en dus ook minder kwetsbaar wordt voor de dure olie. En bedrijven en consumenten springen al veel zuiniger om met gas, stroom en olie dan in de jaren zeventig, toen twee energiecrises de maatschappij al tot zuinigheid aanspoorden.

Die efficiëntere omgang met energie haalt vanzelf de scherpe kantjes van de hoge olieprijs af. Een besparing van 10 procent zal de nadelige effecten van de hoge olieprijs al binnen enkele jaren halveren, stelt de Rabobank. En dan hebben we het nog niet eens gehad over de stimulans voor duurzaamheid. Tegelijkertijd komt er dankzij de hoge aardgasprijs meer geld in de schatkist.

‘Ach, de kunststofstoelen bij de Blokker zullen door de hoge olieprijs vast ook duurder worden’, zegt energiekenner Correljé. ‘Dan doen we toch een jaartje langer met die tuinset. Daar lig ik niet wakker van. En misschien is dat wel goed ook. Ik denk dat de positieve effecten van de hoge olieprijs uiteindelijk gaan overheersen.’

Olieprijzen blijven grote invloed op economie houden (ANP) Beeld
Olieprijzen blijven grote invloed op economie houden (ANP)
Meer over