'Ik doe vre-se-lijk aardig, dat helpt, denk ik'

Wachten, wachten, wachten. Als mensen iets willen maar het aanbod is beperkt, ontstaan wachtlijsten. Dat gebeurt zowel in de zorgsector als op de vrije markt....

Margreet Vermeulen

ZE HEEFT twee portemonnees in haar tas. Een gewone én een die bulkt van kleingeld om de parkeerautomaat mee te voeden: overdag 5,50 per uur en 's avonds 3,50 per uur. 'Dat er een wachtlijst is, oké. Dat je daar vier tot vijf jaar op staat, oké. Maar dat je al die jaren het volle pond moet betalen, dat vind ik heel cru.'

Esterella van Zanten is nummer 945 op de wachtlijst voor een parkeervergunning in de Amsterdamse binnenstad. Ze wacht al twee jaar en heeft nog anderhalf jaar te gaan. Met een glas rosé in de hand houdt ze vanaf het bankstel haar auto in de gaten. 'Voor zevenen 's avonds betaal ik soms niet.'

Ze belt elke twee weken naar Stadstoezicht met de vraag welk nummer ze heeft. Of het echt baat weet ze niet. 'Maar ik doe wel vre-se-lijk aardig. Ik denk dat dat wel helpt', zegt ze met een verleidelijk lachje.

Een auto bezitten en aan de Keizersgracht wonen in Amsterdam gaat eigenlijk niet samen, vindt ze. 'Tenzij je een maandkaart koopt bij Stadstoezicht, dan mag je overal staan voor duizend gulden. Maar zoveel geld heb ik niet.' Ze kent inmiddels alle trucs om op een oneigenlijke manier aan een parkeervergunning te komen. 'Als ik een waterdichte methode wist, zou ik het zo doen. Behalve dan: doen alsof je invalide bent. Dat gaat te ver. Dat is walgelijk.'

Van Zanten woont nu twee jaar aan de Keizersgracht, waarvan acht maanden zonder auto. 'Paradijselijk. Met een krantje in de metro, want ik kreeg een baan in Zuidoost. Ik zei tegen mijn baas: ik wil geen auto, hou 'm maar. Maar dat mocht niet. Ik moet regelmatig klanten bezoeken. En met het openbaar vervoer kost dat volgens hem te veel tijd.'

Ze koos een kleine auto, een Peugeot 206. 'Maar wel eentje met een extreem lange levertijd', grijnst ze tevreden. In het weekeinde laat ze haar auto op het werk staan. En als ze een dag vrij heeft ook. Een dagje ziek worden is 'mega-mega-duur'.

Binnenkort trekt haar vriend bij haar in. Ook hij heeft een auto. Dat gaf de doorslag om een parkeerplaats te kopen. Kosten: 160 duizend gulden. 'Vind je dat duur?', vraagt Van Zanten. 'We betalen ook nog vijftig gulden per maand servicekosten voor die plek. Tja, dat ben je echt minimaal kwijt hoor.' De parkeerplaats ligt op tien minuten lopen van haar huis. Hoe dichter bij haar appartement, hoe duurder de parkeerplaatsen. 'Op dit stuk gracht kost een parkeerplaats wel twee ton.'

Intussen blijft ze op de wachtlijst staan voor een parkeervergunning. De kosten van een vergunning (96 gulden per drie maanden) zijn peanuts, vindt Van Zanten. 'Zeker als je het vergelijkt met wat we nu in de meter gooien. En het zou allemaal nog niet zo erg zijn als die bergen met geld geïnvesteerd worden in een eerlijk parkeerbeleid. Maar wat gebeurt? Louche parkeerwachten kraken de meters en Parkeerbeheer lijdt verlies.'

Vorig jaar maakte Stadstoezicht (de nieuwe benaming voor Parkeerbeheer) overigens weer winst. En die wordt volgens een woordvoerder wel degelijk besteed aan het beter bereikbaar maken van de stad, voor auto's en fietsen. 'Ja ja', sneert Van Zanten. 'Het stadhuis zit vol met rooie rakkers. Die gaan natuurlijk allemaal op hun fiets naar het werk.'

Ondanks haar filippica maakt Van Zanten best een opgewekte indruk. 'Het is zomer. Dat scheelt in parkeerruimte. Vooral in de winter is het problematisch. Dan weet ik soms van gekkigheid niet meer wat ik moet doen. Gelukkig ontbreekt er een Amsterdammertje op de hoek van de straat. Dan parkeer ik daar, half op de stoep, met een muziekje aan. En dan maar wachten tot er iemand uit het café komt.'

Ze wacht blijmoedig tot het felbegeerde papiertje achter de ruit van haar Peugeot zit. Ook al regelt een parkeervergunning alleen de financiële kant van de zaak. Ze mag parkeren, maar het blijft altijd een kwestie van afwachten of er plek is. 'Ik weet het', verzucht ze. 'Tegen de tijd dat de vergunning afkomt, zijn we waarschijnlijk rijp voor een huis buiten de stad.'

Meer over