ColumnPeter de Waard

Is Nederland uniek met een belastingdruk van 257 procent voor de spaarders?

null Beeld

De rijkste 1 procent van Nederland bezit met 452,4 miljard euro 27,1 procent van het vermogen: vastgoed, effecten en spaargelden. En dat was begin 2019. Mogelijk is het nu al meer dan 30 procent, want de verdere stijging van de huizenprijzen en aandelenkoersen is vooral in de zakken van die 1 procent terechtgekomen.

Een beetje beschaafd land zou dan ook een vermogensbelasting invoeren. Zeker een beschaafd land dat door een liberale premier wordt geleid, want het was de liberale econoom Jacob de Bruyn Kops - hoogleraar in Delft, Tweede Kamerlid en oprichter van De Economist - die in de 19de eeuw een vermogensbelasting rechtvaardiger vond dan een inkomstenbelasting. Het kabinet Pierson voerde een belasting in op 0,7 procent van het vermogen. De belasting zou ruim een eeuw bestaan, maar werd in 2001 afgeschaft ten faveure van de vermogensrendementsheffing: box 3 in de inkomstenbelasting die in de wandelgangen ‘de spaartaks’ wordt genoemd.

Deze spaartaks is door de dalende rente en stijgende inflatie geëvolueerd tot de meest onrechtvaardige belastingheffing ooit. Zelfs de Hoge Raad heeft de belasting ‘buitensporig’ genoemd. De belasting treft juist de laagste inkomens het hardst, de mensen die de minste klappen kunnen hebben en daarom risicoloos sparen in plaats van risicovol beleggen, zoals mkb’ers, zzp’ers en freelancers die een appeltje voor de dorst willen hebben na hun pensioen of jongeren die voor een huis willen sparen. Zij kachelen er jaar op jaar met vele procenten op achteruit.

Daarentegen hebben de vermogenden die hun geld in aandelen of vastgoed hebben zitten hier enorm profijt van. Op een bijeenkomst van het Verbond van Financiële Beroepsorganisaties (VFBO) vorige week werd voorgerekend dat iemand die 0,5 procent rente krijgt op een spaarbedrag van 1 miljoen euro (hetgeen met de huidige rentestanden al bijna onmogelijk is) met een bizarre belastingdruk van 257 procent te maken heeft. Hij verdient 5.000 euro en moet daarover 12.850 euro belasting betalen. Zelfs in de hoogtijdagen van de vermogensbelasting kon een belastingplichtige nooit meer dan 80 procent - later 68 procent - van zijn daadwerkelijke inkomsten aan belastingen afdragen.

Daarentegen is de belastingdruk voor iemand die 8 procent rendement haalt door te beleggen in huizen en aandelen slechts 16 procent. De spaartaks draagt daardoor bij aan de huizencrisis. De durfals steken hun spaargeld in de aankoop van pandjes en worden huisjesmelkers. De spaartaks jaagt mensen naar meer risicovolle beleggingen. Als de huizen- en aandelenmarkt in elkaar storten, zullen ze zich zwaar gedupeerd voelen en de minister van Financiën vragen of er na dat voor de slachtoffers van de aardbevingen, de toeslagenaffaire en de pandemie, ook niet voor hen een potje geld klaar staat als compensatie.

De rijkste 1 procent wil ook wel een keer een greep doen in de staatskas.

Meer over