Inspraak in vangstquota, voor draagvlak en hopelijk meer vis

Er wordt gewerkt aan meer inspraak voor vissers en de milieubeweging bij het bepalen van vangstquota. Vissers hebben hun twijfels....

Door Ana van Es

Haringvissers in het Deense Skagerrak overkwam onlangs iets bijzonders. Ze konden in Brussel zelf een plan presenteren voor de vangsthoeveelheid van de komende jaren, een taak die normaal is voorbehouden aan wetenschappers.

‘De vissers bleken andere opvattingen te hebben dan onderzoekers’, zegt Martin Pastoors, verbonden aan Imares, centrum voor zeebiologie van de universiteit van Wageningen. ‘De onderzoekers stellen de haringquota elk jaar vast. Maar de vissers vinden continuïteit en dus inkomenszekerheid belangrijk, ook al betekent dat een lager quotum over een lange termijn.’

De inspraak van de haringvissers in het vangstadvies, dat inmiddels bij de Europese Commissie ligt, komt voort uit een onderzoek in tien Europese landen naar de mogelijkheid de visserijsector en milieugroeperingen een grotere stem te geven bij de vaststelling van visquota.

‘Vissers mogen de quota niet zelf bepalen’, zegt Pastoors, die in Nederland coördinator is van het onderzoek, ‘maar ze krijgen meer invloed op de invulling ervan.’ Het gaat dan om de verdeling van quota over meerdere jaren, of besluiten om om een kleiner aantal vissers een grotere vangsthoeveelheid toe te staan.

Als het aan demissionair minister van Landbouw Gerda Verburg ligt, blijft het niet bij dit Deense experiment. Zij wil bij de herziening van het visserijbeleid in 2013 vissers structureel meer inspraak geven. Nu kunnen ze alleen vrijblijvend hun mening geven via Regionale Adviescommissies (RAC’s). Door deze RAC’s meer macht te geven, wil Verburg afstappen van de situatie waarin wetenschappers autonoom adviseren over de quota.

Een woordvoerder van haar ministerie: ‘Wetenschappers zouden deel moeten gaan uitmaken van de RAC’s. Idealiter geven ze Brussel samen met vissers en maatschappelijke organisaties een unaniem vangstadvies, dat alleen hoeft te worden afgehamerd.’

Het zou een trendbreuk betekenen. Nu is het de Internationale Raad voor Onderzoek der Zee (ICES), een consortium van wetenschappelijke onderzoekscentra, dat de Europese Commissie adviseert over quota. Brussel beslist vervolgens. ‘Een hiërarchische procedure die niet bijdraagt aan het ontstaan van draagvlak in de visserijwereld’, vindt Pastoors. ‘Bovendien heeft de commerciële visserij veel kennis in huis die wetenschappers nu onbenut laten.’

De machtiger stem van de visserij en milieuorganisaties valt samen met een nieuwe ontwikkeling: vanaf 2015 moet vis in de Europese Unie worden gevangen op basis van criteria voor duurzame oogst. Op korte termijn resulteert dit bij veel vissoorten in lagere quota, in de hoop dat de populatie daarna bijtrekt.

Dat zet kwaad bloed bij de visserijsector. ‘Lagere quota zijn voor ons natuurlijk niet gunstig’, aldus Inke van der Sluijs, beleidsmedewerker van het Productschap Vis. ‘Bovendien lijkt het dan net alsof het niet goed gaat met visbestanden in de Noordzee, terwijl het met bepaalde bestanden juist heel goed gaat.’

Proberen vissers die mogen meepraten niet gewoon om zo veel mogelijk te kunnen vangen? Pastoors denkt van niet. ‘Ze moeten wel tot een compromis komen met milieuorganisaties, en wij zien dat dit vaak lukt. Tien jaar geleden zeiden vissers: wij doen niets met duurzaamheid. Door quota en de hoge brandstofprijzen moeten ze tegenwoordig echter wel een langetermijnstrategie ontwikkelen.’

Betrokkenen reageren lauwtjes op de inspraakplannen. De visserijsector wil vooral een actievere rol in het traject dat aan het vangstadvies voorafgaat, als wetenschappers van ICES bepalen hoeveel vis van een bepaalde soort er in de zee zit. Bij deze proefvangst, die het advies over de quotahoogte bepaalt, worden vissers nog te weinig betrokken, vindt de sector. In sommige landen krijgen zij wel meer verantwoordelijkheid. Met camera’s aan boord van het schip wordt dan gekeken of er niet gesjoemeld wordt.

‘Wetenschappers maken foutenmarges van 30, 40 procent’, stelt Geert Meun, secretaris van belangenorganisatie VisNed. ‘Vorig jaar mochten wij voor het eerst achter een onderzoeksschip aan varen. Op dezelfde vangstplaatsen vingen wij vijf keer meer vis. Onderzoekers vissen met netsamenstellingen van twintig jaar oud, omdat ze anders hun data niet kunnen vergelijken. Een visserman ziet direct dat je daarmee geen juist beeld krijgt. Maar op basis van deze onderzoeksmethoden worden wel de quota bepaald.’

Ook stichting De Noordzee, waarin Nederlandse milieuorganisaties die zich bezighouden met visserijbeleid samenwerken, staat huiverig tegenover de RAC’s nieuwe stijl. ‘Het is helemaal niet interessant om elk jaar mee te praten over quota’, aldus medewerker Christien Absil. ‘Dat is een beetje koehandel. Wij willen graag adviseren over duurzaam beheer op lange termijn en dat gaat al heel aardig in de huidige opzet.’

Voordat vissers meer te vertellen krijgen over de vangstadviezen moet Brussel groen licht geven. De eindrapportage van het onderzoek waaraan Pastoors deelneemt, zal daarbij een rol spelen. Geert Meun betwijfelt of het onderzoek uiteindelijk zal leiden tot meer inspraak. ‘Vissers hebben de beste informatie over wat er in de zee speelt, maar er is politieke moed voor nodig om die kennis te gebruiken en daar hebben we de afgelopen tijd weinig van gemerkt.’

Meer over