columnpeter de waard

Is inflatie geen tijdelijk verschijnsel meer, maar een blijvertje?

Peter de Waard columnist artikel Beeld -
Peter de Waard columnist artikelBeeld -

Het inflatiespook is inmiddels even tijdelijk als het premierschap van Rutte.

Economen, centrale bankiers en politici beweerden allemaal dat de prijsstijgingen van het afgelopen jaar een kleine rimpeling waren. Niemand hoefde zich zorgen te maken dat het leven echt duurder zou worden. Wie riep dat de ­inflatie misschien een renteverhoging zou rechtvaardigen, werd weggehoond.

Alle prijsstijgingen hingen samen met verstoringen in de mondiale logistiek, waar containers op de verkeerde plek stonden en door de coronacrisis stilgelegde fabrieken niet snel genoeg konden worden opgestart. Binnen ­enkele weken, mogelijk een of twee maanden, zou dat zijn opgelost. En dan was er geen inflatie meer. Of hoogstens een inflatie van 1 procentje, niets om je zorgen over te maken, laat staan om als vakbond met de vuist op tafel te slaan en een fikse loonsverhoging te eisen.

Maar een jaar later blijkt de tijdelijke inflatie een steeds permanenter karakter te krijgen. In augustus en september zaten de inflatie­cijfers al ver boven de 2 procent die centrale banken als wenselijk ervaren: VS (5,3 procent), Duitsland (4,1 procent), eurozone (3,4 procent), Verenigd Koninkrijk (3,2 procent) en ­Nederland (2,7 procent). En nu de benzineprijs boven de 2 euro per liter is gekomen en de gasprijs is geëxplodeerd, zal het prijsindexcijfer omhoog vliegen. Begin dit jaar waren de prijsstijgingen vooral beperkt tot basismaterialen als computerchips, granulaatkorrels, aluminium en papierpulp. Nu werken ze ook door in de eindproducten in de supermarkten. ­Alleen bier al – toch voor velen een primaire ­levensbehoefte – is 10 procent duurder.

En de economen en centrale bankiers vallen inmiddels van hun geloof af dat het alleen maar tijdelijk is, zij het dat het gebeurt in ­omfloerste bewoordingen. Een econoom van Rabobank zei deze week dat ‘er een risico is dat de inflatie langer duurt’. President Klaas Knot van De Nederlandsche Bank zei begin deze week nog steeds te verwachten dat de ­inflatie terugzakt naar 2 procent, maar dat het vanuit ‘gezond risicobeheer’ belangrijk is om toch te wijzen op het risico dat het langer duurt. En ook het IMF maande tot voorzichtigheid bij het relativeren van inflatie. De nieuwe econoom van de Bank of England, Huw Pill, uitte zelfs een noodkreet. Het land kampt niet alleen met snel stijgende prijzen, maar ook met lege schappen in de winkels wegens ­gebrek aan truckers.

Op het vasteland van ­Europa moet het inflatiespook medio 2022 verdwenen zijn, in Groot-Brittannië – ten slotte de bakermat van de spoken – zal die zeker tot 2023 doorgaan. Maar ook hier doen de personeelstekorten zich voelen, wat zich een keer zal moeten vertalen in stijgende lonen en een loon- en-prijsspiraal. Als de inflatie ergens in het Westen begint, zou het al snel kunnen uitgroeien tot een pandemie.

De kans is al heel wat groter geworden dat het inflatiespook het premierschap van Rutte overleeft.

Meer over