‘Ik kan slecht afwachten’

Else Bos is sinds een jaar beleggingsbaas bij PGGM, het pensioenfonds voor bijna een miljoen werknemers in de zorg en welzijn....

Hoe voelt het om de vrouw van 71 miljard euro te zijn?

‘Ha, het tijdschrift Management Scope schreef onlangs terloops over vier vrouwen die een kwartet beleggers-babes vormen. Wel apart om tot babe gebombardeerd te worden. Die 71 miljard is overigens alweer ietsje meer door de beleggingsresultaten in het eerste kwartaal van dit jaar.’

Met die beleggingsresultaten heb je in je eerste jaar als beleggingsbaas het ambtenarenpensioenfonds ABP verslagen. En daarmee je voorganger Roderick Munsters, die daar nu de beleggingen doet.

‘Het lijkt een wedstrijd, bijna komisch, maar dat is het niet. ABP en PGGM hebben een eigen doelstelling, andere verplichtingen en daardoor ander beleid. Dat betekent dat wij het ABP zullen verslaan in alle jaren dat aandelen het goed doen, maar in andere jaren mogelijk niet.’

Omdat jullie risicovoller kunnen beleggen.

‘De gemiddelde leeftijd van mensen die bij PGGM sparen is lager dan bij het ABP, dus kunnen wij op een andere manier beleggen. Meer in aandelen. Maar of dat risicovoller is...’

Was dit de meisjesdroom? Later de op één na grootste pensioenbelegger van het land worden?

‘Nou, nee. Ik droom sowieso niet zo veel. Daar ben ik te nuchter voor, van jongs af aan al. Toen ik klein was, wilde ik moeder worden en iets later juf, maar dat was een ander genre.

‘Later wist wel wat ik níet wilde worden. Door afvinken ben ik ooit tot mijn studiekeuze gekomen: wat wil ik niet, en wat blijft er dan over.

‘Ik kan geen bloed zien, anders was ik heel graag de medische wereld in gegaan. Van mij grootmoeder mocht ik geen goog worden, psycholoog, pedagoog en al die dingen. Je moet afpellen om dingen op gegeven moment bij elkaar te laten komen. Ik kon geen Frans studeren omdat ik geen taalgevoel heb. Van Latijnse woordjes leren werd ik helemaal gek. Maar wiskunde en economie ging me gemakkelijk af. Dus werd het econometrie, begin jaren tachtig een vrij nieuwe studierichting in Rotterdam.

‘Ik kijk ook nooit meer dan één stap vooruit. Op het moment dat ik deze stap maakte, kon ik hem nog niet voorzien; ik zat pas anderhalf jaar in m’n vorige job, hier bij PGGM. Het was dus geen droom, het is wel een hele gave baan.’

Hoe wordt een mens topbelegger bij PGGM?

‘Na mijn studie heb ik in 18 jaar een hele reeks functies doorlopen bij ABN Amro. Toen heb ik twee jaar bij NIB Asset Management gezeten. Bij de opheffing daarvan ben ik naar PGGM gegaan, twee jaar als chief operating officer, en toen kwam deze overstap.’

Altijd belegd bij ABN Amro en NIB?

‘Bij ABN Amro ben ik niet in beleggen begonnen, maar bij finance and control, in gewoon Nederlands: de boekhouding.

‘Daarna naar het commerciële bedrijf, het kantorennet, en private banking voor de meer vermogende particulieren. Op een gegeven moment begon er een lijn in te komen. Achteraf was het een logische opbouw, al was het niet bewust gepland.

‘Ik heb eens een kans op een aantrekkelijke promotie laten lopen. Mensen vonden dat onbegrijpelijk. Ik was er nog niet aan toe. Twee jaar later kwam een vergelijkbare kans. Toen heb ik wel ja gezegd.

‘Ik vind eigenlijk niet dat je binnen anderhalf, twee jaar al bezig moet zijn met een andere functie. Maar ik ben zelf de afgelopen periode wél iedere anderhalf, twee, hooguit drie jaar iets nieuws gaan doen.’

Je hebt een korte houdbaarheidsduur?

‘Ik zie het iets positiever. Na zo’n periode werd er weer iets in mij gezien. En er werd me een volgende mogelijkheid geboden. Er bleek altijd groei in te zitten.’

Wat is dan het criterium voor jezelf? Wat je leuk vindt?

‘Na de eerste tien jaar in een redelijk stabiele omgeving, kwam ik op het punt dat ik vond dat ik een keuze moest maken. Toen heb ik zelf het initiatief genomen om echt iets heel anders te gaan doen.

‘Van boekhouding, sorry van finance and control en accounting, ben ik overgestapt naar het kantorennet. Ik werd districtsdirecteur en verving korte tijd een kantoordirecteur in Nieuw Vennep. Ik zie nog een klant binnenkomen, witheet: ik wil de directeur spreken. Ik zat daar net drie dagen. Wat ik zo leuk vond, was dat ik dat ging doen, niet wist waar het over ging, maar toch die kans kreeg.’

Waarom dan geen commercieel directeur geworden?

‘Ik ben niet een echt commercieel dier. Het aflopen van recepties is niet mijn hobby. Je moet durven concluderen dat bepaalde dingen niet bij je passen, maar je moet ook experimenteren met je sterke kanten in iedere keer een nieuwe setting.’

Hoe werkt dat? Doe je het alleen of met speciale coaching en vrouwennetwerken?

‘Ik heb dat wel eens geprobeerd, ik hou er niet van, van die vrouwengroepen. Ik vraag me serieus af of vrouwen zichzelf een plezier doen door bij elkaar te kruipen. Natuurlijk begrijp ik dat het voor veel vrouwen goed werkt. Maar voor mezelf, nee, ik denk niet dat ik dat nodig heb. Ik begeef me graag in gemengd gezelschap.’

Hoe hou je je staande in de mannenwereld die de haute finance is?

‘Ik ben in een mannenwereld groot geworden. Op de middelbare school deed ik alle bèta-vakken die er waren. Dus ik zat in een klas met twee meisjes en 25 jongens. Dat betekent dat je vanaf heel vroeg niet anders kent dan dat soort verhoudingen. Ik heb daar altijd van genoten, het was altijd leuk. Ik denk dat ik op zich heel goed met mannen ben. Ook heel goed met vrouwen, trouwens.’

En als een meisje van de beleggingsafdeling om carrière-advies belt?

‘Het is niet zo dat hier alleen mannen rondlopen. Op directieniveau misschien wel, maar verder is het een gemengd gezelschap. Ik ervaar wel dat er vrouwen zijn die mij als referentie of voorbeeld zien. Mijn carrière heeft zich snel ontwikkeld, maar als mensen vragen hoe je zoiets doet, kan ik alleen maar zeggen dat ik daar niet zo mee bezig was. Ik deel graag ervaringen, al heb ik geen set lessons learned die iemand zo kan toepassen.’

Je hebt geen baan van negen tot vijf. Hoe doe je dat thuis met man en kinderen?

‘Mijn thuissituatie is redelijk uniek. Het is er een waar veel mensen juist wel of juist niet jaloers op zijn.’

Vertel.

‘Het draait om het begrip moeder-schoonmoeder.’

Daar wil ik alles van weten.

‘Ik heb drie kinderen. Die zijn nu elf, twaalf en dertien jaar oud. De middelste is een jongen, de andere twee meisjes. Ik heb een echtgenoot die vanaf de geboorte van ons eerste kind parttime werkt en ook ouderschapsverlof heeft opgenomen. Hij doet veel in het gezin. Ik heb altijd fulltime gewerkt.

‘Het is een soort rolwisseling. Ik vervul meer de traditionele mannenrol. Niet iedereen heeft een echtgenoot die dat kan.

‘En mijn moeder woont zo ongeveer bij ons in. Niet in ons huis, maar wel ernaast, met interne verbindingen. Zij heeft vanaf de geboorte van de oudste op de dagen dat we er allebei niet waren de kinderen opgevangen. Dus ik heb een hele stabiele thuissituatie.

‘Ik hoef nooit naar een crèche, er staat nooit een kind voor een gesloten deur. De kinderen hebben altijd thuis kunnen spelen, vriendjes en vriendinnetjes mee naar huis kunnen nemen en zelf naar clubjes kunnen gaan. Dat het allemaal zo vanzelf gaat, is natuurlijk uniek.

‘Het is ook gevaarlijk als het heel stabiel is, dan is het ook veel te gemakkelijk om op het werk te zeggen: ja hoor, ik kan vanavond nog wel even. Dat gaat ook geregeld niet goed.’

Jongetjes geven daar gemakkelijk aan toe.

‘In die zin zit ik heel dicht tegen de traditionele jongetjesrol aan. Dus de klassieke fouten die van origine aan de vaders worden toegeschreven, daar ben ik ook erg goed in.’

Wie is die mevrouw die op zondag het vlees komt snijden?

‘Zoiets ja. Mijn echtgenoot is dan ook geëmancipeerder dan ik.’

Maar hij werkt ook.

‘Bij bank en verzekeraar SNS Reaal, in het risicomanagement.’

Beleggen jullie thuis ook nog?

‘Niet meer, althans niet actief. Het privévermogen zit in beleggingsfondsen. Zo hoort dat bij onze functies. Nu doet iemand anders het beleggen voor ons.’

Scheelt het bij carrière maken dat je altijd fulltime hebt gewerkt?

‘Als je in deeltijd werkt is het wel moeilijker. Ik probeer zelf alle ruimte te geven voor deeltijdwerk, op alle niveaus. Vrouwen vragen daar wel om, mannen bijna niet, terwijl ik vind dat het altijd moet kunnen. Alleen ben ik er zelf niet zo goed in. Dat zit in de aard van het beestje. Wat ik zelf doe en wat ik vind dat voor mensen in een organisatie moet kunnen, is niet altijd in evenwicht.’

Wat komt hierna? Commercieel beleggen bij een bank met bijbehorend topsalaris, of een zitvleesbonus scoren om maar bij PGGM te blijven?

‘Ach, we kunnen maar één biefstuk per dag eten. En als ik zou willen halen we dat ook niet, nu een dochter vegetariër is. Ik word niet zo gedreven door het grote geld. Ik heb nu al een inkomen waar ik meer mee kan doen dan ik zou willen, dus salaris is niet iets wat me naar een andere kant zou drijven.

‘Maar ik zit hier nu ruim een jaar en heb het veel te druk met bedenken hoe het beter kan, hoe we verder willen, en met de dingen die ik hier leer.’

Wat drijft je dan wel, als het geen geld is? Monopoly spelen, het spelen met geld?

‘Nee, nee. Ik heb een zekere spanning nodig. Als ik terugkijk staat verandering centraal. Blijkbaar ben ik altijd bezig om dingen in beweging te krijgen. Als ik op een punt kom dat ik vandaag weer doe wat ik vorige week deed, of weer doe wat ik vorig jaar ook al deed, dan zal er vanzelf iets ontstaan van: wat zullen we nu eens gaan doen?’

En wat drijft het mens Bos? Pensioen voor de mensen of het juiste beleggingsmandje?

‘De combinatie van de complexe financiële wereld met het sociaal maatschappelijk belang van het resultaat. Het gaat ergens over. Dat is uniek.’

Waar hebben collega’s moeite mee bij jou?

‘Ik denk dat ik moeilijk achterover kan leunen. Dat is wat ik het meeste hoor: ga nou eens even hangen. Ik kan slecht afwachten. Sommige dingen lossen zichzelf wel op, maar daar neem ik de rust niet voor. Ik loop te hard achter dingen aan, waardoor dingen groter lijken dan ze zijn.’

Maak je nog wel eens blunders?

‘Dat ik mijn trouwdag was vergeten. Het vergeten van verjaardagen. Dat soort traditionele fouten, De echt hele grote blunders heb ik verdrongen of alsnog redelijk kunnen bijsturen, hoop ik.’

Wat doet Else Bos op een gewone werkdag?

‘Ik word om 7 uur 15 thuis opgehaald. In twintig minuten rijden we naar Zeist en lees ik de krant.

‘Een heel belangrijk deel van mijn werk bestaat uit praten, één op één, of in vergaderingen. Ik doe niet zo veel meer zelf. Ik stuur het proces en doe dat met praten; over beleggingsbeleid, over het beleggingsproces. We praten in het investment-comité, het risicocomité, ik heb gesprekken buiten de deur, internationaal met peers, met ondernemingen.

‘Ik heb als lid van de hoofddirectie van PGGM ook verantwoordelijkheid voor verschillende afdelingen. Daarnaast moeten we uitleggen wat we willen en wat we gaan doen.’

Je bent het beleggen eigenlijk ontstegen?

‘Ja.’

Hoe bepaal je de beleggingstrategie?

‘Dat is een getrapt proces. Eerst het grand design van een portefeuille: zoveel aandelen, zoveel vastgoed, dat soort dingen.

‘Op een ander niveau worden benchmarks gekozen, markten of indexen waar wij ons aan meten bij beleggen. Het liefst verslaan we de index. En we kiezen vermogensbeheerders die de beleggingen voor ons uitvoeren met de opdracht de index te verslaan. Met een ander deel van de beleggingen richten we ons op een stabiel rendement.’

Het afgelopen jaar hebben jullie je vermogen drie keer op een andere manier belegd. Dat maakt jullie bijna daytrader in plaats van lange-termijnbelegger.

‘De omloopsnelheid had een paar oorzaken. We hebben bijvoorbeeld voor aandelen afscheid genomen van een aantal uitvoerders. De nieuwe beheerders hebben hun eigen beleggingsstrategie. Dat zijn oorzaken die zich dit jaar niet per se weer voordoen.’

Hoe is je eigen pensioen geregeld?

‘Gewoon hier, sinds ik bij PGGM werk. Ik heb volgens de definitie wel een pensioengat omdat ik op mijn 23ste begon met werken maar bij ABN Amro pas vanaf mijn 25ste pensioen opbouwde. Maar het is goed geregeld.’

Spaar je voor de levensloopregeling?

‘Nog niet. Maar dat komt nog.’

Meer over