columnpeter de waard

Is Tokio de enige stad die ooit echt profijt heeft gehad van de Olympische Spelen?

null Beeld

Velen, onder wie cabaretier Wim Kan, vonden dat hij eigenlijk wegens oorlogsmisdaden had moeten worden vervolgd. Maar op 10 oktober 1964 opende keizer Hirohito als symbool van het vredelievende en herrezen Japan de Olympische Spelen in Tokio.

In dat jaar groeide de Japanse economie met een ongelooflijke 11,7 procent. Het Japan Research Institute berekende later eens dat 3,1 procent daarvan te danken was aan de Spelen zelf. De investering van 2 miljard dollar was meteen terugverdiend. En het effect was blijvend. Een land dat 19 jaar eerder totaal in puin lag en onder curatele van westerse mogendheden was gesteld, krabbelde met een reuzenstap uit een diep dal. Het zette zichzelf meteen wereldwijd op de kaart in een tijd dat de Spelen voor het eerst massaal in de westerse huiskamers konden worden gezien. Dankzij de eerste loongolf konden mensen zich een televisie permitteren. Botermerk Brio gaf bij aankoop van een pakje boter gratis foto’s van de hoogtepunten van deze Spelen als blijvende herinnering. Japan won op die Spelen 16 keer goud. Alle valutabeperkingen werden opgeheven. Vijf jaar later overvleugelde Japan al Groot-Brittannië en Frankrijk en werd de tweede economie in de wereld.

Tien jaar na de Spelen wisselden Amerikanen, Britten en Nederlanders massaal hun Renault 4, Ford Cortina, Opel Kadett en Austin in voor Toyota, Datsun en Mitsubishi. Sony en Panasonic veroverden de markten voor transistorradio’s en platenspelers. Twintig jaar later kochten Japanners de wolkenkrabbers in New York en de filmstudio’s in Hollywood op.

Misschien is Japan wel het enige land geweest dat ooit structureel geprofiteerd heeft van de Olympische Spelen. De rest heeft er nauwelijks iets aan gehad of bleef zitten met met vervallen stadions, torenhoge schulden en nutteloze infrastructuur zoals Montreal in 1976, Atlanta in 1996, Athene in 2004 en Rio in 2016.

Dat Tokio nog een keer de Spelen wilde organiseren was begrijpelijk. Sinds in 1989 – het sterfjaar van Hirohito – de Japanse zeepbel knapte, stagneert de economie. In het coronajaar 2020 kromp de Japanse economie met 4,8 procent. In 2019 - een betere vergelijking - groeide die met slechts 0,29 procent. Japan heeft voor de Spelen van 2020 tien keer zoveel uitgegeven als voor die van 1964 - de schattingen lopen op tot 26 miljard dollar - maar economisch profijt lijkt het land daarvan niet te hebben. De sportstadions zijn dit keer door corona omgetoverd tot
no-goareas, zodat er nauwelijks directe inkomsten van bezoekers zijn.

Maar ook op termijn is geen groei-impuls te verwachten. In 1964 was slechts 6 procent van de Japanse bevolking 65 jaar of ouder, nu is dat 29 procent. Jonge Japanners kochten voor de Spelen van 1964 een televisie, die toen nog 55 duizend yen (ruim een maandsalaris) kostte. Een plasma-grootbeeldtelevisie kost nu 46 duizend yen. Maar niemand koopt er meer een, omdat iedereen er al een in huis heeft.

Van deze Spelen wordt zelfs Japan niet wijzer

Meer over