columnpeter de waard

Is klaagzang over winsten aandeelhouders een vorm van sadomasochisme?

null Beeld

Knarsetandend kijkt de kleine man naar de recordrace op de beurzen, waar de AEX alweer tegen de 800 punten aanschuurt. Of naar de superdividenden die bedrijven uitkeren ondanks de pandemie.

De factor kapitaal glorieert, de factor arbeid komt er bekaaid af. De factor arbeid kent de Nederlander. De meesten zijn zelf werknemer en anders hebben ze wel een aantal loonslaven in de buurt wonen die tot voor kort om acht uur met de broodtrommel van huis gingen en rond zes uur thuiskwamen. Nu zitten ze vanwege de pandemie ook wel met een laptop aan de keukentafel.

In de zomer gaat de factor arbeid drie weken op vakantie. En er blijft dan ook nog een lang weekeinde verlof over voor een verblijf in een Roompot-huisje of een stedentrip naar Praag. Ze doen mee met de Staatsloterij en Postcodeloterij in de hoop dat ooit het schip met het grote geld binnenvaart.

De factor kapitaal heeft altijd vakantie. Die heeft een superjacht in de haven van Monaco liggen, waar hij zich entertaint achter de roulettetafel in plaats van aan een loterij deel te nemen. Wie aan de factor kapitaal denkt, heeft de Forbes 500 of Quote 500 voor ogen. In spotprenten wordt de factor kapitaal meestal gesymboliseerd door een dikke man in een kostuum met losgeknoopte stropdas die in een leunstoel bivakkeert. Met de ene hand telt hij zijn groene dollarbiljetten en in de andere hand heeft hij een dikke sigaar. Door het raam is op de oprijlaan een enorme Amerikaanse slee te zien.

Maar de grootste aandeelhouder is inmiddels de factor arbeid zelf. De driehonderd grootste pensioenfondsen in de wereld bezitten meer dan 20 duizend miljard euro. In Nederland hebben de pensioenfondsen een ongelooflijk bedrag van 1.700 miljard euro bij elkaar gespaard. Dat is meer dan de totale waarde van alle Nederlandse beursfondsen die eind maart 1.407 miljard bedroeg. In 1991 – nu dertig jaar geleden – kopte NRC Handelsblad al: ‘Kleine aandeelhouder weggedrukt door instituten.’ ‘De aandeelhouder, dat zijn wij’, meldde de Volkskrant in 2008. Het publiekelijk geselen van aandeelhouders als geldbeluste kapitalisten is een vorm van sadomasochisme.

Nu is het niet zo dat onze pensioenfondsen zich ook op de Nederlandse aandelenmarkt richten. Integendeel, het overgrote deel van hun vermogen is in buitenlandse fondsen belegd. Van de fondsen op het Damrak bevindt 80 procent zich weer in buitenlandse handen. De drie grootste aandeelhouders van Nederlandse beursfondsen zijn Blackrock, State Street en Vanguard. Maar in deze Amerikaanse vermogensbeheerders hebben juist ook de Nederlandse pensioenfondsen een groot deel van hun vermogen ondergebracht. Dus als Apple of Koninklijke Olie de aandeelhouders fêteren en Blackrock of State Street daar mooie sier mee maakt, is er geen reden voor knarsende tanden. Ook de factor arbeid kan zich dan in de handen wrijven.

Meer over