Ietsje later, wel lekkerder

De basismetaalindustrie heeft niet al haar milieudoelstellingen gehaald en vraagt respijt. Investeren in het ontwikkelen van schone productietechnieken sorteert weliswaar later effect, maar ze zijn wel duurzaam....

ESTHER HANSEN-LOVE

OVER TWINTIG jaar staan er geen rokende pellet-, sinter- en kooksfabrieken meer in IJmuiden, zo is het stellige streven van de industrie. Dan gaan de grondstoffen voor ruwijzer samen in één enkele installatie. Door verschillende processen te combineren, zullen veel minder milieu-onvriendelijke stoffen vrijkomen.

'We moeten het ontstaan ervan tegengaan. Bij ieder vlammetje komen vervuilende stoffen vrij. Daarom moet je de condities van de verbranding aanpassen', zegt Peter Nugteren, bij aluminiumbedrijf Alcoa verantwoordelijk voor milieuzaken. Zijn collega bij Hoogovens Staal, Henk van de Wetering, voegt toe dat dit bovendien energie en dus geld bespaart.

Hoogovens werkt al tien jaar aan een revolutionaire techniek om ijzer te gieten. Pas in het tweede decennium van de volgende eeuw zullen de inspanningen - en de investering van zo'n 700 miljoen gulden - vrucht afwerpen.

Maar dan zullen ze blijven binnenstromen, die vruchten: voor dezelfde hoeveelheid ijzer is minder energie nodig en worden veel minder vervuilende stoffen geproduceerd. 'Dan hebben we een definitieve oplossing', zegt Van de Wetering.

De basismetaalindustrie heeft een smerig imago. Het verwerken van bauxiet tot lichte maar stevige aluminiumblikjes en ijzererts tot dun maar sterk draad, kost nu eenmaal een hoop energie en levert daarom veel rook op. Bedrijven als Hoogovens, Alcoa, Budelco, Hunter Douglas en Pechiney hebben al veel moeite gedaan om de rookpluimen boven hun staal-, aluminium- en zinkfabrieken te ontdoen van milieubelastende stoffen .

In 1992 kwam de sector het eerste milieuconvenant overeen met het ministerie van Milieu. In plaats dat de overheid maatregelen afdwingt, spreken de bedrijven met de betreffende overheidsinstelling, gemeente of provincie af hoe ze het milieu het slimst kunnen sparen.

Dat heeft een hoop nieuwe wastechnieken, katalysatoren en filters opgeleverd die de schadelijke stoffen aan het eind van de schoorsteen afvangen. Op een hoop gebieden heeft de basismetaalindustrie de met de overheid afgesproken doelstellingen gehaald. Sommige stoffen leveren meer moeilijkheden op dan gedacht: de doelstellingen op het gebied van verzurende gassen worden niet gehaald.

Bovendien loopt de sector nu aan tegen de grenzen van de 'end of pipe'-maatregelen. De investeringen in maatregelen die snel kunnen worden genomen, worden steeds hoger terwijl de milieuwinst ervan afneemt. 'Daarom moeten we het geld niet meer steken in dat soort maatregelen. We moeten de inspanning nu richten op nieuwe technieken zodat de verzurende gassen niet meer ontstaan', zegt Van de Wetering die benadrukt dat onderzoekers en beleidsmakers zich meer op de lange termijn moeten richten.

Het onderzoek naar milieuvriendelijke productiemethoden, die verder gaan dan het installeren van een filter aan het einde van een pijp, is duur. Van de Wetering schat dat de Nederlandse basismetaalindustrie er de komende twintig jaar honderden miljoenen guldens aan uit zal geven.

'Maar daarna moet je nog het hele bedrijvenpark vervangen. De implementatie van de nieuwe technieken zal zeker vele tientallen miljarden kosten', gokt hij. Om er meteen aan toe te voegen dat dit nog vele jaren zal duren en bovendien geen pure milieumaatregelen zijn.

Dat is het grote verschil met end of pipe-milieumaatregelen. 'Die zijn er alleen voor het milieu. Een nieuwe installatie heeft én economische én milieu-effecten', aldus Van de Wetering.

Om de kosten van de ontwikkeling van nieuwe technologieën desalniettemin te drukken, zitten basismetaalbedrijven regelmatig met elkaar - hun concurrenten - om de tafel. Maar de samenwerking spitst zich veelal toe op de lobby in Den Haag.

In 1991 hebben de 34 grote basismetaalbedrijven hun krachten gebundeld in de Stichting Basismetaal en Milieu. Nu vragen zij via deze stichting de overheid om respijt. Zij willen hun geld niet meer investeren in relatief dure korte-termijnmaatregelen, maar in veel verdergaande maatregelen die echter pas over vele jaren resultaat opleveren.

'Daarvoor moeten we echter wel aannemelijk maken dát we iets doen en dat dit de weg is voor de toekomst', legt Van de Wetering uit. Volgens Nugteren van Alcoa zien de meeste overheidsinstanties wel wat in de nieuwe denkwijze: 'De overheid denkt actief mee'.

Toch houden deze winter 34 milieudeskundigen met veel belangstelling de ontwikkelingen rond de klimaatconferentie in het Japanse Kyoto in de gaten. Als daar geen internationale afspraken worden gemaakt over de reductie van de uitstoot van schadelijke stoffen, hebben ze een probleem. 'Dan gaan we toch weer met de overheid aan tafel', zegt Nugteren.

De milieulasten zijn hier zwaarder dan in het buitenland. Dat levert Nederlandse basismetaalbedrijven al een concurrentienadeel op.

'Nederland kan zich niet veel veroorloven als de rest van Europa niet meedoet', zegt Nugteren. Van de Wetering: 'Je kunt wel een eindje voor de muziek uit lopen, maar niet te veel'.

Meer over