Iers succes overtreft poldermodel

Nederland heeft zijn polderlandmodel, Ierland zijn groeneheuvelmodel. Het Nederlandse model geldt inmiddels internationaal als standaard, als een voorbeeld voor alle industrielanden in de wereld....

Van onze verslaggever

AMSTERDAM

De cijfers over de afgelopen tien jaar: de economische groei in Ierland bedroeg 5,6 procent, meer dan het dubbele vergeleken met Nederland. De Ierse banengroei lag een kwart hoger, de werkloosheid daalde bijna drie keer zo snel, het financieringstekort daalde een fractie sneller dan in Nederland (vanaf ongeveer hetzelfde hoge niveau) en de staatsschuld zakte met een derde tot onder Nederlands peil.

De Organisatie voor Economische Samenwerking en Ontwikkeling komt bijna woorden tekort om Ierland te prijzen. 'Een zeer bijzondere economische prestatie die gepaard is gegaan met gezond macro-economisch beleid, een stijging van de arbeidsdeelname, aanhoudende buitenlandse investeringen, ondersteund door loonafspraken', is de loftuiting in het gisteren gepubliceerde rapport.

Vooral die loonafspraken komen kenners van het poldermodel bekend voor. Het begin van het Nederlandse succesverhaal wordt doorgaans in 1982 gelegd, bij het akkoord van Wassenaar, waarin werkgevers en vakbonden afspraken de lonen te matigen in ruil voor arbeidstijdverkorting.

Een Iers Wassenaar is er niet, maar sinds 1987 heeft Ierland wel zijn Programma voor Concurrentiekracht en Werk. Hiervan zijn er inmiddels drie afgelopen en is het vierde net van kracht geworden. Deze programma's gaan aanzienlijk verder dan Wassenaar. De akkoorden hebben niet alleen betrekking op de lonen, maar ook op de overheidsuitgaven, de belastingen en armoedebestrijding. Bovendien praten niet alleen werkgevers en vakbonden mee, maar ook de kerken en vertegenwoordigers van werklozen, vrouwen en jongeren.

Een belangrijke bijdrage aan het Ierse succes hebben buitenlandse investeerders geleverd. Het aantal buitenlandse bedrijven met een Iers filiaal is in de afgelopen tien jaar met ongeveer de helft toegenomen. Vooral Amerikaanse bedrijven stromen toe, aangetrokken door het relatief goedkope maar tegelijkertijd goed opgeleide personeel.

De meeste buitenlandse investeerders zijn werkzaam in de 'moderne' industrietakken zoals computers, chips, software en de farmacie. De groei in sommige van deze industrieën heeft de laatste jaren soms vele tientallen procenten per jaar bedragen.

Buitenlandse investeerders werden niet alleen aangetrokken door de gunstige verhoudingen op de Ierse arbeidsmarkt, ze werden ook gelokt met lage belastingen. Ierland heeft een speciaal tarief voor de industrie van 10 procent dat tot 2010 niet zal worden verhoogd. Sinds 1990 geldt dit lage tarief ook voor de financiële dienstensector.

Het lage tarief en de andere pluspunten werpen voor de buitenlandse investeerders hun vruchten af. Het rendement op de in Ierland geïnvesteerde miljarden door Amerikaanse bedrijven ligt bijvoorbeeld vijf keer hoger dan het rendement op de investeringen elders.

Ondanks alle successen heeft de OESO ook nog wat te klagen. De kritiek betreft vooral het stelsel van belastingen en premies dat de arbeidsdeelname van laaggeschoolden ontmoedigt. De Ierse werkloosheid is wel sneller gedaald dan de Nederlandse maar het werkloosheidspercentage is nog bijna het dubbele. Het aantal langdurige werklozen is ook aanzienlijk groter dan in Nederland.

Vandaar dat de OESO oproept tot een herziening van het fiscale en sociale stelsel, bijvoorbeeld door de werkloosheidsuitkering meer afhankelijk te maken van de inspanningen van werklozen om een baan te vinden. Verder waarschuwt de OESO dat Ierland aan het eigen succes ten onder kan gaan als de aanhoudende hoge groei gaat leiden tot hogere inflatie.

Maar als de voorspellingen voor de komende vijf jaar uitkomen dan zullen de Ieren in 2002 bijna even welvarend zijn als de gemiddelde Europeaan. In minder dan tien jaar tijd heeft Ierland dan een welvaartskloof van een kwart goedgemaakt.

Meer over