Jagen op de gorilla

EEN DIERENTUIN voor gorilla's noemen ze zichzelf, maar op een enkele varenplant na heeft het kantoor van Internet-investeringsbedrijf GorillaPark meer weg van een verzekeringskantoor....

Lucas van Grinsven

'Toch moet het hier gaan gebeuren. GorillaPark, het geesteskind van computermiljonair Jeroen Mol, is een van de eerste Europese Internet-aanjagers, of incubators. Mol, rijk geworden met zijn softwarebedrijf Prolin dat hij enkele jaren geleden verkocht aan Hewlett-Packard, heeft in korte tijd een Europees netwerk uit de grond gestampt. Met een mengeling van idealisme en opportunisme begon hij eind 1998 Tornado-Insider om een gemeenschap van jonge Europese groeibedrijven te creëren. Tornado moest de achterstand van Europa op Amerika helpen verkleinen.Afgelopen vrijdag volgde de logische stap twee, de opening van het eerste GorillaPark waar enkele van deze jonge Internet- en telecom-bedrijven geld, huisvesting en ondersteuning krijgen. Met behulp van 28 miljoen gulden steun van een bondgenootschap van banken en investeringsmaatschappijen worden spoedig soortgelijke kantoren geopend in Londen, München, Stockholm, San Francisco en Parijs.

Ook kwam de aap uit de mouw, want GorillaPark zal vóór het einde van het jaar een beursnotering aanvragen, verklapte Mol.Dat Mol geen heilige is en ook aan zijn eigen portemonnee denkt, bleek toen hij cijfers toonde van soortgelijke Amerikaanse Internet-aanjagers CMGI en Internet Capital Group. Deze bedrijven, die onder andere Yahoo hielpen opstarten, zijn inmiddels tientallen miljarden dollars waard. Door als een van de eersten een Europese Internet-aanjager te beginnen, hoopt Mol met GorillaPark net zo'n positie te verwerven.Hoewel GorillaPark er in Europa vroeg bij is, is het niet de eerste Internet-aanjager.

SpeedVenture, Protégé en IdeaLab timmeren ook al aan de weg in Europa. En verder zijn er tientallen nationale aanjagers, zoals het Nederlandse Icom van Maurice de Hond dat binnenkort naar de Amsterdamse beurs gaat en het door de staat gesteunde Twinning dat Europese ambities koestert. GorillaPark schermt wel met het feit dat de Amerikaanse zakenbank Goldman Sachs mee investeert. 'Goldman heeft naar veertig Europese aanjagers gekeken, en wij zijn de eerste waarin zij investeren', aldus Mol, die als een van de weinigen op zijn feestje was gekleed in louter een overhemd.Alle aanjagers bieden beleggers hetzelfde vooruitzicht; een brokje van het Internet in zijn prilste fase.

Aanjagers zijn namelijk de eerste investeerders in een bedrijf. Met maximaal vijfhonderdduizend euro geeft GorillaPark een ondernemer de kans zijn ondernemingsplan uit te werken, in ruil voor een substantieel deel van de aandelen, dat spreekt. Lukt het, dan heeft de ondernemer na zes maanden nieuw geld nodig om zijn bedrijf volwassen te laten worden. Hij wendt zich dan tot de grote investeringsbedrijven die in ruil voor drie tot vijf miljoen euro een belang krijgen, soms net zo groot als dat van de aanjager.

Overleeft het bedrijf ook deze groeifase, dan kan het na zes tot twaalf maanden naar de beurs. De aanjager en investeringsmaatschappij verkopen vervolgens (een deel van) hun belang.Door te beleggen in een aanjager is de belegger er vroeg bij en spreidt hij zijn investeringen over tientallen Internet-bedrijven. Geen wonder dat aanjagers populair zijn onder beleggers in de Verenigde Staten. Daar staat wel wat tegenover. Want tegen de tijd van de beursgang van GorillaPark is de eerste groeifase en waardecreatie al achter de rug. Bovendien is een aanjager net zo goed of slecht als de bedrijven waarin

Meer over