De OndernemingFedermann Opticiens

In Haarlem staat de oudste brillenzaak van Nederland

De zesde generatie Uilenbroek runt binnenkort ’s lands oudste brillenwinkel, Federmann Opticiens in Haarlem. Bij Federmann is ook het passen van de bril nog een ambacht. ‘Een slecht zittende bril staat ook gewoon lelijk.’

Jonathan Witteman
Lex Uilenbroek aan het werk in de winkel. Beeld  Raymond Rutting / de Volkskrant
Lex Uilenbroek aan het werk in de winkel.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Lex Uilenbroek (72) zit zich dikwijls te verbijten als hij mensen met een slecht zittende bril ziet. De Haarlemse opticien, als vijfde generatie aan het roer van Nederlands oudste nog bestaande brillenwinkel, merkt dat het edele ambacht van het ‘anatomische bril-afpassen’, zoals hij het noemt, er soms bekaaid van afkomt bij concullega’s.

‘Een slecht zittende bril kan niet alleen vervelend aanvoelen, maar staat ook gewoon lelijk. Dan staat de bril bijvoorbeeld helemaal vooraan op iemands neus. Schoonheid is belangrijk als je je vak op een goed niveau wilt uitoefenen, dan zul je toch moeten zorgen dat je de veren van de bril precies goed naar de vorm van het hoofd van de klant buigt.’

Zijn zoon en collega-opticien Max (27), de toekomstige zesde generatie als eigenaar, kan een grijns niet onderdrukken. Het komt namelijk nog wel eens voor dat hij midden in de winkel de wind van voren krijgt van zijn vader wanneer hij de nieuwe aanschaf van een klant net niet helemaal perfect heeft afgesteld. ‘Heel soms, als ik er echt niet uitkom, vraag ik m’n vader om hulp, en dan is zijn kritiek niet altijd even mals.’

Bebaarde patriarch

Al 172 jaar staat Federmann Opticiens onveranderlijk in het almaar wisselende winkelaanbod van de Grote Houtstraat in Haarlem. De wortels van de winkel gaan terug tot de Brandenburgse marskramer August Federmann (1821-1888). In de Grote Houtstraat in Haarlem begon hij in 1850 een winkeltje in pince-nezs en lorgnetten, oftewel knijpbrillen en brillen aan een stokje of handvat. Wie dezer dagen pak ’m beet een bril van Lindberg of Moscot komt passen bij Federmann, of zich nieuwe contactlenzen laat aanmeten, kan de zilvergrijze en bebaarde patriarch recht in de ogen kijken via het olieverfportret achterin de zaak.

De geschiedenis van de Federmanns en de Uilenbroeks verknoopt zich als Federmanns zoon Ferdinand (1853-1915) vlak voor de eeuwwisseling een 11-jarige knecht aanstelt: Harry Uilenbroek (1888-1966), grootvader van de huidige eigenaar Lex. Harry senior, een ‘vrolijke, charmante man’, zoals zijn kleinzoon hem zich herinnert, zou de winkel in de jaren na de Eerste Wereldoorlog overnemen van de kinderloze Federmann. Dat ging lange tijd crescendo, tot hij in de jaren na de Tweede Wereldoorlog merkte dat de zaken hem boven het hoofd begonnen te groeien.

‘Er was nieuw elan in Nederland na de oorlog, de economie kwam voelbaar op een hoger niveau, en er werden hogere eisen gesteld aan ondernemers, bijvoorbeeld qua boekhouding. Mijn opa kon het niet meer bolwerken. Niet verwonderlijk voor iemand met alleen vijfde klas lagere school.’

Max Uilenbroek slijpt een glas. Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant
Max Uilenbroek slijpt een glas.Beeld Raymond Rutting / de Volkskrant

Gelukkig was daar Harry Uilenbroek junior (1923-1995), vader van Lex en op dat moment ambtenaar bij de Belastingdienst. ‘Mijn oma smeekte hem, ‘Kom alsjeblieft in de zaak, je vader kan het niet meer aan’. Onder het bijna veertigjarige bewind van Harry junior breidde Federmann uit tot vijf filialen.

Kenmerkend voor zijn vader was die keer begin jaren vijftig toen hij aanbelde bij een gunstig gelegen adres aan de Rijksstraatweg in Haarlem-Noord. ‘Mijn vader wist: de winkel in de Grote Houtstraat is niet genoeg, om te kunnen blijven bestaan moeten we een tweede geldbron aanboren.’

Toen de bewoonster opendeed, kreeg ze een merkwaardig voorstel te horen van de bebrilde vreemdeling voor haar neus. ‘Mijn vader zei: ‘Ik heb een aparte vraag voor u: zou u het voorste gedeelte van uw woonhuis aan mij willen verhuren, zodat ik er een winkel in kan beginnen?’

Redding van het bedrijf

De bewoonster smeet nog net niet de deur dicht. ‘Maar het toeval wilde dat ze een dochter had die bedlegerig was. Het meisje had polio, meende ik, en de zorg voor haar kostte veel geld. Later dacht ze dat het misschien toch niet zo’n gek idee was – ze kon best wat kleiner wonen, vond ze, en de huur van mijn vader was een welkome inkomstenbron. Zo kon mijn vader in 1952 zijn eerste uitbreiding doen, wat de redding is geweest van ons bedrijf.’

Vanaf 1973 stond Lex Uilenbroek meer dan veertig jaar in de winkel met zijn tweelingbroer Huug. In het boekje dat Federmann in 2000 publiceerde ter ere van het 150-jarig jubileum prijken de bebrilde duo-directeuren nog zij aan zij. Alleen dankzij hun haardracht is de eeneiige tweeling enigszins uit elkaar te houden: de rosblonde lokken van Lex keurig uitgewaaierd vanuit een middenscheiding, bij Huug het haar losjes achterovergekamd.

In 2014 merkte Huug dat hij plots moeite kreeg met karweitjes die daarvoor een fluitje van een cent waren geweest. ‘Met de kassahandelingen bijvoorbeeld’, vertelt Lex. ‘De ene klant wil een bril contant afrekenen, of een deel contant en een deel met pin. Opeens wist Huug niet meer hoe hij dat moest afhandelen.’

Bril-afpas-trainingen

Een paar jaar later was alzheimer zo ver voortgeschreden dat Huug, die zijn broer Lex anno nu niet eens meer herkent, besloot te stoppen. Een ‘ambivalente ervaring’, zegt Lex Uilenbroek. ‘Enerzijds vond ik het ontzettend jammer. De vriendschapsband tussen ons in het werk viel in een keer weg. Anderzijds was het een opluchting. Want ik wilde vooruit, het bedrijf moest door, en ik had al langer het gevoel dat ik mijn broer niet meer kon overtuigen van vernieuwingen die in mijn ogen echt nodig waren, zoals nieuwe apparatuur, of verbouwingen.’

‘Ik denk dat ik nog een of twee jaar aan de zaak verbonden zal blijven’, mijmert Uilenbroek over zijn toekomst. ‘Ik heb het gevoel dat Max en Rebecca, ons derde directielid, me tegen die tijd volledig overbodig zullen hebben gemaakt.’

Zijn zoon Max moet het nog zien. ‘Ik denk dat hij sowieso zijn bril-afpas-trainingen zal blijven geven aan medewerkers, dat is een hobby van hem. En hij zal zich vast nog blijven bemoeien met de zaak, hij bewaakt toch de geschiedenis van ons bedrijf.’

Bedrijf: Federmann Opticiens

Waar: Haarlem

Sinds: 1850

Aantal werknemers: 36

Jaaromzet: 3,5 miljoen euro

Meer over