columnpeter de waard

Is ongelijkheid ook in de topsport een groeiend probleem?

null Beeld

Dinsdag meldde een van de Tour de France-commentatoren dat de wielerploeg van Deceuninck–Quick-Step na twee weken fietsen het meest had verdiend: 95.230 euro . Hij leek dit een boel geld te vinden. Verdeeld over acht renners is het een kleine 12 duizend per man.

Vergeleken met de laagste ploeg in het geldklassement van de Tour, Qhubeka NextHash, is het ook een flinke som. Die ploeg verdiende 4.980 euro, 415 euro per renner. Dat is een bedrag waar niet eens een fulltime vakkenvuller meer voor is te vinden.

En daarvoor moet dan twee weken in regen en extreme hitte over enorme bergen worden geklommen en langs vervaarlijke afgronden worden gedaald. Continu is er het risico van een fatale val. Hard fietsen in een peloton is inmiddels stukken riskanter dan lekker zittend racen in een F1-auto. Max Verstappen − 33 miljoen per jaar − hoeft gemotoriseerd maar 100 meter te rijden voor hetzelfde bedrag waarvoor een wielrenner 100 kilometer moet trappen.

Op dit moment vindt net aan de overkant van Het Kanaal in Kent het open Britse golfkampioenschap plaats. De winnaar krijgt 1,8 miljoen euro. Daarvoor mag vier dagen lang zes kilometer worden gewandeld langs de indrukwekkende krijtrotsen waarbij ook af en toe nog een balletje moet worden geslagen. Zelfs nummer 70 krijgt zondag nog een cheque van 22.300 euro.

In de krant van donderdag stond dat FC Barcelona het salaris van Lionel Messi wil halveren tot 50 miljoen per jaar. Dat is meer dan 1 miljoen per week en daarvoor moet hij een wedstrijdje van 1,5 uur spelen en wat rondo’s doen op de training.

Topsport is een afspiegeling of eigenlijk een uitvergroting van wat in de gewone maatschappij gebeurt: de toenemende ongelijkheid. De absolute top pakt steeds een groter deel van de koek. Ajax-spits Sebastian Haller verdient 5 miljoen euro per jaar. Dat is maar eentiende van het salaris van Messi. Maar het is 150 (!) keer zoveel als het gemiddelde jaarsalaris van een speler in de Keukenkampioendivisie. In sporten als golf en tennis met een wereldwijde uitstraling en navenante inkomsten uit televisierechten verdienen de toppers steeds meer geld − Tiger Woods werd niet voor niets de eerste sportmiljardair − maar moet een nummer 100 zonder sponsor er al bijna geld op toeleggen.

In januari van elk jaar presenteert Oxfam Novib een rapport over de groeiende ongelijkheid in de wereld waarbij 1 procent van de mensheid 60 procent van alle welvaart opstrijkt. ‘Onze falende economieën maken het mogelijk dat een kleine elite door hun almaar groeiende rijkdom de crisis comfortabel door kan komen’, zo zei Michiel Servaes, algemeen directeur Oxfam Novib in januari.

In de sport worden zulke kritische noten zelden gekraakt. Daar is de term nivellering taboe, terwijl de grootverdieners in het voetbal, golf, tennis of de Tour niet kunnen gloriëren zonder de kleinverdieners.

Als die afhaken is er geen topsport meer.

Meer over