Analyse

Is er na #MeToo dan niets veranderd op de werkvloer?

De reactie van Talpa-directeur John de Mol op de misstanden in zijn bedrijf is volgens arbeidsrechtdeskundigen tekenend voor hoe werkgevers omgaan met seksueel grensoverschrijdend gedrag. Nog altijd ontbreekt het aan duidelijk beleid en onafhankelijke vertrouwenspersonen. ‘Veel werkgevers zijn zoals De Mol.’

Marieke de Ruiter
Vrouwendag-manifestatie in het Nelson Mandelapark in Amsterdam.  Beeld ANP / Sabine Joosten
Vrouwendag-manifestatie in het Nelson Mandelapark in Amsterdam.Beeld ANP / Sabine Joosten

Een medewerker van de gemeentelijke omgevingsdienst had maandenlang de hinderlijke opmerkingen van een van de inspecteurs geslikt. Tot hij op het bordes van hun kantoor zijn mouwen opstroopte en riep: ‘Ik pak jou tijdens het personeelsfeest in Parijs.’ Het was pas na haar melding dat een andere collega opbiechtte anderhalf jaar daarvoor door dezelfde inspecteur op haar mond te zijn gezoend.

Een 15-jarige assistent-horeca liet zich met tegenzin knuffelen en vastpakken door de veel oudere souschef van de schouwburg. Want als ze weg probeerde te komen, rende hij achter haar aan. ‘Kom maar bij papa’, riep hij dan. ‘Heb je nog een tweelingzus van 30? Dan is het eindelijk wel legaal.’ De werkgever stelde ondanks meerdere klachten niet direct onderzoek in.

Een 28-jarige handelaar had al jarenlang moeite met de obscene gebaren en opmerkingen op de werkvloer. Mee op teamuitje ging ze allang niet meer: die eindigden namelijk dikwijls in de stripclub. Pas toen ze melding maakte van een verkrachting door een collega tijdens een reis naar Oslo stelde het bedrijf een onderzoek in. Naar de bedrijfscultuur werd niet gekeken.

Van de 450 rechtszaken die arbeidsrechtadvocaat Mirjam Decoz analyseerde voor haar boek over rechterlijke uitspraken over grensoverschrijdend gedrag zijn er geen twee hetzelfde, maar ze hebben vaak wel een gemene deler: de bedrijven waarover ze gaan, hadden geen zorgvuldig beleid voor het afhandelen van klachten en meldingen over seksuele intimidatie. Daardoor bleven incidenten vaak onnodig onder de radar om uiteindelijk te escaleren.

‘Loketten’ en ‘productiebijbels’

Het is ook wat de advocaat vorige week opviel aan de uitzending van Boos. Talpa-directeur John de Mol repte in zijn weerwoord weliswaar van ‘loketten’ en ‘productiebijbels’, maar een protocol voor coaches omtrent seksueel grensoverschrijdend gedrag op de werkvloer ontbrak. ‘De onthullingen lieten cru gezegd zien dat we misschien wel weten dat intimidatie bestaat, maar dat de baas niet snapt hoe hij ermee om moet gaan’, aldus Decoz. ‘En veel werkgevers zijn zoals John. Ze denken: in mijn bedrijf gebeurt zoiets niet. Dus maken ze daar ook geen beleid op.’

Volgens de Arbowet zijn werkgevers verplicht te zorgen voor een veilige en gezonde werkplek. Zij moeten een analyse maken van risico’s in hun bedrijf en een aanpak formuleren om seksueel grensoverschrijdend gedrag te voorkomen. Maar hoe zij daaraan invulling geven, mogen ze zelf bepalen. Een vertrouwenspersoon of klachtencommissie is niet wettelijk verplicht. Volgens het laatste onderzoek van de Arbeidsinspectie heeft tweederde van de bedrijven, vooral die in het mkb, bovendien niet zo’n volledige risico-analyse gedaan.

Waar dat toe kan leiden, ziet Decoz dagelijks in haar Haarlemse praktijk bij Vos & Vennoten. Daar kloppen slachtoffers van seksueel grensoverschrijdend gedrag bij haar aan als incidenten zijn geëscaleerd. Dat kan zijn omdat het vergrijp ernstig is, bijvoorbeeld in het geval van verkrachting of aanranding, maar vaker omdat er op minder ernstige feiten verkeerd is gereageerd. Uiteindelijk zijn het dikwijls de slachtoffers die teleurgesteld opstappen, terwijl de daders een som geld meekrijgen doordat er onzorgvuldig onderzoek is gedaan.

Harvey Weinstein in januari 2020 bij aankomst bij de rechtbank in New York, waar hij terechtstaat wegens seksueel wangedrag. Beschuldigingen van vrouwen tegen de filmproducent vormden de aanzet tot de #MeToo-beweging. Beeld Jeenah Moon / Getty Images
Harvey Weinstein in januari 2020 bij aankomst bij de rechtbank in New York, waar hij terechtstaat wegens seksueel wangedrag. Beschuldigingen van vrouwen tegen de filmproducent vormden de aanzet tot de #MeToo-beweging.Beeld Jeenah Moon / Getty Images

Schandalen

Het lijken taferelen van vóór #MeToo. Van vóór de schandalen rond Harvey Weinstein, dirigent Daniele Gatti en castingdirecteur Job Gosschalk. ‘We zien dat #MeToo op de werkvloer wel wat aandacht heeft gehad’, zegt Kitty Jong van vakbond FNV. ‘Er zijn wel vertrouwenspersonen aangenomen, maar verder is er weinig gebeurd. Dat heeft er alles mee te maken dat we als Nederland een boterzacht beleid voeren.’

Die toeloop op de vertrouwenspersonen zag ook Gerda Arends, bestuurslid van de landelijke vereniging voor vertrouwenspersonen (LVV). Het register van vertrouwenspersonen groeide de afgelopen jaren van 1.200 naar 2.000. ‘Naar aanleiding van #MeToo hebben veel bedrijven gedacht: we nemen een vertrouwenspersoon in de arm of we stoffen die van onszelf af en sturen hem of haar op cursus’, aldus Arends. ‘Maar een vertrouwenspersoon aanstellen alleen is niet genoeg.’

Volgens Arends is het belangrijk dat die vertrouwenspersonen de tijd en middelen krijgen om zich zichtbaar te maken. Ongeveer 60 procent van de vertrouwenspersonen is een interne medewerker die het vaak doet naast de eigen werkzaamheden. ‘Het heeft voordelen als het een bekende is, maar dan moet zo iemand wel stevig in zijn schoenen staan. Want ga er maar aan staan als je bij de Belastingdienst werkt en je hoort die klachten, maar wilt zelf ook nog carrière maken.’

Ook voor slachtoffers zelf is er op dit moment maar weinig te winnen bij een melding, stelt Jong van FNV. Verhalen worden in twijfel getrokken, en in het ergste geval heeft het consequenties voor hun carrière. Dat geldt des te meer voor werknemers met een flexibel arbeidscontract. ‘Als je zelfstandige bent en dit overkomt je, dan pas je wel op: straks krijg je geen nieuwe opdrachten meer. Hetzelfde geldt voor de uitzendkracht.’

Om die werknemers te beschermen, pleit Jong net als arbeidsrechtadvocaat Decoz voor strengere wettelijke regelgeving. Met een petitie die Decoz en organisatiekundige Alie Kuiper donderdag presenteren, willen ze de druk bij het kabinet opvoeren om haast te maken met het ratificeren van het verdrag van de Internationale Arbeidsorganisatie (ILO). In 2019 stemde Nederland in met het voorstel, dat geweld en intimidatie op de werkvloer moet tegengaan. Maar die instemming heeft nog niet geleid tot wijziging van de Arbowetgeving.

Volgens Decoz zouden bedrijven verplicht moeten worden een onafhankelijke en deskundige vertrouwenspersoon aan te stellen, evenals een klachtencommissie (of zich aan te sluiten bij een door de branche georganiseerde commissie), en een klachtenregeling op te stellen. ‘Het ontbreken van duidelijke regels is niet bevorderlijk voor de positie van slachtoffers, maar ook niet voor werkgevers en plegers. Die hebben ook baat hebben bij zorgvuldige procedures, zodat ze het gevoel hebben dat ze op een veilige werkplek zitten.’

Het kan volgens Decoz in veel gevallen escalatie en een gang naar de rechter voorkomen. Dat laatste kan wenselijk zijn omdat de strikte juridische uitleg van seksuele intimidatie daar behoorlijk nauw kan luisteren. Zo ging een beschonken bankmanager vrijuit die tijdens een borrel in een Amsterdams café zijn handen meermaals naar de billen van een collega liet afdwalen en van een andere medewerker het oor likte. Volgens de rechter was het niet intimiderend omdat slachtoffers de kans hadden gehad om te ontkomen.

Bedrijfscultuur op de schop

Alleen strengere regels zijn dan ook niet voldoende, stelt politicoloog Liza Mügge van de Universiteit van Amsterdam. Om verandering binnen organisaties te bestendigen, is het volgens haar van belang dat de cultuur binnen bedrijven op de schop gaat. Als voorzitter van de Taskforce Sociale Veiligheid deed ze een ‘probleemanalyse’ op haar eigen universiteit. ‘Daar zagen we ook de reactie zoals die van John de Mol. Leidinggevenden zeiden: mijn deur staat altijd open. Ze waren oprecht verbaasd dat melders niet zelf naar hen toekwamen.’

Volgens Mügge is dit het moment om te kijken welke systemen er zijn om grensoverschrijdend gedrag te melden en die uit te breiden, bijvoorbeeld met een training voor omstanders. ‘Het is een gedeelde verantwoordelijkheid op de werkvloer om grensoverschrijdend gedrag te herkennen en te benoemen. Nu zeggen mensen meestal niets. Daardoor worden ze medeplichtig en blijven zaken doorsudderen.’

En leidinggevenden spelen natuurlijk een voorbeeldrol, aldus Mügge. Zij moeten monitoren en signaleren wat er gebeurt en er niet van uitgaan dat het, als ze niets horen, wel goed zit.’ Wat dat betreft ziet Mügge een lichtpuntje: naar aanleiding van de uitzending van Boos stuurden deze week veel ceo’s hun werknemers een mail. Daarin spraken ze zich nog eens duidelijk uit: bij óns is echt geen ruimte voor seksueel grensoverschrijdend gedrag.

Staatssecretaris Uslu: vaker met mediabazen om de tafel

Staatssecretaris Gunay Uslu van Cultuur en Media bepleit een gezamenlijke aanpak tegen grensoverschrijdend gedrag en seksueel geweld in de mediawereld. Ze wil vaker om de tafel met omroepen, producenten en mediabedrijven, en met psychologen en experts op het gebied van seksueel geweld, gedrag en sociale veiligheid, zei ze. Maar evengoed met het Commissariaat voor de Media en de Raad voor Cultuur. Uslu sprak woensdag met mediabazen over omgangsnormen binnen de sector. Aanleiding voor het gesprek met Talpa-baas John de Mol de voorzitter van de NPO en de directeur van RTL, waren de onthullingen over het wangedrag bij The Voice.

Meer over