columnpeter de waard

Is China een grotere bedreiging dan de Sovjet-Unie ooit was?

Peter de Waard columnist artikel Beeld -
Peter de Waard columnist artikelBeeld -

‘Onze staatsbedrijven doen net alsof ze ons betalen. En wij doen net alsof we werken’, zo omschreef iemand ooit kernachtig de manco’s van de planeconomie van de Sovjet-Unie. De centraal geleide economie van het land, gebaseerd op een systeem van collectieve landbouw en collectief eigendom van productiemiddelen, creëerde te weinig welvaart.

De Sovjet-econoom Grigory Yavlinksky, adviseur van de laatste Sovjetleider Michail Gorbatsjov, noemde de lage productiviteit de oorzaak. Bij een onderzoek in de mijnen zag hij dat veel mijnwerkers niet hard of efficiënter wilden werken omdat ze daarvoor geen prikkels hadden, zoals een hoger loon of betere carrièrekansen. En toen de westerse economieën zich in de jaren tachtig herstelden van twee oliecrises en floreerden onder het motto greed is good was het systeem door afgunst gedoemd ten onder te gaan. De Sovjet-Unie, dat na de lancering van de Spoetnik nog dacht het Westen economisch te kunnen overtreffen, stortte in als een kaartenhuis.

Het staatskapitalistisch systeem van China lijkt superieur aan het oude communistische systeem van de grote noorderbuur. Daar zijn de prikkels voor productiviteitsverhoging er wel. En dat maakt China economisch gezien een veel grotere concurrent voor het Westen dan de Sovjet-Unie. Verwacht wordt dat China al in 2028 de VS als grootste economie in de wereld zal overtreffen. China kan in tegenstelling tot de voormalige Sovjet-Unie technologische vooruitgang vertalen in economische voorspoed. Honderden miljoenen Chinezen hebben bittere en uitzichtloze armoede op het platteland kunnen inruilen voor een beter bestaan met meer kansen voor hun kinderen.

Eerder armer dan rijker

In de jaren zestig en zeventig probeerde de Sovjet-Unie zijn communistische planeconomie te exporteren naar landen in Zuid-Azië, Afrika en Latijns-Amerika. Maar omdat die niet werkte – de meeste mensen werden eerder armer dan rijker – vielen ze al gauw van hun geloof, behalve dan de satellietlanden in Oost-Europa die onder de knoet werden gehouden.

Tegenover China staat het Westen ook ambivalenter, zo bleek afgelopen weekeinde tijdens het G7-overleg. De Chinese economie is niet naar binnen gekeerd, zoals de voormalige Sovjet-economie, maar strekt zijn tentakels over de hele wereld uit. Voor veel landen is China een onmisbare handelspartner, niet alleen als exporteur van onderdelen, maar inmiddels ook als afzetmarkt. Het Westen kon wel zonder de Sovjet-Unie, maar kan niet zonder China bij de aanpak van mondiale problemen als de klimaatcrisis, migratie en de pandemieën. Koude oorlogen en ijzeren gordijnen – de oplossingen van de 20ste eeuw – werken niet meer in een wereld die een dorp is geworden.

Dat China geen democratie is, wordt getolereerd. Niemand wil een herhaling van het uiteenvallen van de Sovjet-Unie in een land waar 1,3 miljard mensen op de vlucht kunnen slaan.

De harde hand van Joe Biden zal in een fluwelen handschoen zijn gestoken.