Nieuws

ING schakelt promovendus in om slavernijverleden te onderzoeken

Na De Nederlandsche Bank en ABN Amro laat ook ING Bank een onderzoek instellen naar haar slavernijverleden. Een promovendus van de universiteit van Leeds gaat uitzoeken of Barings Bank, dat 25 jaar geleden onderdeel werd van ING, fors heeft verdiend aan slavenhandel.

Ashwant Nandram
null Beeld NurPhoto via Getty Images
Beeld NurPhoto via Getty Images

Sinds de anti-racismeprotesten van 2020 hebben meerdere gemeenten en financiële instellingen onderzoeken laten uitvoeren naar de eigen geschiedenis op het gebied van slavernij. De Nederlandsche Bank en ABN Amro publiceerden dit jaar hun onderzoeksresultaten. Ook Amsterdam, Rotterdam en Utrecht gingen ING voor.

Het onderzoek in opdracht van ING moet duidelijkheid verschaffen over het verleden van Barings Bank, een gerenommeerde Britse bank die in 1995 in Nederlandse handen kwam. ING betaalde 1,8 miljard gulden voor de failliete bank en verwierf daarmee een positie in de Londense City en Azië. Dat de Nederlanders daar ook een grimmig verleden bij cadeau kregen, was in de jaren negentig geen factor van belang.

Barings groeide na de oprichting in 1762 in rap tempo tot een van de grootste financiële instellingen ter wereld. Er zijn sterke vermoedens dat de bank die stormachtige groei heeft te danken aan slavernij. Zo zou de firma geld hebben geleend aan plantagehouders om slaven te kopen. Ook zou het hebben gehandeld in suiker en koffie, producten die door slaven werden geproduceerd. In een enkel geval was de bank zelf eigenaar van plantages met slaven.

Onbeperkt toegang

Het promotietraject duurt drie jaar en wordt betaald door ING. De promovendus krijgt onbeperkt toegang tot het Londense Barings archief, dat ING in beheer heeft. Hoogleraar Manuel Barcia (Universiteit van Leeds), die de promovendus zal begeleiden, heeft hoge verwachtingen van het onderzoek. ‘Het is niet de vraag of, maar hoe diep Barings betrokken was bij slavernij.’

De universiteit moet nog wel op zoek naar een geschikte promovendus. Vanaf mei gaat Leeds op zoek naar kandidaten. Die moeten een masterdiploma hebben, net als verstand van slavernij en economie. De universiteit heeft bedongen dat het ook mag kiezen voor een kandidaat buiten Europa, ook al betalen die meer collegegeld en kost het ING daarom meer geld. Barcia: ‘Maar anders wordt het weinig toegankelijk voor kandidaten uit Azië, Afrika of Latijns-Amerika. Eerlijk en inclusief, dat is de enige juiste manier.’

Eerdere vergelijkbare onderzoeken werden verricht door ervaren academici, vaak in groepsverband. ING is de eerste Nederlandse instelling die zo’n onderzoek uit laat voeren door een promovendus. Toch hebben Nederlandse slavernijonderzoekers geen bezwaar tegen een promotietraject. Karwan Fatah-Black (Universiteit Leiden) roemt het feit dat een dergelijk onderzoek een ‘looptijd heeft van drie jaar’. Ook Pepijn Brandon (Vrije Universiteit) spreekt van een ‘geëigend middel’, omdat de promovendus het zich kan permitteren om ‘vijf maanden archiefstukken in te bladeren, om er dan achter te komen dat je bij een ander archief moet zijn.’

Vraagtekens gezet bij aanpak

Maar juist in het Verenigd Koninkrijk worden er vraagtekens gezet bij deze aanpak. Historicus Nicholas Draper is oud-directeur van onderzoekscentrum Legacies of British Slavery van de University College London. Hij kent geen Britse voorbeelden waarbij omvangrijk slavernijonderzoek wordt uitgevoerd door een promovendus. Draper noemt de beslissing voor een promovendus daarom een ‘veilige keuze’.

Draper: ‘Voor grote instellingen is beeldvorming belangrijk, daar houden ze graag controle over.’ De onderzoeker is daarom beducht op inmenging van opdrachtgevers zoals ING. ‘Hoeveel formele en informele vrijheid heeft de student om zelf te bepalen wat er wordt gepubliceerd? Zo’n student staat aan het begin van zijn academische carrière.’

Die angst is ongegrond, benadrukt hoogleraar Barcia. ‘Ik ben heel duidelijk geweest: als ING van plan is om zich te bemoeien met het onderzoek, hoef ik er geen onderdeel van te zijn. De bank betaalt, maar verder doen ze een stap naar achter en moeten ze afwachten. En als ze zich daar niet aan houden, dan houd ik ermee op.’ Het onderzoek moet oktober 2022 van start gaan, de eindresultaten worden over drie jaar verwacht.

In verschillende Nederlandse gemeenten – waaronder Den Haag, Groningen, Haarlem en Vlissingen – zijn slavernijonderzoeken nog in volle gang. Het resultaat van een nationaal onderzoek naar het slavernijverleden wordt in 2023 verwacht.

Meer over